
Door Glenn Thodé
“Gefeliciteerd, de Rijksministerraad heeft besloten u voor te dragen voor benoeming tot gezaghebber van Bonaire.” Dat hoorde ik op een vrijdagochtend ongeveer 7:15 in juni 2008 toen ik, onderweg om de kinderen naar school te brengen, de mobiele telefoon opnam. Wat ik op dat moment nog niet wist, is dat in dezelfde Rijksministerraad het besluit was genomen om Jonathan Johnson voor te dragen voor benoeming als gezaghebber van Saba. Hij zal een vergelijkbaar telefoontje hebben gekregen. Zijn benoeming is al op 2 juli 2008 ingaan, de mijne pas op 24 oktober van dat jaar.
Het moment dat onze ambtstermijnen startten, was voor ons beide bepaald door het bereiken van de 60-jarige leeftijd van onze voorgangers. Dit was toen de Antilliaanse wettelijke ouderdomsgrens voor de functie van gezaghebber. Later bleken er naast deze nog veel meer punten te zijn die ik nu als gemeenschappelijkheden van onze bestuurlijke drijfveren, paden, ervaringen zie. Ik wil in deze korte afscheidsbijdrage graag een aantal benoemen.
Kort na onze benoeming hebben we elkaar voor het eerst ontmoet in Den Haag. Daar zijn we naartoe gereisd om als jonge (Johnson) en aankomende (ik) gezaghebbers samen bestuurlijke training te doorlopen. We participeerden in trainingen zoals ‘omgaan met de media bij crises’, maakten kennis met mensen die in de periode van ontmanteling van de Nederlandse Antillen centrale figuren zouden zijn bij de departementen, leerden bijvoorbeeld van het bestaan van het Nederlandse Genootschap van Burgemeesters en voerden beleefdheidsgesprekken in Den Haag om goed voorbereid verder in onze functies te kunnen landen.
Dankzij deze gezamenlijke ontmoetingen in Den Haag leerden we gaandeweg elkaar beter kennen. We merkten al gauw dat we het wel goed met elkaar konden vinden. Toen bespraken we ook dat gezien onze leeftijd we wel drie termijnen als gezaghebber konden vervullen. Toen ik in november 2008 in functie was getreden, leerde ik meteen Henk Kamp kennen. Hij was van begin 2009 tot in oktober 2010 Commissaris voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Zijn taak was het opbouwen van de Nederlandse landsfuncties ter vervanging van de Nederlands Antilliaanse functies op deze eilanden. In het begin van onze aanstelling als gezaghebber vonden regelmatig ontmoetingen plaats van alle vijf gezaghebbers van de Antilliaanse eilanden en de Antilliaanse gouverneur om de gezamenlijke bestuurlijke uitdagingen te bespreken. Ter voorbereiding van de functie van Rijksvertegenwoordiger begon ook Henk Kamp dit soort overleggen met de gezaghebbers te houden, maar dan slechts met die van Saba, Sint Eustatius en Bonaire.
In deze gezamenlijke overleggen over bestuurlijke vraagstukken met de gezaghebbers onderling, de gouverneur, Henk Kamp en Den Haag begon ik te merken dat Jonathan en ik op zo goed als alle punten gevoelsmatig dezelfde perspectieven volgden en dezelfde posities innamen. En omdat we ongeveer hetzelfde dachten, was het goed zichtbaar wat de verschillen in communicatievaardigheden zijn tussen Jonathan en mij. Jonathan heeft een communicatiestijl die sober, kernachtig en ogenschijnlijk simpel overkomt. In vergelijking daarmee is mijn eigen communicatiestijl, van origine geoefend in de academische omgeving, rijkelijk voorzien van details, van alternatieve gedachtenlijnen, en van mitsen en maren. Vooral toen we een videoboodschap moesten opnemen in een oefening werd dat voor mij overduidelijk. Zijn boodschap was ‘calm and collected’, de mijne bij nader inzien te complex. Ik heb me toen voorgenomen om mijn communicatiestijl aan te passen om die meer te laten overeenkomen met die van Jonathan.
Het was Jonathan en mij opgevallen dat, mede door deze interacties tussen hem en mij, we samen effectiever waren in de communicatie met derden. En dankzij het voorbeeld van de charmante, nobele en nederige communicatiestijl van Jonathan werd ik later effectiever in communiceren. Een voorbeeld daarvan is toen Den Haag vroeg waar onze rampenplannen waren voor het omgaan met orkanen. Jonathan haalde toen zijn adressenboek uit zijn zak met de mededeling dat het rampenplan van Saba was dat hij precies wist wie hij uit dat boek moest bellen en dat diegenen die hij bereikte precies wisten wat ze moesten doen. Voor mij werd Jonathan een bestuurlijke broer waarmee ik kon optrekken en mijn eigen vervulling van de functie van gezag kon verrijken en verbeteren. Toen ik eenmaal besloot om uit de functie van gezaghebber te stappen, wist ik dat ik de samenwerking met Jonathan en dit soort momenten enorm zou gaan missen.
Daarom was ik blij dat ik in onderzoekscommissies mocht toetreden, zoals Commissie Spies ter evaluatie van het construct openbaar lichaam, het Sociaal Minimum en de Demografische Ontwikkelingen, als ook bij CBP BES en Cft actief kon zijn als toezichthouder voor de eilanden in het Caribisch deel van Nederland. Hierdoor bleven Jonathan en ik in contact en kon ik die bijzondere bestuurlijke kwaliteiten blijven ervaren. Bij elk bezoek dat ik aan Saba bracht en elke vergadering waar Jonathan en ik elkaar treffen, merk ik weer hoezeer mijn eigen bestuurlijke gedachten met die van Jonathan overeenkomen en harmoniseren. Dan merk ik ook weer hoe hij met een fonkeling in zijn ogen, een subtiele glimlach vanuit zijn mondhoeken en een simpel en tegelijk diepzinnig voorbeeld een kritisch punt kan maken. Op zo’n moment zie ik wat voor meerwaarde achttien jaren ervaring in de bestuurlijke bijenkorf van een klein eilandgemeenschap heeft voor de bestuurlijke vraagstukken die spelen op de interbestuurlijke raakvlakken binnen het land Nederland en binnen het Koninkrijk der Nederlanden. Vanuit de nieuwe rollen kon ik Jonathan blijven ervaren als een bestuurlijke broeder.
Jonathan heeft de jaren als Gezaghebber vervuld die wij beiden voor ogen hadden helemaal aan het begin van onze aanstelling. Hij heeft daarmee een schat aan ervaring opgebouwd die in deze tijd uiterst waardevol is. Er is haast geen institutioneel en persoonlijk geheugen meer in Den Haag aanwezig over de achtergronden, omstandigheden en andere ongedocumenteerde context voor de constructie waarin de openbare lichamen zich bevinden. Daarnaast is het geheugen van de gezag minder partijpolitiek gekleurd dan die van de andere eilandelijke bestuurders. Ik hoop dat Jonathan na zijn aftreden als gezaghebber van Saba een mooie nieuwe rol mag gaan vervullen waarbij hij met zijn gezin kan genieten van de ervaringen die hij heeft opgedaan, maar dan niet op Saba maar elders binnen het Koninkrijk. Kan hij geen mooie nieuwe rol vervullen bij het informeren van bestuurders of medebesturen van de openbare lichamen? Een meer persoonlijke droom van mijn kant is dat mijn bestuurlijke broeder Jonathan en ik samen onderzoek kunnen verrichten, jonge eilandelijke bestuurders kunnen helpen vormen en competentiebevordering mogen aanbieden aan personen die binnen beide bestuurslagen bestuurlijke functies vervullen.
Jonathan, dank voor de achttien jaren dienstbaarheid die je aan Saba, Nederland en het Koninkrijk hebt gegeven, dank voor de persoonlijke en bestuurlijke broederschap en ik wens je een mooie volgende fase in je professionele leven toe. Dat die in bestuurlijke broederschap mag worden voortgezet!
Glenn Thodé was van 2008 tot 2012 gezaghebber van Bonaire en is o.a. lid van het College financieel toezicht BES.
