Minister: geen boodschap aan fundamentele kritiek op WW-regeling Caribisch Nederland

Den Haag – Minister Hans Vijlbrief (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) blijkt fundamentele kritiek van de eilandbesturen van Bonaire en Saba op de door hem aangekondigde WW-regeling voor Caribisch Nederland te hebben genegeerd.

Beide eilanden, maar ook wnd. Rijksvertegenwoordiger Jan Helmond vinden de uitkeringsduur van 3 maanden te kort. In reactie op het concept van de regeling hebben zij gepleit voor een termijn van (minimaal) 6 maanden. “Zonder deze verruiming vrezen wij dat de regeling onvoldoende sociale zekerheid biedt”, aldus het Bestuurscollege van Saba. Het eilandbestuur van Bonaire voorspelt dat het vooral 55-plussers zijn voor wie de regeling tekort schiet.

De openbare lichamen krijgen bijval van Helmond: “Juist in een kleinschalige economie kan het vinden van passend werk meer tijd vergen dan 3 maanden. De gekozen maximale duur lijkt onvoldoende afgestemd op de lokale realiteit. De vraag rijst of hiermee daadwerkelijk wordt voorzien in een adequaat sociaal zekerheidsinstrument.”

Uit de regeling zoals die woensdag in de Staatscourant is gepubliceerd en die op 1 januari ingaat blijkt dat Vijlbrief de kritiek naast zich neer heeft gelegd. Hij gaat er vanuit dat wie in Caribisch Nederland onvrijwillig zijn baan verliest binnen 3 maanden nieuw werk heeft. In Europees Nederland is de maximale uitkeringstermijn 24 maanden.

Kamerbrief van Vijlbrief

Met deze brief informeer ik uw Kamer over de Tijdelijke regeling werkloosheidsvoorziening BES (Tijdelijke regeling WV BES) waarmee een werkloosheidsuitkering wordt geïntroduceerd voor burgers in Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Deze werkloosheidsregeling voor Caribisch Nederland is op 8 juli 2026 gepubliceerd in de Staatscourant en treedt met ingang van 1 januari 2027 in werking. Het doel van de Tijdelijke regeling WV BES is het bieden van een kortdurend vangnet bij onvrijwillige werkloosheid, om acute inkomensgevolgen van baanverlies op te vangen. Werknemers in Caribisch Nederland die buiten hun schuld hun baan verliezen, kunnen aanspraak maken op een loongerelateerde uitkering gedurende maximaal drie maanden. In deze brief neem ik uw Kamer mee in de overwegingen die ik heb gemaakt bij het opstellen van deze ministeriële regeling.

Inleiding

Werknemers in Caribisch Nederland moeten in een periode van werkloosheid zelf financieel zien rond te komen. Wanneer deze werknemers (gezins)inkomen en/of vermogen hebben, komen zij niet altijd voor een uitkering op grond van het Besluit onderstand BES in aanmerking. Voor de Centraal Dialoog Bonaire was dit aanleiding om in het ‘Akkoord van Kralendijk’ van 16 april 2021 een concreet voorstel voor een ‘werkloosheidswet Caribisch Nederland’ te doen. Mijn ambtsvoorganger, de toenmalige Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioen, heeft invoering van een werkloosheidsregeling onder meer aangekondigd in de Kamerbrief van 12 juli 2023  en betrokken bij bestuurlijke afspraken met de bestuurscolleges van Bonaire, Sint Eustatius en Saba . In de brief van 21 november 2025 aan uw Kamer van de voormalig staatssecretaris van mijn ministerie is eveneens aangekondigd dat de werkloosheidsregeling voor Caribisch Nederland in het eerste kwartaal 2026 voor consultatie zou worden uitgezet.

Comply of explain

De ambtelijke voorbereiding om een werkloosheidsuitkering voor Caribisch Nederland te realiseren, heeft tijd gekost. Hierbij hebben meerdere factoren een rol gespeeld. Ik wil uw Kamer graag schetsen hoe dat proces is verlopen en wat de achtergrond is van de keuzes die zijn gemaakt bij het tot stand komen van deze tijdelijke ministeriële regeling.

De Werkloosheidswet (WW), zoals die geldt in Europees Nederland, is het startpunt geweest bij het nadenken over het vormgeven van een werkloosheidsuitkering voor burgers in Caribisch Nederland. De WW is een complexe wet, niet alleen voor de burger, maar ook voor de uitvoering.  Om het recht op WW-uitkering van een werknemer vast te stellen en de duur van die uitkering te berekenen, zijn meerdere gegevens nodig van de werknemer en het beëindigde dienstverband. Zo speelt bij de WW het opgebouwde arbeidsverleden van de werknemer een grote rol bij het bepalen van de duur van de uitkering.

Uitgangspunt Europees Nederlandse WW

Bij het verkennen van de mogelijkheden voor een werkloosheidswet voor Caribisch Nederland, die in hoge mate overeenkomt met de Europees Nederlandse WW, bleken er meerdere (te) grote uitdagingen. Zo is er in Caribisch Nederland (nog) geen database – zoals de polisadministratie – waarin van alle werknemers in Europees Nederland informatie over loon, uitkeringen en arbeidscontracten is opgenomen. Het ontbreken van zo’n register in Caribisch Nederland maakt het lastig om een werkloosheidsuitkering, gelijk aan de Europees Nederlandse WW, uit te voeren.

Bij het ontvangen van een werkloosheidsuitkering is een activeringsplicht voor uitkeringsgerechtigden en controle hierop gewenst. Het opleggen van een maatregel (een korting op de uitkering) bij het niet nakomen van de sollicitatieplicht, maakt de uitvoering van de regeling ingewikkeld. Het is de vraag of in de praktijk een dergelijke activeringsmaatregel nodig is. Ik verwacht dat werknemers die hun baan zijn verloren, gericht zijn op het vinden van een nieuwe baan.

Bij een werknemersverzekering hoort in beginsel premiebetaling, de kosten van de uitkering voor werkloosheid wordt gedragen door werkgevers (en werknemers). Gezien de nog vrij recente verhoging van het wettelijk minimumloon en de hoge kosten voor werkgevers is door meerdere partijen in Caribisch Nederland aangegeven dat een verhoging van de werkgeverspremie bezwaarlijk is.

Uitgangspunt eenvoud

Op basis hiervan is gekeken naar de vormgeving van een werkloosheidsregeling die binnen relatief korte termijn haalbaar is. Het uitgangspunt is dat die werkloosheidsregeling zo eenvoudig mogelijk moet zijn, niet alleen voor de burgers maar ook voor de uitvoering. Gekozen is voor een tijdelijke regeling, op basis waarvan een kortdurende uitkering kan worden gegeven aan werknemers die hun baan verliezen. Hiermee wordt voorkomen dat werknemers die werkloos worden meteen in financiële problemen komen. Het is een ministeriële regeling gebaseerd op de Kaderwet SZW-subsidies en wordt gefinancierd uit algemene middelen.

De Tijdelijke regeling WV zal gelden tot uiterlijk 1 januari 2032. Daarna wordt deze tijdelijke regeling volgens plan opgevolgd door een structurele wettelijke regeling. Met deze structurele wet zal sprake zijn van een toegroeien naar het wettelijk kader van de Europees Nederlandse WW, met oog vooraansluiting op de lokale arbeidsmarktomstandigheden van de drie kleinere eilandeconomieën op Saba, Sint Eustatius en Bonaire.

Ik verwacht in 2028 te starten met de evaluatie van deze tijdelijke regeling en het uitwerken van de randvoorwaarden voor de structurele regeling. Op deze manier is er ruimte om de komende jaren in Caribisch Nederland ervaring op te doen met een werkloosheidsregeling. Intussen kan verder gewerkt worden aan de condities die helpend zijn voor het kunnen uitvoeren van een structurele regeling, zoals op het punt van arbeidsbemiddeling en vaststelling van het arbeidsverleden. Het is de planning te beginnen met het conceptwetsvoorstel per 2029. In de aanloop naar de beoogde invoeringsdatum heeft de uitvoering vanzelfsprekend voldoende tijd nodig voor implementatie van het wetsvoorstel.

Korte inhoud Tijdelijke regeling WV BES

De basis voor de Tijdelijke regeling WV BES vormt de WW, zoals die geldt in Europees Nederland, waarbij gekeken is op welke manier de regeling zo eenvoudig mogelijk blijft. Hierbij hanteer ik de volgende uitgangspunten.

–           Toegangsvoorwaarden voor het recht op uitkering zijn:

1) onvrijwillig baanverlies

2) de wekeneis: de werknemer heeft over een periode van 10 kalendermaanden in een periode van ten minste 26 weken in loondienst gewerkt.

–           De uitkering duurt maximaal drie maanden en bedraagt 75% van het ‘maandloon’.

–           Inkomen uit een nieuwe baan (naast de uitkering) wordt in mindering gebracht op de uitkering.

–           De uitkering wordt betaald na afloop van de kalendermaand.

Daarnaast is gekeken welke onderdelen van andere regelingen voor Caribisch Nederland overgenomen kunnen worden, zodat consistentie in de uitvoering en tussen de verschillende regelingen wordt behouden. Dit is bijvoorbeeld de wijze van verrekening van het inkomen van een nieuwe baan naast de uitkering en de regels omtrent verblijf buiten Caribisch Nederland met behoud van uitkering.

Uitvoering in front- en backoffice

Naast de RCN-unit SZW in Caribisch Nederland verzorgt de directie Dienstverlening, Samenwerkingsverbanden en Uitvoering, afdeling Uitvoering Van Beleid van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (UVB/DSU) ook een deel van de uitvoering in Europees Nederland. Bij de uitvoering zal nauw worden samengewerkt tussen de RCN-unit SZW en UVB/DSU. Hierbij vervult de RCN-unit SZW de rol van de frontoffice. Dat gaat om de contacten met aanvragers en uitkeringsgerechtigden op de kantoren in Bonaire, Saba en Sint Eustatius. De UVB/DSU is verantwoordelijk voor de backoffice. Deze werkzaamheden betreffen onder andere het nemen van een primair besluit, of de werknemer recht heeft op een uitkering, en de betaling van de uitkering.

Begeleiding uitkeringsgerechtigden naar werk

Zoals hiervoor al is toegelicht is er bij deze kortdurende uitkering, om pragmatische redenen, niet voor gekozen om een sollicitatieplicht in de regeling op te nemen. Wel gaat de RCN-unit SZW werknemers, die bijvoorbeeld op Bonaire een aanvraag doen, informeren en op vrijwillige basis doorverwijzen naar Plenchi di Trabou. Dit is ter ondersteuning van uitkeringsgerechtigden om ze te helpen bij het vinden van een nieuwe baan. 

Lokale context Caribisch Nederland

Bij de keuze voor de vormgeving van de Tijdelijke regeling WV BES speelt ook de lokale context van Caribisch Nederland. De arbeidseconomie van de eilanden is klein. Het is niet te voorspellen wat de komst van een werkloosheidsuitkering voor gevolgen heeft voor de economie, de arbeidsmarkt en het gedrag van werkgevers en werknemers. Voor werknemers is het ontvangen van een uitkering van drie maanden bij onvrijwillig baanverlies in elk geval positief. Tijdens ambtelijke voorbereiding bleek dat in Caribisch Nederland met name sprake is van frictiewerkloosheid. De basisuitkering van drie maanden zal naar verwachting voor deze groep werknemers toereikend zijn. Welke andere effecten er zijn van de introductie van een werkloosheidsuitkering moet de komende periode blijken, zoals gevolgen in de (arbeidsrechtelijke) relatie tussen werkgever en werknemer. Deze tijdelijke regeling op grond van de Kaderwet SZW-subsidies is een ministeriële regeling. Als blijkt dat er op bepaalde onderdelen van de ministeriële regeling aanpassing nodig is, kan ik dat snel effectueren. 

Ter afsluiting

In deze brief heb ik mijn keuze voor een eenvoudige regeling toegelicht. Ik ga de komende periode samen met de uitvoerders de effecten van deze regeling monitoren. Die effecten breng ik in kaart en benut ik om toe te werken naar een wetsvoorstel dat past bij de lokale omstandigheden van Caribisch Nederland. Ook geeft deze aanpak ruimte om complexere onderwerpen, zoals premiebetaling en registratie van het arbeidsverleden van werknemers uit te werken. Tevens zal ik bezien hoe eventuele toekomstige wijzigingen in de Europees Nederlandse WW een plek kunnen krijgen in de structurele werkloosheidsregeling voor Caribisch Nederland.

Ik ben ervan overtuigd dat hiermee een goede eerste stap is gezet om te komen tot een structurele werkloosheidsregeling die passend is voor de inwoners van Caribisch Nederland.

Lees HIER de kritische reacties op de regeling

error: Deze inhoud mag niet gekopieerd worden.