Den Haag – In het Jaarverslag 2025 neemt de Tijdelijke Werkorganisatie die Aruba, Curaçao en Sint Maarten ondersteunt bij het doorvoeren van hervormingen, een voorschot op het besluit of de in april 2027 eindigende onderlinge regeling wordt verlengd. Programmamanager Judith Jeurissen noemt in haar voorwoord de officiële einddatum “het eerste eindpunt.”
Een besluit over de voortzetting van de Nederlandse steun met menskracht en geld is door staatssecretaris van Koninkrijksrelaties Eric van der Burg over de zomer getild. Hij is nog in gesprek met de landsregeringen over de aanbeveling van de evaluatiecommissie het programma te verlengen. Nederland heeft er sinds 2023 zo’n 60 miljoen euro in gestoken, maar het merendeel van de doelen gaat niet voor de einddatum gehaald worden.
Jeurissen geeft in haar voorwoord dan ook een voorwaarschuwing: “Het jaar 2025 was het jaar waarin veel hervormingen uit de Landspakketten definitief op streek zijn gekomen. Maar iedereen weet: halverwege de tocht, op open zee, zijn de uitdagingen vaak het grootst. Ruwe zee, tegenwind en onverwachte tegenslagen doen een groot beroep op doorzettingskracht en improvisatievermogen. Koers houden, alle zeilen bijzetten en teamwork zijn nodig om veilig in de haven te komen.”
In 2023 hebben de landen met de rug tegen de muur hun handtekening onder de Landspakketten gezet. Deden ze dan niet, dan zou ze per direct de coronaleningen hebben moet terugbetalen. De pandemie had blootgelegd dat de landen economisch, maar vooral ook bestuurlijk onvoldoende weerbaar zijn om bij crises zonder hulp uit Den Haag niet meteen om te rollen.
