Den Haag – De regeringen van Curaçao en Sint Maarten zijn niet geïnteresseerd in een analyse van de voor- en nadelen van de UPG-status ten opzichte van de huidige LGO-status. Aruba heeft wel interesse getoond.
Dat kan worden opgemaakt uit een brief die staatssecretaris van Koninkrijksrelaties Eric van der Burg vandaag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd ter voorbereiding op de commissiedebatten van 27 mei over de BES-eilanden en 28 mei over de CAS-landen. Om de analyse is per motie door de Kamer gevraagd. Het onderzoek bevindt zich op dit moment in de afrondende fase, schrijft Van der Burg. De status van UPG betekent volledige integratie in de Europese Unie met alle voorrdelen (o.a. subsidies) en nadelen (bureaucratie) die daar bij horen.
De brief maakt ook duidelijk dat de ambitie van Curaçao om op grote schaal groene waterstof te gaan produceren en te exporteren financieel niet haalbaar is. Hetzelfde geldt voor de wens een offshore windmolenpark te realiseren.
Kamerbrief staatssecretaris Van der Burg
- Bonaire, Saba en Sint Eustatius
Kabinetsreactie Periodieke Rapportage artikel 4 Begrotingshoofdstuk IV
Op 11 februari jl. heeft uw Kamer de Periodieke rapportage over de periode 2016-2023 ontvangen over artikel 4 van het Begrotingshoofdstuk Koninkrijksrelaties (“Bevorderen sociaaleconomische structuur”). De uitkomsten en aanbevelingen van de Periodieke Rapportage worden nader bestudeerd en besproken met betrokkenen, zoals de vakdepartementen in Den Haag en het bestuur in Caribisch Nederland en de Caribische Landen. Het kabinet verwacht eind 2026 met een kabinetsreactie te komen op de aanbevelingen van het rapport. Bij de kabinetsreactie wordt ook de motie Bruyning (NSC) betrokken die de regering verzoekt om een plan op te stellen om efficiënter interdepartementaal te gaan samenwerken wat betreft zaken die de Caribische delen van het Koninkrijk aangaan.
Toezegging debat Bestaanszekerheid d.d. 23 april jl: Kamer informeren over economische plannen Saba en Sint Eustatius
Tijdens het debat Bestaanszekerheid van 23 april jl. vroeg lid de Beer (VVD) naar de economische plannen van Saba en Sint Eustatius. Zoals benoemd in de Voortgangsbrief Economische Ontwikkeling en Zelfredzaamheid Caribische delen van het Koninkrijk, zijn de economische ontwikkelstrategieën van Saba en Sint Eustatius in het voorjaar opgeleverd aan de openbare lichamen. Het is nu aan de Bestuurscolleges van beide eilanden om de strategieën vast te stellen en te beginnen met de implementatie. Het Rijk ondersteunt indien gewenst de eilanden hierbij. Hetzelfde geldt voor Bonaire, die middels haar eigen traject genaamd Vishon 2050 ook werkt aan economische ontwikkeling. Ik zal uw Kamer in het najaar, conform eerdere toezegging, informeren over de stand van zaken en voortgang omtrent economische ontwikkeling voor alle eilanden van de Caribische delen van het Koninkrijk. Hierin zal ik tevens de samenhang van het in het Coalitieakkoord benoemde Economisch Groeiplatform Carib voor alle zes de eilanden meenemen. Ik ben voornemens de Kamer periodiek te informeren over economische ontwikkeling in de Caribische delen van het Koninkrijk en hierin zal ik de economische plannen van Saba en Sint Eustatius meenemen. Daarmee wordt aan bovengenoemde toezegging voldaan.
Toezegging debat Bestaanszekerheid d.d. 23 april jl: Kamer informeren over dubbele belasting op invoer voedsel naar Saba en Sint Eustatius
Tijdens het debat Bestaanszekerheid van 23 april jl. vroeg lid Tseggai (GL-PvdA) naar de dubbele belastingen op de invoer van vers voedsel naar Saba en Sint Eustatius. Ik heb uw Kamer toegezegd nog terug te komen op deze vraag. Graag benadruk ik dat het hier niet gaat om dubbele belasting, maar om enerzijds een 5% omzetbelasting die de ondernemer op Sint Maarten is verschuldigd wanneer goederen worden verkocht en anderzijds om de Algemene Bestedingsbelasting (ABB) wanneer deze goederen de haven van Saba of Sint Eustatius binnenkomen. De omzetbelasting die Sint Maarten heft is een aangelegenheid van het land Sint Maarten. Overigens zijn veel eerste levensbehoeften vrijgesteld van zowel de omzetbelasting op Sint Maarten als de ABB en vindt in zijn geheel dus geen belastingheffing plaats. Recent heeft de staatssecretaris van Financiën een brief van het openbaar lichaam Bonaire beantwoord over een tijdelijke verlaging van accijns en ABB omwille van de geopolitieke situatie. In deze brief wordt tevens benadrukt dat de verwachte impact van een aanpassing van de ABB beperkt is, waarbij het ook de vraag is of de verlaging daadwerkelijk wordt doorberekend aan de consument. Om de effecten van de huidige geopolitieke ontwikkelingen zo goed mogelijk te mitigeren, heeft het kabinet verschillende maatregelen gepresenteerd in het maatregelenpakket Acties Weerbaarheid Energieschok. Ik vertrouw erop dat ik met deze informatie aan de toezegging heb voldaan.
- Curaçao, Aruba en Sint Maarten
Motie Ceder (CU) en Bamenga (D66) over hernieuwd overleg met Curaçao inzake havenontwikkeling, groene waterstof, circulaire industrie en duurzame logistiek
Tijdens het Commissiedebat Economische Ontwikkeling en Zelfredzaamheid Caribische delen van het Koninkrijk op 16 april jl. is bovenstaande motie ingebracht en is het kabinet verzocht om in hernieuwd overleg te treden met de regering van Curaçao over de haven, groene waterstof, circulaire industrie en duurzame logistiek. Door Curaçao en de Nederlandse overheid is, met ondersteuning van TNO en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), onderzocht in hoeverre groene waterstof kan bijdragen aan de toekomstige energievoorziening van het eiland en welke rol eventuele export daarbij zou kunnen spelen. Uit deze verkenning blijkt dat de huidige investeringskosten voor productie, opslag en transport in de huidige fase van technologische en marktontwikkeling relatief hoog zijn. Daarnaast brengen export naar bijvoorbeeld Europees Nederland en conversieprocessen aanvullende kosten en energieverliezen met zich mee. Ten aanzien van offshore wind is geconstateerd dat toepassing op grotere waterdiepten in de huidige fase nog beperkt toepasbaar is dan wel hoge kosten kent. Ontwikkelingen op het gebied van drijvende offshore wind worden op de langere termijn gevolgd. Op basis hiervan is het advies om prioriteit te geven aan het versterken en verduurzamen van de basisinfrastructuur van het energiesysteem van Curaçao, waaronder duurzame opwek, netversterking en modernisering van de energie-infrastructuur. Hiermee wordt een robuuste basis gelegd voor de verdere energietransitie.
Daarnaast wordt, in lijn met eerdere voortgangsbrieven en mede in het licht van actuele geopolitieke ontwikkelingen, samen met de eilanden verkend hoe regionale handel, havenontwikkeling en duurzame logistiek verder kunnen worden versterkt. Deze strategie sluit aan bij de bredere economische samenwerking binnen het Koninkrijk. Hierbij wordt ook, mede op basis van de gesprekken met de Europese Commissie tijdens het LGO-Forum in Aruba, bezien op welke wijze ondersteuning in het kader van de Global Gatewaystrategie van de EU kan bijdragen aan deze ontwikkeling. Over de uitkomsten van het LGO-forum wordt uw Kamer nog voor het debat separaat geïnformeerd. Met deze gezamenlijke vervolgafspraken met Curaçao vertrouw ik erop dat ik uw Kamer voldoende heb geïnformeerd over de motie Ceder (CU) en Bamenga (D66).
- Koninkrijksbreed
Motie White (GL-PvdA) over kwijtschelding studieschuld Caribisch deel van het Koninkrijk
De motie van het lid White (GL-PvdA)verzoekt het kabinet om in overleg met de eilanden te onderzoeken of het mogelijk is om een deel van studieschuld kwijt te schelden wanneer mensen na het afronden van hun studie zich voor een minimale periode vestigen op één van de eilanden van het Caribisch deel van het Koninkrijk. Dit als doel om het aantrekkelijker te maken voor jongeren om na hun studie weer terug te verhuizen naar een van de eilanden. Voor nieuwe medewerkers van de Rijksdienst Caribisch Nederland (RCN) bestaat de Regeling overname studieschuld BES. Deze regeling verschaft nieuwe medewerkers, die vóór hun aanstelling als werknemer bij de RCN in Europees Nederland of in een ander land wonen en bereid zijn om zich in het Caribisch deel van Nederland te vestigen, een toelage voor het aflossen van studieschuld. Om in aanmerking te komen voor de toelage zijn er meerdere criteria. Het is vereist dat de schuld bij de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) is en dat het een studieschuld betreft voor een middelbare beroepsopleiding, hogere beroepsopleiding of universitaire studie welke met een goed gevolg is afgesloten. Dit betreft een arbeidsvoorwaarde en geen regeling vanuit de studiefinanciering. Werkgevers in de publieke en de private sector zijn vrij om hun eigen arbeidsvoorwaarden te bepalen. Het staat werkgevers, ook buiten het Rijk, dan vrij om regelingen door te voeren die het makkelijker maken om de studieschuld van hun werknemer af te lossen of om andere regelingen aan te bieden die het aantrekkelijk maken om terug te keren naar Caribisch Nederland. Ik constateer daarom dat werkgevers zelf over de optie beschikken om kwijtschelding van studieschuld mogelijk te maken via een eigen arbeidsvoorwaardenpakket en dat hiermee aan de motie voldaan is.
Motie White (GL-PvdA) en Paternotte (D66) over de voor- en nadelen van een LGO- en UPG-status
In de zomer van 2024 is de motie White (GL-PvdA) en Paternotte (D66) over het maken van een analyse van de voor- en nadelen van een LGO- en UPG-status aangenomen. De motie maakt onderscheid tussen de BES-eilanden en de Landen. Met beiden wordt afgestemd, waarbij de Landen alleen worden betrokken in het onderzoek als zij dit zelf willen. Aruba heeft positief op het voorstel gereageerd, terwijl Curaçao en Sint Maarten aan hebben gegeven niet betrokken te willen worden bij het onderzoek. De motie verzoekt begin 2025 de analyse aan de Kamer te doen toekomen. Dit heeft door de benodigde afstemming vertraging opgelopen. Het onderzoek is op dit moment in de afrondende fase en zal voor het zomerreces met uw Kamer worden gedeeld.
Ten slotte loopt momenteel het onderzoek van de Universiteit van Curaçao (UOC) onder kiesgerechtigden voor de Europese Parlementsverkiezing naar de mogelijke drempels die zij ervaren om zich te registreren als kiezer en/of hun stem uit te brengen. Vanwege de vervroegde Tweede Kamerverkiezing eind 2025 is besloten het onderzoek naar de opkomst en kiezersregistratie voor de Europees Parlementsverkiezingen in de Caribische delen van het Koninkrijk uit te stellen. Zoals benoemd in de beantwoording van de vragen inzake het verslag van de EU-rapporteurs in december 2025, is de verwachting dat de resultaten van dit onderzoek in de tweede helft van 2026 met de Kamer gedeeld kunnen worden.
