Aruba Curacao

COLUMN – Ritueel dansje

Het Interparlementair Koninkrijksoverleg dat afgelopen week in Den Haag is gehouden, is het meest succesvolle ooit. Tenminste, als je de woorden van de voorzitter en de leiders van de vier parlementaire delegaties in de afsluitende persconferentie mag geloven. Zou dat niet doen, zegt Kadushi. De halfjaarlijkse ontmoeting van Staten- en Kamerleden stelt niet meer voor dan een ritueel dansje. En dat vindt kennelijk de helft van de Nederlandse afvaardiging ook, gezien het halflege Holland-vak. Wegblijven is niet respectvol tegenover gasten die van ver zijn gekomen, ware het niet dat een deel van hen het IpKo vooral als smoes gebruikt om op kosten van hun kiezers overzeese friends and family te bezoeken en inkopen te doen bij de Action.

Ook dit IpKo werd net als alle voorgaande edities met een lofzang afgesloten hoe waardevol het weer was. Uit de vergaderingen (voor zo ver openbaar, want zodra er een ietsepietsie gevoelig onderwerp op de agenda staat, worden de geluiddichte gordijnen gesloten) blijkt dat geenszins. Dat realiseren de deelnemers zelf ook maar al te goed, dus fantaseren ze dat de ontmoetingen in de wandelgangen onmisbaar betekenisvol zijn.

Het elkaar in de ogen kijken zou bijdragen aan een beter begrip voor elkaar, heet het. Waarom merken wij daar als voetvolk dan niks van? Zodra de dames en heren volksvertegenwoordigers terugkeren naar hun schuttersputjes beschieten ze elkaar, ingegeven door een diep geworteld wantrouwen, weer als vanouds met verwijten die ongeacht de inhoud altijd op hetzelfde neerkomen: de eilanden kunnen niet met geld omgaan, het moederland is harteloos vrekkig. Terzijde: de neutrale waarnemer zal niet kunnen ontkennen dat in beide stellingen een kern van waarheid zit.

Laten we wel wezen: het IpKo heeft, ook toen het in een grijs verleden Contactplan heette, nog nooit iets concreets opgeleverd. Eén keer dreigde er een succes: in een onbewaakt moment stemde de Nederlandse delegatie in met een geschillenregeling voor het Koninkrijk waarbij een onafhankelijk instituut (gedacht werd aan de Hoge Raad of Raad van State) bindende uitspraken zou doen. De euforie aan Caribische zijde was van korte duur: toenmalig minister Ronald Plasterk haalde het akkoord zonder dralen door de papierversnipperaar.

Dat de overleggen tot niets leiden, is op zichzelf niet vreemd. Het IpKo heeft in de staatkundige bestel van het Koninkrijk geen enkele status. Het is net zo vrijblijvend als welk naaikransje M/V dan ook. Dat staatssecretaris Eric van der Burg bereid was in het weekend zijn schaarse vrije tijd op te offeren voor een informeel gesprek met de IpKo’ers zegt alleen maar iets van zijn (overwegend) minzame aard. Of hij dat nog eens zal doen, valt te betwijfelen: het MEP-deel van de Arubaanse delegatie maakte hem uit voor lafaard omdat hij zich – zoals vooraf afgesproken – niet liet verlokken tot politieke uitspraken.

Hoofdthema van de beraadslagingen was de vraag hoe de samenwerking binnen het IpKo (en het Koninkrijk) effectiever te maken. Het stoort Sint Maartens Statenvoorzitter Sarah Wescot-Williams – niet alleen de meest ervaren van het spul, maar by far ook het meest gedreven – al jaren dat concrete resultaten uitblijven. Haar voorstel voor een nieuw format werd enthousiast omarmd. Dat zegt overigens weinig: van eerdere schone voornemens is immers ook geen moer terechtgekomen. Zo is nimmer uitvoering gegeven aan de simpele afspraak de tijdspanne tussen de zomer- en wintereditie te overbruggen door geregeld videoconferenties te houden.

Dat lot hebben eveneens de adviezen van de Commissie Democratisch Deficit ondergaan. Hè, denkt u misschien, die commissie moet toch nog van start gaan, die heeft haar plan van aanpak tijdens dit IpKo uit de doeken gedaan… Dat klopt, maar Kadushi doelt op de commissie van deskundigen die in 2009 in het rapport ‘Kiezen voor het Koninkrijk’ zinnige en niet te ingewikkeld uitvoerbare aanbevelingen deed om de democratische legitimiteit te vergroten van besluiten die het gehele Koninkrijk aangaan.

U raadt het al: dat rapport ligt te verstoffen in de krochten van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties waar een speciale, ruim bemeten sectie is gereserveerd voor nuttige ideeën om het Koninkrijk efficiënter en bovenal rechtvaardiger te laten functioneren, maar die vanuit Haags perspectief ongewenst zijn bevonden. En daarmee illustratief zijn voor de aan de koude kant van de oceaan vastgeroeste opvatting dat de band met Nederland voor de eilanden een lust is en voor Nederland een last.

Waar is dat Nederland voor de kleine eilandstaten in ontwikkeling (SIDS) van het Koninkrijk een veilig houvast is in een woelige wereld. Waar is evenzeer dat de eilanden te makkelijk verantwoordelijkheden proberen af te schuiven, maar dat is het halve verhaal. Van de samenwerking is wel degelijk een winwin-model te maken, maar dan moet aan beide zijden wel de wil bestaan te investeren in een volwassen relatie. Daar is meer, veel meer voor nodig dan een IpKo in welk format dan ook.

Het goede nieuws voor het laatst bewaard: de baas van deze site gunt u een paar stekelloze weken. Tot 11 juli!

error: Deze inhoud mag niet gekopieerd worden.