
Door Ank Bijleveld
Wie Saba zegt, zegt Mount Scenery: het hoogste punt van het Koninkrijk der Nederlanden. Maar wie de ontwikkeling van Saba in de afgelopen jaren van dichtbij heeft gevolgd, weet dat het eiland niet alleen geografisch hoog reikt. Dat geldt ook voor de wijze waarop Saba zich heeft ontwikkeld als bijzondere gemeente van Nederland. Aan die ontwikkeling is met name één naam onlosmakelijk verbonden: Jonathan Johnson.
Sinds 2008 is Jonathan Johnson gezaghebber van Saba. Daarmee is hij als voormalig onderwijzer jarenlang een vertrouwd gezicht geweest van het openbaar bestuur op het eiland, als voorzitter van het Bestuurscollege en van de Eilandsraad, als hoeder van de openbare orde en veiligheid, vertegenwoordiger van Saba in de relatie met Europees Nederland en bovenal iemand die het eiland door en door kent.
Ik heb Jonathan leren kennen als een bestuurder die rustig blijft, ook wanneer de omstandigheden dat niet vanzelfsprekend maken. Niet een man van uitbundige gebaren of bestuurlijk theater. Wel een man met inzicht, overzicht en gevoel voor verhoudingen. Die weet wanneer hij moet duwen en weet wanneer hij moet wachten. Alles met een doel: het dienen van de belangen van Saba.
Dat laatste is misschien wel een van zijn grootste verdiensten geweest. Jonathan verstond de kunst om strategisch met Nederland om te gaan. Hij begreep dat de relatie tussen een kleine bijzondere gemeente in Caribisch Nederland en de departementen in Den Haag niet vanzelf in evenwicht is. Wie iets voor Saba wil bereiken, moet immers niet alleen gelijk hebben, maar, om gelijk te krijgen, ook weten hoe besluiten tot stand komen, wie daarbij betrokken zijn en op welk moment hij een vraag het beste kan stellen.
Jonathan wist wie de hazen waren en hoe zij liepen in Nederland, ook al wisselden deze in rap tempo. Jonathan zorgde ervoor dat mensen om hem ook wisten wie wie was. Hij had oog voor het belang van de juiste mensen op Sabaanse sleutelposities: mensen die Saba kenden, maar óók begrepen hoe Den Haag werkt. Die de vertaalslag konden maken tussen de werkelijkheid van een klein eiland in de Caribische zee en de werkelijkheid van Haagse ministeries, begrotingen, beleidsbrieven en politieke besluitvorming. Het is geen toeval, hoe Jonathan dit deed.
Jonathan kon een concrete behoefte van het eiland zo onder woorden brengen dat zij bestuurlijk herkenbaar, politiek verdedigbaar en praktisch uitvoerbaar werd. Het Saba Package is daarvan een goed voorbeeld. Het was niet zomaar een lijst met wensen; het was een manier om de opgaven van het eiland in samenhang te presenteren en Nederland uit te nodigen om gericht bij te dragen. Jonathan begreep dat een goede vraag niet alleen inhoud nodig heeft, maar ook vorm, timing en verhaal.
Ook in crisissituaties kwam die bestuurlijke kwaliteit naar voren. Een indringend voorbeeld was de periode rond orkaan Irma in 2017. Irma raasde als een van de zwaarste orkanen door het Caribisch gebied. Op Saba was de spanning groot, de onzekerheid reëel en de kwetsbaarheid zichtbaar. Jonathan bleef in die periode doen wat goede bestuurders moeten doen: voorbereiden, communiceren, zichtbaar zijn en rust brengen. Na de storm werd duidelijk hoe belangrijk die voorbereiding was geweest. Er was schade, natuurlijk. Maar er was ook overzicht, organisatie en een gemeenschap die wist waar zij aan toe was. Jonathan stond daarin niet op afstand. Hij was aanwezig, aanspreekbaar en betrokken. Hij kende de mensen, de plekken, de risico’s en de praktische vragen die na zo’n storm onmiddellijk opkomen.
Ook tijdens de Coronacrisis pakte Jonathan zijn rol als eerste burger van Saba, zodanig dat zijn optreden nadien bestuurlijk erkenning kreeg. De Raad voor het Openbaar Bestuur benoemde het “daadkrachtige en communicatieve” lokale leiderschap van onder anderen Jonathan Johnson, dat had bijgedragen aan een effectieve bestrijding van de pandemie in Caribisch Nederland.
Juist daarin was hij sterk. Bij bezoeken van bewindspersonen, parlementariërs en het staatshoofd dat Saba meerdere malen bezocht, wist Jonathan steeds het verhaal van Saba goed neer te zetten. Hij liet zien wat er speelde, wat er goed ging en waar hulp nodig was. Hij kon zorgen omzetten in concrete punten en concrete punten in bestuurlijke afspraken.
Daarin heeft hij veel voor Saba betekend. Hij heeft bestuurlijke continuïteit gebracht. Hij heeft de samenwerking met Europees Nederland versterkt. Hij heeft geholpen om de specifieke positie van Saba als bijzondere gemeente beter voor het voetlicht te brengen. En hij heeft, door de jaren heen, steeds laten zien dat kleinschaligheid geen zwakte hoeft te zijn. Integendeel: juist doordat Saba overzichtelijk is, doordat mensen elkaar kennen en doordat bestuur dicht bij de gemeenschap staat, kan er veel worden bereikt.
Als ik dan toch één teleurstelling mag noemen vanuit mijn huidige rol als voorzitter van het Kapittel voor de Civiele Orden, dan is het deze: Jonathan heeft minder dan wij hadden gewild aandacht besteed aan Koninklijke onderscheidingen. Ik weet dat hij dat als gezaghebber ingewikkeld vindt. Misschien past het ook bij zijn aard om daar terughoudend in te zijn. Maar juist op een eiland als Saba, waar gemeenschapszin, vrijwilligerswerk en stille inzet zo’n grote rol spelen, verdienen mensen het om zichtbaar gewaardeerd te worden. Er zijn ongetwijfeld inwoners die zich jarenlang buitengewoon hebben ingezet voor de samenleving en voor wie een Koninklijke onderscheiding veel zou betekenen. Dat is misschien een klein punt in een lange bestuurlijke loopbaan, maar wel één dat ik hier met een knipoog en met ernst noem.
Jonathan, je hebt jarenlang een rol vervuld die veel vraagt. Op een klein eiland is bestuur nooit abstract. Mensen kennen je, spreken je aan, verwachten iets van je en kijken naar je wanneer het spannend wordt. Jij hebt die verantwoordelijkheid met waardigheid gedragen. Niet door steeds grote woorden te gebruiken, maar door er te zijn, door de juiste mensen om je heen te verzamelen, door het belang van Saba scherp te formuleren en door stap voor stap resultaat te boeken.
Dank voor je dienstbaarheid aan Saba. Dank voor je bijdrage aan Caribisch Nederland. Dank voor je rol binnen het Koninkrijk. Ik wens jou en je dierbaren alle goeds voor de toekomst.
Ank Bijleveld was van 2007 tot 2010 staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en minister van Defensie van 2017 tot 2021.
