Bonaire

COLUMN – Bericht uit Bonaire

In de zondagse estafette-rubriek ‘Bericht uit…’ belichten columnisten uit de Caribische delen van het Koninkrijk bij toerbeurt de kanten van hun eiland waarvan zij vinden dat die de aandacht van alle koninkrijksburgers verdienen. Vandaag komt het bericht uit Bonaire.

Bonaire lam gesust door bureaucratie

Door Burney el Hage

Wie de stroom aan rapporten, waarschuwingen en aanbevelingen over Bonaire de afgelopen jaren heeft gevolgd, kan maar moeilijk tot een andere conclusie komen: Nederland doet niet genoeg. Niet omdat er niets wordt gezegd, integendeel. Juist zeer gezaghebbende instituties hebben herhaaldelijk gewezen op ernstige tekortkomingen in beleid, bescherming en uitvoering over onderwerpen die direct raken aan het welzijn en welbehagen van de Bonairiaanse bevolking. Het pijnlijke is dat de analyses al lang op tafel liggen, maar de doorwerking in het dagelijks leven van burgers uitblijft.

De Nationale Ombudsman wees op hardnekkige problemen rond armoede en de vuilstortplaats Lagun, gebrekkige dienstverlening en medische uitzendingen in Caribisch Nederland. De Algemene Rekenkamer stelde recent vast dat Caribisch Nederland, waaronder Bonaire, kwetsbaar blijft doordat strategische voorraden en duidelijke verantwoordelijkheden ontbreken. Greenpeace en de rechter hebben de Nederlandse Staat inmiddels met nadruk gewezen op het feit dat Bonaire onvoldoende wordt beschermd tegen klimaatverandering. De Raad voor de Rechtshandhaving waarschuwde opnieuw dat de rechtshandhaving in Caribisch Nederland structureel onder druk staat. En ook de Gezondheidsraad, samen met de Wetenschappelijke Klimaatraad, maakte duidelijk dat de gezondheidsrisico’s voor Caribisch Nederland groter en urgenter zijn dan in Europees Nederland en dat daar structurele prioriteit voor nodig is.

Toch zou het te eenvoudig zijn om het verhaal uitsluitend te vertellen als een kwestie van Haagse onwil. Er is namelijk óók geld vrijgemaakt. Voor meerdere trajecten ter verbetering van welzijn, leefomgeving, infrastructuur, zorg en sociale ontwikkeling zijn middelen beschikbaar gesteld, vaak via bijzondere uitkeringen. Maar tussen allocatie en realisatie gaapt op Bonaire een steeds dieper wordende kloof. Middelen worden toegekend, plannen worden aangekondigd, trajecten worden opgestart — en vervolgens stokt de uitvoering. Er komt geen enkel schot in de concrete acties die burgers zouden moeten voelen.

Daarmee komen we bij de kern van het probleem: gebrek aan uitvoeringsvermogen en een doorgeslagen bureaucratie hebben Bonaire lam gesust. Naar verluidt wachten er projecten ter waarde van om en nabij de 100 miljoen Amerikaanse dollar (aan bijzondere uitkeringen), nog steeds op daadwerkelijke executie c.q. uitvoering. Dat is niet slechts een administratief vraagstuk; het is een bestuurlijk falen met tastbare maatschappelijke gevolgen. Achter elk vertraagd dossier schuilen immers woningen die niet worden verbeterd of gebouwd, buurten die niet veiliger worden, zorg die niet toegankelijker wordt en kansen die niet worden verzilverd.

Dat falende uitvoeringsvermogen is op een klein eiland als Bonaire bovendien niet moeilijk te verklaren. Het ambtelijk apparaat moet concurreren om schaarse, kwalitatief sterke krachten te werven en vast te houden. Dat is al ingewikkeld genoeg. Maar zelfs wanneer capabele mensen op complexe dossiers worden gezet, doemt een tweede bottleneck op: de onvermijdelijke kleinschaligheid van de gemeenschap. In een omgeving waar iedereen elkaar kent, waar relaties door elkaar lopen en waar bestuurlijke afstand moeilijk te organiseren is, ontstaat al snel vertraging, terughoudendheid of ineffectiviteit. Het bekende “ons kent ons” is niet slechts een cultureel gegeven, maar ook een bestuurlijk risico.

Mocht je het tweede knelpunt overwinnen, stuit je op de “moeder van alle kwaad”: de inrichting van de uitvoeringsorganisatie van het OLB. Door het grote aantal commissies en projectmanagers ontbreekt het aan overzicht, sturing en duidelijke verantwoordelijkheid.

De commissies en projectmanagers opereren bovendien onvoldoende onder aansturing van de politiek verantwoordelijken, de gedeputeerden. Omdat niemand echt eigenaar is van het geheel, voelt ook niemand zich verantwoordelijk voor het behalen van concrete resultaten.

  • Er is te veel versnippering in taken en verantwoordelijkheden.
  • Het ontbreekt aan centrale regie en eigenaarschap.
  • Daardoor raken prioriteiten uit beeld en blijft besluitvorming steken.

Het gevolg is een ineffectieve organisatie en groeiende frustratie onder burgers. Zij wachten soms maanden of zelfs jaren op voorzieningen, of krijgen lange tijd geen reactie op hun aanvraag.

De oplossing ligt daarom niet in de hoek van “business as usual”. Nog een overlegstructuur, nog een proceslaag of nog een coördinatietafel gaat het eiland niet vooruithelpen. Wat nodig is, is een nieuwe, moderne en effectieve uitvoeringsmodaliteit: minder verkokerd, resultaatgerichter en waar nodig op afstand van het bestaande ambtelijke apparaat georganiseerd. Niet om de lokale overheid te passeren, maar om haar te ontlasten en haar zwakke plekken tijdelijk of structureel te compenseren.

Bonaire heeft geen gebrek aan rapporten, analyses of goede bedoelingen. Bonaire heeft gebrek aan uitvoering. Zolang Den Haag en het eilandbestuur die realiteit niet onder ogen zien, zal de burger blijven wachten op verbeteringen die op papier allang zijn toegezegd.

error: Deze inhoud mag niet gekopieerd worden.