Den Haag – Nederland gaat met de regeringen van Curaçao en Sint Maarten in gesprek over “uitvoerbare afspraken om de nog lopende leningen uit 2010 af te lossen.” Dat meldt staatssecretaris van Koninkrijksrelaties Eric van der Burg in een brief aan de Tweede Kamer waarin hij reageert op het verslag van het Interparlementair Koninkrijksoverleg dat in februari op Aruba is gehouden. De gesprekken vinden plaats in het kader van “toekomstbestendige overheidsfinanciën”, maar wat dat precies inhoudt wordt niet duidelijk uit de brief.
Reactie Van der Burg op IpKo-verslag
Geopolitieke situatie Koninkrijk
In de Beleidsbrief Koninkrijksrelaties heeft het kabinet opgenomen dat de samenwerking met de landen op het gebied van defensie, buitenlandse betrekkingen en veiligheid conform de verantwoordelijkheden uit het Statuut gericht voort wordt gezet en versterkt waar nodig. Zo wordt in nauwe samenwerking met Aruba, Curaçao en Sint Maarten verder gewerkt aan het versterken van de weerbaarheid tegen crisis samenhangend met onder andere geopolitieke ontwikkelingen, waaronder het in kaart brengen van de belangrijkste kwetsbaarheden.
Het kabinet is zich er daarbij van bewust dat de eilanden sterk afhankelijk zijn van goederen- en voedselimport, waarbij circa 50% of meer van de import afkomstig is uit de Verenigde Staten. Het gewijzigde handelsbeleid van de Verenigde Staten en de onrust in het voorjaar van 2026 rondom de Straat van Hormuz hebben de druk op maritieme logistieke ketens vergroot en de kwetsbaarheid van de eilanden nadrukkelijk zichtbaar gemaakt. Ook recente spanningen tussen de Verenigde Staten en Venezuela hebben laten zien hoe geopolitieke ontwikkelingen directe gevolgen kunnen hebben voor de bereikbaarheid, bevoorrading en economische stabiliteit van het Caribisch deel van het Koninkrijk.
Tegen deze achtergrond houden de autonome landen, Bonaire, Sint Eustatius en Saba en de betrokken ministeries in Europees Nederland in een gezamenlijke werkgroep de situatie nauwlettend in de gaten. Daarbij wordt tevens gewerkt aan een verkenning naar mogelijkheden voor handelsdiversificatie, het versterken van regionale verbindingen en het vergroten van de economische en logistieke weerbaarheid van de eilanden. Hiermee beoogt het kabinet de afhankelijkheid van kwetsbare internationale aanvoerketens te verminderen en de continuïteit van essentiële goederenstromen beter te waarborgen.
Financiële verhoudingen in het Koninkrijk
In het kader van toekomstbestendige overheidsfinanciën zal met Curaçao en Sint Maarten in gesprek worden getreden over uitvoerbare afspraken om de nog lopende leningen uit 2010 af te lossen en wordt met Aruba gewerkt aan de Rijkswet houdbare overheidsfinanciën Aruba (HOFA). Dit wetsvoorstel ligt nu ter advies bij de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk. Na ontvangst van het advies volgt een gezamenlijk nader rapport van Aruba en Nederland.
Toekomst van de luchtvaart en interconnectiviteit in het Koninkrijk
Uit de afsprakenlijst volgt dat de IPKO-delegaties een presentatie hebben gehad over de modernisering van de luchthaven van Aruba en de pogingen die zijn gedaan om vluchttarieven voor vluchten tussen Bonaire, Curaçao en Sint Maarten te verlagen. De delegaties onderstrepen daarbij het grote belang van goede connectiviteit naar en tussen de eilanden binnen het Koninkrijk. Dit belang ziet zowel op verbindingen door de lucht als over zee.
Goede interconnectiviteit is van essentieel belang voor de economische ontwikkeling van de eilanden, in het bijzonder met het oog op toerisme en onderlinge handel. Daarnaast zijn betrouwbare en betaalbare verbindingen noodzakelijk voor de toegang tot voorzieningen, zoals onderwijs en zorg, en voor het onderhouden van persoonlijke en familiale relaties tussen inwoners van de verschillende eilanden.
Het kabinet constateert dat de luchtvaart en interconnectiviteit sterk verweven zijn tussen de autonome landen en Caribisch Nederland. Tegelijkertijd dwingen nationale en internationale wet- en regelgeving, waaronder regels ten aanzien van staatssteun, marktwerking en luchtvaartverdragen, tot terughoudendheid bij het verlenen van financiële steun of het afdwingen van verbindingen.
Het kabinet acht het van belang dat het gesprek over de mogelijkheden van een PSO-constructie in de luchtvaart en de toekomst van de veerverbindingen tussen Sint Eustatius, Saba en Sint Maarten wordt voortgezet, gezien de belangrijke opgaven die daar liggen op het gebied van bereikbaarheid en toegankelijkheid. Tegelijkertijd ziet het kabinet ook op de benedenwindse eilanden zorgen over de betaalbaarheid van verbindingen, ondanks dat daar geen sprake is van een marktverstoring en de kleinschaligheid van de markt een belangrijke factor blijft.
Het kabinet vindt het daarom verder van belang dat de gesprekken die reeds met betrokkenen plaatsvinden, onder meer vanuit Nederland met vertegenwoordigers van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, worden voortgezet. Daarbij dient aandacht te blijven bestaan voor de verschillende onderdelen die van belang zijn voor de toekomst van de luchtvaart en interconnectiviteit binnen het Caribisch deel van het Koninkrijk, waaronder luchtverkeersleiding, veiligheidseisen, landingstarieven en de betaalbaarheid en continuïteit van verbindingen.
Cybersecurity Awareness
Uit de afsprakenlijst volgt dat in het kader het agendapunt Cybersecurity Awareness het IPKO een presentatie heeft ontvangen van het hoofd van de Arubaanse Veiligheidsdienst, dat is gesproken over de Veiligheidsstrategie voor het Koninkrijk der Nederlanden, en dat is gesproken over de samenwerking en wens voor een gemeenschappelijk juridisch kader voor dataprotectie in het Koninkrijk (onder meer zoals neergelegd in Conventie 108+ van de Raad van Europa).
In het kader van verwerken, delen en uitwisselen van informatie en gegevens wordt nauw samengewerkt binnen het Koninkrijk waarbij harmonisatie van bescherming persoonsgegevens een belangrijke pijler is. Het traject om te komen tot een Koninkrijksbrede harmonisatie voor de bescherming van persoonsgegevens is een terugkerend onderwerp op het Justitieel Vierpartijenoverleg.
Vergrijzing en ontgroening
Het kabinet constateert dat vergrijzing en ontgroening grote maatschappelijke en economische opgaven vormen voor de Caribische delen van het Koninkrijk. De demografische ontwikkelingen hebben gevolgen voor de houdbaarheid van de sociale zekerheid en de zorg, de inrichting en toegankelijkheid van het onderwijs, de beschikbaarheid van voldoende arbeidskrachten en uiteindelijk ook voor de houdbaarheid van de overheidsfinanciën van de eilanden. De beperkte schaal van de eilanden maakt deze ontwikkelingen extra voelbaar en vergroot de kwetsbaarheid van publieke voorzieningen en economische sectoren.
In Caribisch Nederland heeft de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen Caribisch Nederland 2050 hierover advies uitgebracht in het rapport Gerichte groei. Het kabinet acht het van groot belang dat de analyses, ervaringen en mogelijke beleidsmaatregelen die in Europees Nederland en Caribisch Nederland worden ontwikkeld, actief worden gedeeld met de autonome landen binnen het Koninkrijk, en vice versa. De demografische ontwikkelingen op de eilanden beïnvloeden elkaar immers wederzijds, mede door migratiestromen, economische verwevenheid en regionale arbeidsmobiliteit. Tegelijkertijd blijven de landen en Caribisch Nederland in de toekomst op elkaar aangewezen bij het in stand houden van voorzieningen en economische ontwikkeling.
Op diverse terreinen vindt reeds samenwerking plaats tussen de eilanden en de landen binnen het Koninkrijk. Onderwijs vormt hiervan een belangrijk voorbeeld, onder meer waar het gaat om uitwisseling van studenten, de beschikbaarheid van onderwijsvoorzieningen en samenwerking tussen onderwijsinstellingen. Het kabinet ziet meerwaarde in het verder versterken van deze samenwerking en kennisuitwisseling, zodat gezamenlijk kan worden gewerkt aan toekomstbestendige oplossingen voor de gevolgen van vergrijzing en ontgroening binnen het gehele Koninkrijk.
Klimaatadaptatie en -verandering
Uit de afsprakenlijst komt naar voren dat het IPKO een presentatie heeft ontvangen over klimaatadaptatie en -verandering waarbij is ingegaan op de impact van de uitspraak van 28 januari 2025 van de rechtbank Den Haag in de door Greenpeace Nederland aangespannen procedure tegen de Nederlandse Staat over klimaatverandering op Bonaire.
Bij brief van 10 april 2026 heeft de minister van Klimaat en Groene Groei, mede namens de minister van Infrastructuur en Waterstaat en de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, uw Kamer geïnformeerd dat het kabinet op basis van een zeer zorgvuldige weging tot de conclusie is gekomen dat er zwaarwegende (juridische) redenen zijn voor het laten toetsen van de uitspraak door het gerechtshof Den Haag. De Kamer wordt uiterlijk met Prinsjesdag 2026 nader geïnformeerd over de stand van zaken van de uitvoering van de uitspraak van de rechtbank.
