“Een samenleving waarin wij werkelijk schouder aan schouder kunnen staan”

Toespraak gezaghebber Soliano bij Nationale Herdenking Slavernijverleden

Gezaghebber van Bonaire John Soliano was vandaag – naast o.a. minister-president Rob Jetten en burgemeester Femke Halsema – een van de sprekers tijdens de Nationale Herdenking Slavernijverleden in het Oosterpark in Amsterdam. Hieronder de tekst van zijn toespraak:

Dames en heren, geachte aanwezigen,

“A oprimí nos idioma, meskos ku nan a oprimí nos antepasadonan. Pero nunka nan a logra kibr’é. Papiamentu no solamente a sobrebibí. El a triunfá.”

Onze taal werd, net als onze voorouders, onderdrukt. Maar zij werd nooit gebroken. Zij heeft niet alleen overleefd. Zij heeft overwonnen. Ik begin vandaag bewust in het Papiamentu. Omdat ook taal een daad van verzet kan zijn.

Op Aruba, Bonaire en Curaçao werd het Papiamentu generaties lang uit het onderwijs geweerd. Kinderen werden gestraft wanneer zij hun moedertaal spraken. Maar onze taal verdween niet. Zij bleef leven in onze huizen, onze muziek en in de verhalen die van generatie op generatie werden doorgegeven. En vandaag klinkt zij hier. In het Oosterpark. Dat is geen klein gebaar.  Dat is geschiedenis.

Vandaag sta ik hier als gezaghebber van Bonaire. Maar mijn gedachten gaan terug naar Rincon. Het dorp waar ik ben geboren. Een plaats waar geschiedenis niet alleen wordt verteld, maar nog iedere dag wordt geleefd.

Rincon herinnert ons eraan dat onze geschiedenis niet uitsluitend een geschiedenis van pijn is, maar ook van kracht, waardigheid en verbondenheid. Wanneer wij vandaag de afschaffing van de slavernij herdenken, moeten wij daarom bewust kiezen vanuit welk perspectief wij deze geschiedenis vertellen.

Te lang werd slavernij beschreven in cijfers, handelsroutes en opbrengsten. Maar achter ieder cijfer stond een mens. Op Bonaire werden tot slaaf gemaakte mensen gedwongen om onder de brandende zon te werken in de zoutpannen en in de landstuinen ten oosten en ten westen van Rincon. De kleine huisjes van koraalsteen in het zuiden van Bonaire die daar nog altijd staan, getuigen van de omstandigheden waaronder zij moesten verblijven gedurende de oogsttijd van zout.

Maar wanneer wij naar die huisjes kijken, mogen wij niet alleen stenen zien; wij moeten kijken naar de mensen die daar tijdelijk verbleven, liefhadden, hoopten, volhielden en weerstand boden. Soms zichtbaar. Soms in stilte. Want verzet bestaat niet alleen uit grote opstanden. Soms is overleven verzet. Soms is het spreken van je taal verzet.

De afschaffing van de slavernij op 1 juli 1863 was een noodzakelijk keerpunt. Maar laten wij eerlijk zijn. Het einde van slavernij betekende niet automatisch het begin van gelijkwaardigheid. Een wet wist niet in één dag uit wat eeuwenlang is opgebouwd. Daarom is herdenken meer dan een jaarlijks ritueel. Herdenken is een opdracht.

Het vraagt van ons dat wij luisteren naar verhalen die te lang niet zijn gehoord. En dat wij bereid zijn ongemakkelijke waarheden onder ogen te zien. Want erkenning is belangrijk! Maar echte erkenning begint niet met zwijgen. Zij begint met waarheid. En juist vanuit die waarheid kan echte verzoening ontstaan: wanneer mensen bereid zijn naar elkaar te luisteren. Wanneer geschiedenis niet wordt ontkend, maar erkend. Wanneer wij elkaar niet zien als tegenstanders van gisteren, maar als medebouwers van morgen.

Wij zijn hier omdat onze voorouders niet opgaven. Laten wij hen daarom niet alleen eren met woorden, maar ook met onze keuzes. Met de ruimte die wij maken voor elkaars geschiedenis. En met de kansen die wij bieden aan de generaties die na ons komen. Laten wij onszelf vandaag één vraag stellen:

Wat vraagt deze geschiedenis van ons? Misschien is het antwoord niet schuld. Misschien is het niet verwijt. Misschien is het verantwoordelijkheid. De verantwoordelijkheid om een samenleving te bouwen waarin afkomst, huidskleur, taal of geboorteplaats nooit bepalen hoeveel kansen een mens krijgt. Een samenleving waarin wij werkelijk schouder aan schouder kunnen staan.

Niet ondanks onze geschiedenis. Maar juist omdat wij haar kennen. Dat zijn wij verschuldigd aan hen die ons zijn voorgegaan én aan hen die na ons komen.

Masha danki.

error: Deze inhoud mag niet gekopieerd worden.