Door Bob Harms
Met één passage in zijn nieuwe encycliek Magnifica Humanitas heeft paus Leo XIV deze week iets gedaan wat decennialang vrijwel ondenkbaar leek binnen officiële katholieke kring: hij erkent expliciet dat de Apostolische Stoel betrokken was bij het legitimeren van slavernij. Dat is wereldnieuws. Niet alleen voor de katholieke kerk. Ook voor voormalige slavensamenlevingen zoals die van Curaçao, Bonaire en Aruba.

Foto © Vatican News
In de encycliek schrijft paus Leo XIV: “Already in the early modern period, the Apostolic See of Rome, responding to requests from Sovereigns, intervened several times in order to regulate and legitimize forms of subjugation, and, in certain cases, the enslavement of ‘infidels.’”
Dat is een buitengewone passage.
Want hiermee zegt de paus niet simpelweg dat “christenen fouten maakten” of dat “slavernij een product van zijn tijd was”. Hij erkent dat Rome zelf, als kerkelijke autoriteit, betrokken was bij het reguleren en legitimeren van slavernij.
Nog opvallender is misschien de zin die daarop volgt: “This constitutes a wound in Christian memory…”. En uiteindelijk: “For this, in the name of the Church, I sincerely ask for pardon.”
Voor Curaçao heeft dat verstrekkende gevolgen.
Niet langer alleen een verhaal van beschaving en missie
De geschiedenis van de katholieke kerk op Curaçao is lange tijd grotendeels verteld als een verhaal van:
- evangelisatie,
- onderwijs,
- armenzorg,
- beschaving,
- en pastorale begeleiding van de zwarte bevolking.
Maar de encycliek van Leo XIV maakt het moeilijker om die geschiedenis nog uitsluitend vanuit dat perspectief te bekijken.
Want als Rome nu erkent dat kerkelijke structuren historisch meewerkten aan het legitimeren van slavernij en onderwerping, dan moet ook de rol van de katholieke kerk in dit deel van het Koninkrijk opnieuw kritisch worden onderzocht.
Niet emotioneel. Niet activistisch. Maar historisch eerlijk.
Katholicisme als koloniale stabiliteit
Curaçao was een protestantse Nederlandse kolonie. Toch werd het katholicisme onder de zwarte bevolking actief getolereerd en soms zelfs aangemoedigd door koloniale autoriteiten.
Waarom? Niet uit religieuze tolerantie. Maar omdat katholieke priesters werden gezien als nuttige instrumenten van sociale controle.
Historicus Wim Klooster verwijst naar gouverneur Johannes de Veer, die in de achttiende eeuw stelde dat de zwarte bevolking beter rooms-katholiek kon blijven omdat katholieke geestelijken hen beter “in toom” konden houden: “Alle zwarten in dit land, slaaf zowel als vrij, belijden het rooms-katholieke geloof en zijn daardoor christenen, een geloof dat, met het oog op het algemeen welzijn van dit land, geschikter en nuttiger is voor dat soort mensen dan het protestantse of lutherse geloof, omdat de rooms-katholieke priesters hen beter in toom weten te houden dankzij een meer despotisch gezag, waardoor er tot op heden onder die mensen zelfs geen schijn van opstandigheid bestaat…” (Bron: Johannes de Veer, geciteerd in: Wim Klooster, Subordinate but proud: Curaçao’s free blacks and mulattoes in the eighteenth century, New West Indian Guide / Nieuwe West-Indische Gids 68, nr. 3/4 (1994), p. 292.)
Dat ene historische citaat zegt veel. Het laat zien dat religie in de koloniale samenleving niet alleen een kwestie van geloof was. Zij was ook een bestuurlijk instrument. De kerk hielp mee aan:
- disciplinering,
- gehoorzaamheid,
- morele regulering,
- en sociale stabiliteit binnen een slavensamenleving.
Precies dát geeft de encycliek van paus Leo XIV nu een explosieve relevantie voor het Caribisch deel van het Koninkrijk.
De ongemakkelijke vraag rond Mgr. Niewindt
Daarmee komt ook een figuur als Martinus Joannes Niewindt opnieuw in beeld. Binnen de traditionele Curaçaose geschiedschrijving wordt Mgr. Niewindt meestal bijna uitsluitend voorgesteld als:
- geestelijk leider,
- bouwer van kerken,
- organisator van onderwijs,
- en verdediger van de katholieke gemeenschap.
Maar de encycliek van Leo XIV opent nu onvermijdelijk een nieuwe historische vraag: Welke rol speelde de katholieke hiërarchie werkelijk binnen het koloniale systeem van Curaçao? Was de kerk enkel een spirituele instelling? Of hielp zij ook actief mee aan:
- het internaliseren van koloniale gehoorzaamheid,
- het controleren van de Afro-Curaçaose bevolking,
- en het marginaliseren van Afro-Creoolse spiritualiteit?
Dat zijn geen anti-katholieke vragen. Dat zijn precies de vragen die moderne geschiedschrijving hoort te stellen.
Afro-Creoolse spiritualiteit werd verdacht gemaakt
Eeuwenlang werden Afro-Creoolse spirituele praktijken op Curaçao bekeken door een Europees koloniaal kader. Wat buiten erkende kerkelijke structuren viel, werd vaak omschreven als:
- bijgeloof,
- toverij,
- bedrog,
- of “brua”.
Maar achter die koloniale labels schuilde vaak een complex systeem van:
- genezing,
- bescherming,
- ritueel,
- gemeenschapszorg,
- en spirituele betekenisgeving.
Tegelijk ligt daar juist de grote historische paradox van Curaçao. Want dezelfde katholieke symbolen die deel uitmaakten van koloniale disciplinering werden door Afro-Curaçaoënaars óók herwerkt tot iets eigens.
Heiligen kregen nieuwe betekenissen. Kaarsen werden beschermingsinstrumenten. Huizen werden spirituele ruimtes. Katholieke devoties werden opgenomen in Afro-Creoolse logica’s van genezing, bescherming en balans. Dat maakt de Curaçaose geschiedenis veel complexer dan een eenvoudig verhaal van onderdrukker versus slachtoffer.
Een historische deur is opengegaan
Wat paus Leo XIV deze week deed, is veel meer dan een symbolisch excuus. Voor het eerst erkent een paus expliciet dat de Apostolische Stoel zelf betrokken was bij het legitimeren van vormen van slavernij. Daarmee heeft Rome impliciet een historische deur geopend: niet alleen naar schuldbesef, maar naar een fundamentele herziening van de koloniale kerkgeschiedenis zelf. Ook op onze eilanden.
Dat betekent niet dat historische figuren eenvoudigweg moeten worden “veroordeeld” volgens hedendaagse normen. Maar het betekent wel dat oude katholieke heldenverhalen niet langer onaantastbaar zijn. De tijd waarin koloniale geestelijken uitsluitend werden beschreven als beschavers, opvoeders en morele gidsen loopt ten einde.
Want als Rome vandaag zelf erkent dat kerkelijke structuren verweven waren met systemen van slavernij en onderwerping, dan kan ook Curaçao niet langer om de vraag heen welke rol de katholieke kerk werkelijk speelde binnen het koloniale systeem.
Die ontwikkeling komt bovendien niet volledig uit het niets. Tijdens een bezoek aan Angola vorige maand bad paus Leo XIV bij het katholieke heiligdom van Mama Muxima, gelegen op een plaats die tijdens de Portugese koloniale periode een belangrijke schakel vormde in de trans-Atlantische slavenhandel. Daar sprak hij over het “verdriet en immense lijden” dat Angolanen gedurende eeuwen hebben ondergaan.
Eerdere pausen hadden slavernij al veroordeeld, maar deden dat op een veel voorzichtiger manier. Tijdens een bezoek aan Kameroen in 1985 vroeg Paus Johannes Paulus II vergiffenis voor christenen die deelnamen aan de slavenhandel, maar niet voor de rol van de pausen zelf daarin. Tijdens zijn bezoek aan Gorée Island in Senegal in 1992, eeuwenlang een van de bekendste centra van de Atlantische slavenhandel in West-Afrika, noemde Johannes Paulus II slavernij “een tragedie van een beschaving die zichzelf christelijk noemde”.
Maar Leo XIV gaat verder. Zijn encycliek verschuift de discussie van individuele schuld naar institutionele verantwoordelijkheid. En precies daarin ligt de historische betekenis voor het Caribisch deel van het Koninkrijk.
Want als de katholieke kerk vandaag erkent dat zij historisch deel uitmaakte van systemen van onderwerping, dan ontstaat onvermijdelijk ook ruimte voor een kritischer herlezing van de rol van de kerk op onze eilanden:
- de rol van missionering binnen koloniale ordehandhaving;
- de disciplinering van de zwarte bevolking;
- de marginalisering van Afro-Creoolse spiritualiteit;
- en de positie van invloedrijke geestelijken zoals Martinus Joannes Niewindt binnen die koloniale werkelijkheid.
En precies daarom is deze encycliek historisch nieuws van de eerste orde.
Bob Harms is cultuuronderzoeker en schrijver.
