Den Haag – Op papier erkent de minister van Justitie en Veiligheid David van Weel in zijn beleidsbrief de noodzaak de rechtshandhavingsketen in Caribisch Nederland fors te versterken. Maar of de urgentie tot hem is doorgedrongen valt te betwijfelen. Zijn reactie op een alarmerend rapport van de Raad voor de Rechtshandhaving uit 2024 beperkt zich vooralsnog tot schone weinig concrete voornemens, blijkt uit een nieuwe publicatie van de Raad.
Er is de afgelopen onvoldoende geanticipeerd op de oorzaken van de in 2024 geconstateerde knelpunten die de rechtshandhaving op de BES-eilanden, maar met name op Bonaire, onder grote druk zetten: sterke bevolkingsgroei door immigratie, toenemend toerisme, gebrekkige infrastructuur, onvoldoende sociale voorzieningen en de gebrekkige toerusting van de organisaties in de justitiële keten. Het uitblijven van concrete maatregelen zorgt er voor dat er nog steeds een groot en onmiskenbaar risico voor de stabiliteit en veiligheid van de eilanden bestaat.
“De bescherming van de rechtsorde in het Caribisch deel van het Koninkrijk vereist een samenhangend stelsel van uitvoering, toezicht en bestuurlijke verantwoordelijkheid. In een regio waar geopolitieke spanningen, ondermijnende criminaliteit en bestuurlijke kwetsbaarheid samenkomen, is rechtsstatelijke weerbaarheid van strategisch belang. Een goed toegeruste justitieketen vormt de ruggengraat van deze weerbaarheid. De Raad roept de ministers dan ook andermaal en met klem op om justitieorganisaties financieel en capacitair toekomstbestendig in te richten. De Raad acht het van belang dat de ingezette beleidsvoornemens worden vertaald in uitvoerbare en concrete maatregelen met een duidelijk tijdpad, zodat de geconstateerde kwetsbaarheden in de rechtshandhaving tijdig en daadwerkelijk worden verminderd”, aldus de hoofdboodschap van de Raad.
Een van de aanbevelingen
De Raad beveelt aan op korte termijn te komen tot een meer structurele en integrale aanpak van jeugdcriminaliteit in CN, met een beter gezamenlijk zicht op aard en omvang van de problematiek en een sluitende samenwerking tussen betrokken organisaties. Daarbij is het van belang dat vroegsignalering, passende interventies en nazorg in samenhang worden georganiseerd, zodat escalatie en herhaald delinquent gedrag zoveel mogelijk worden voorkomen. Een dergelijke integrale aanpak vereist centrale regie. Dit kan bijdragen aan een duurzame versterking van de rechtshandhaving en het voorkomen van verdere verharding onder jongeren. De Raad spoort de minister hierbij aan in dit kader tevens oog te hebben voor de situatie op Sint Eustatius en Saba, die zich ten opzichte van Bonaire in een achtergestelde positie bevinden
