Aruba Curacao

COLUMN – Onbeskop

Caribische bollebozen die verder willen studeren in Europees Nederland staan bij de start al op een nauwelijks in te halen achterstand t.o.v. Nederlandse leeftijdgenoten. Ook letterlijk: zo’n 7.000 tot 8.000 kilometer. Binnen wat we moeten geloven “One Kingdom” is, zijn ambitieuze jongeren van de eilanden dubbel tweederangs. Niets wordt nagelaten om het ze zo lastig mogelijk te maken om tot een studie te worden toegelaten. Helemaal als je de pech hebt toevallig op de Bovenwinden te zijn geboren. Dan wacht je, als je wil doorstuderen in het moederland, zelfs een derderangs behandeling.

Universiteiten en hoge scholen nemen niet zo maar studenten aan. Er is een heus ballotageproces opgetuigd waar de meest elitaire golfclub een puntje aan kan zuigen. De afvalrace begint nog onschuldig met informatiedagen, waarna een eerste selectieronde volgt. Kandidaten die in een ver buitenland wonen, mogen dat digitaal doen. Dat is natuurlijk heel fideel, al kun je je afvragen of de leden van de selectiecommissies zelf wel naar school zijn geweest als ze Bonaire, Sint Eustatius en Saba als buitenland beschouwen.

Voor ronde twee wordt bij een aantal studies geëist dat de student naar Nederland reist. Of je om door de selecteurs te worden verhoord maar even een dagje vanuit de Cariben de plas wil oversteken! En dat midden in examentijd. Indien een leerling als gevolg van jetlag en dubbele stress voor het eindexamen zakt, scheelt dat de selectiecommissie wel weer tijd, natuurlijk. En dan zijn er nog de reiskosten; een ticket in de cattleclass kost al gauw duizend dollar. Maar, eerlijk is eerlijk, daar hebben de uni’s over nagedacht, zo lezen we bijvoorbeeld op de website van de Universiteit Leiden.

“Onder bepaalde voorwaarden is het mogelijk om in aanmerking te komen voor een financiële tegemoetkoming in de vorm van reiskosten. Dit geldt voor kandidaten, die zijn geplaatst voor de 2e selectieronde en die al meer dan 3 jaar woonachtig in het Nederlands Caribisch gebied of elders op grote afstand van Leiden.” Wat die bepaalde voorwaarden zijn, wordt niet vermeld. Op eentje na: “De grens die wordt aangehouden is >7000km van Leiden.” Laten nu Sint Maarten, Sint Eustatius en Saba slechts zo’n 6.930 tot 6.940 kilometer van de Sleutelstad liggen…

Ooit was er een tijd dat het Nederlandse ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap – toen het woord gelijkwaardig nog niet eens in de mode was – Caribische studenten een eerlijke kans op een studieplek gunde. Speciaal daarvoor waren er zo’n twintig tot dertig zogeheten ministersplaatsen, met name bij medische opleidingen. Sinds de ministersplaatsen zijn geschrapt, neemt het tekort aan lokaal medisch personeel op de eilanden met elk studiejaar verder toe.

Ziekenhuizen moeten noodgedwongen steeds vaker specialisten vanuit Nederland invliegen of patiënten uitzenden naar Colombia. Het is niet alleen ongemakkelijk voor patiënten dat de dokter hun taal niet spreekt, maar het is ook nog eens vanwege alle bijkomende kosten een dure ‘oplossing’. Waarmee de cirkel rond is, want dat is dan weer voor het als altijd wakkere College financieel toezicht aanleiding om de eilanden te manen op hun zorgkosten te letten. Welkom in het Koninkrijk van Gelijkwaardigheid.

Iets vrolijkers: Je zal maar staatssecretaris zijn en de portefeuille koninkrijksrelaties in de maag gesplitst krijgen. Dan vraag je je toch meteen af waarom je collega’s zijn rothekel aan je hebben dat ze je op een mission impossible – vrede in het Koninkrijk – sturen. En het risico lopen voor dommerik (Van Huffelen), neokoloniaal (Szabó) of aartsleugenaar (Van der Burg) te worden uitgemaakt door je Caribische gesprekspartners.

Het Koninkrijk is aan Caribische kant een mijnenveld waar de mijnen bestaan uit de langste tenen ter wereld. Caribische baby’s dobberen nog in het vruchtwater als het “falta di rèspèt” hen al op de lippen ligt. Wat dat betreft is het samenbrengen van Hollanders met wie tot 2010 op één Antilliaanse hoop werden geveegd – los van de gruwelijkheden van de slavernij – niet de meest gelukkige loop der geschiedenis. Een knallende cultuurbotsing tussen weinig empathische, botte regelneven en nichten en de warmbloedige aanhangers van de jaloersmakende levensfilosofie dat zorgen voor morgen zijn.

De jongste clash is die tussen Eric van der Burg en voormalig minister-president Evelyn Wever-Croes. De stas heeft het gewaagd te stellen dat de status aparte van Aruba op 10 oktober 2010 is geëindigd omdat het Koninkrijk sindsdien uit vier (daar heb je hem weer) gelijkwaardige landen bestaat. En dus doet hij zijn best te regelen dat Aruba tegen dezelfde gunstige voorwaarden als Curaçao en Sint Maarten kan lenen door mee te liften op Nederlands kredietwaardigheid. Of, zoals hij het zei, “gelijktrekken”.

Dieper kun je Diva Wever-Croes en haar volgzame schaapjes niet beledigen dan Happy Aruba op één lijn te plaatsen met de in hun ogen minderwaardige Curaçaose buren. Dus worden stampvoetend excuses geëist. Die er uiteraard niet gaan komen. Het is dat Van der Burg een monter type is, anders zou je nog medelijden met hem krijgen. De lichtgeraaktheid aan de overzijde werkt vooral op de lachspieren. Neem de woedende uithaal van de bekende Curaçaose journalist Godfried Adem.

Na het maandelijkse ongemak dat rijksministerraad heet, is de staatssecretaris een half uurtje beschikbaar om via een videoverbinding (niet al te snuggere) vragen van Caribische persmuskieten te beantwoorden. Rekening houdend met het tijdverschil, gebeurt dat in de Hollandse middag. Soms is Van der Burg dan op weg van de ene naar de andere verplichting buitenshuis en wordt het journaille live verbonden met de dienstbolide. En hup, daar schoten de legendarische Caribische uitschuifbare tenen uit hun schuilplaats:

“Alarmerend. Zo onbeskop een persconferentie houden vanuit zijn auto, zittend op de achterbank. Ik deed er in ieder geval niet aan mee. Een persconferentie houd je live in een zaal met alle journalisten. En niet in een auto. Dit heb ik nog nooit gezien of meegemaakt! Niet op mijn eilanden. Onbeskop…… gebruikt grootspraak, en bagatelliseert anderen. Hij denkt het beter te weten. Gebruikt politiek discriminerende taal. Is er iemand in Den Haag die hem kan corrigeren?”, etaleerde Adem op Facebook zijn overgevoelige ego. Hij en zijn eilandelijke collega’s zouden er beter aan doen zich er over druk te maken dat jongeren worden dwarsgezeten om verder te studeren in het eigen Koninkrijk.

Ter afsluiting het citaat van de week: “Regeringen moeten soms de moed hebben om besluiten te nemen, zelfs als die tegen de wet ingaan”. Is getekend: Pik Pisas, minister-president van Curaçao.

error: Deze inhoud mag niet gekopieerd worden.