Den Haag – Getuigen van integriteitsschendingen (onder wie klokkenluiders) op Bonaire, Sint Eustatius en Saba doen daar vaak geen melding van, onder meer uit angst voor represailles en een gebrek aan vertrouwen dat meldingen tot actie leiden.
Een gebrek aan voorbeeldgedrag van bestuurders en politieke beïnvloeding ondermijnt de integriteitscultuur, wat demotiveert om te melden. Dat geldt niet alleen voor ambtenaren, maar ook voor bedrijven en burgers. En als iemand een melding doet leidt dat vaak tot niets door een gebrek aan prioriteit, leiderschap en organisatorisch draagvlak.
Dat staat te lezen in het rapport ‘Integere bescherming’ van het onderzoeksbureau SEO dat staatssecretaris van Koninkrijksrelaties vandaag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.
Kamerbrief staatssecretaris Van der Burg
Hierbij stuur ik u het onderzoek, uitgevoerd door SEO Economisch Onderzoek (hierna: SEO), naar het beter beschermen van melders van integriteitsschendingen (waaronder klokkenluiders) in Caribisch Nederland. Dit onderzoek is in opdracht van mijn ministerie uitgevoerd in het kader van de Agenda Goed Bestuur Caribisch Nederland. In de Agenda Goed Bestuur geef ik weer op welke wijze ik, in nauwe samenwerking met de eilandsbesturen van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, momenteel werk aan goed bestuur in Caribisch Nederland, wat hierbij de inzet is en welke mijlpalen en resultaten hierbij horen. Hierbij is het overkoepelende doel om in te zetten op een goed presterende, integere en weerbare overheid. Het onderzoek van SEO is onderdeel van de pijler ‘aanpak van integriteitsschendingen en het vergroten van de weerbaarheid van de rechtsstaat’ en de integriteitsaanpak die hierin is verankerd.
Het rapport beschrijft hoe de bescherming van melders van integriteitsschendingen (waaronder klokkenluiders) in Caribisch Nederland is geregeld, wat de lokale wensen en behoeften zijn en welke maatregelen er genomen kunnen worden om melders in de toekomst beter te beschermen. De onderzoeksresultaten zijn gebaseerd op inzichten uit eerdere onderzoeken alsook op interviews die de onderzoekers op Bonaire, Sint Eustatius en Saba hebben gehouden.
In de eerste plaats toont het rapport aan dat er in Caribisch Nederland minder wettelijke kaders zijn dan in Europees Nederland om melders te beschermen. Daarnaast bestaan er onduidelijkheden en lacunes als het gaat om procedures voor meldingen over leden van het bestuurscollege en de gezaghebber. Het rapport concludeert verder dat er over het algemeen weinig meldingen van integriteitsschendingen worden gedaan op Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Er bestaat een grote terughoudendheid om daadwerkelijk een melding te doen. De kleinschaligheid, angst voor represailles, een cultuur van terughoudendheid en een gebrek aan vertrouwen dat meldingen tot actie leiden spelen hierbij een rol, aldus de onderzoekers.
Tegelijkertijd bestaat er breed draagvlak op de eilanden om melders beter te beschermen. De kleinschaligheid van de eilanden maakt het onwenselijk en onhaalbaar om alle wetgeving zoals die in Europees Nederland bestaat voor het beschermen van melders van integriteitsschendingen (inclusief klokkenluiders) over te nemen. Er kunnen meer resultaten worden geboekt door in te zetten op preventief beleid (het voorkomen van meldingen), heldere en uitvoerbare kaders, duidelijke meldprocedures, ondersteuning en cultuurverandering.
Deze inzet op preventief beleid wordt in het rapport uitgewerkt in een groeimodel waarbij vier verschillende ontwikkelingsfasen worden onderscheiden met een looptijd tot en met 2028/2029 (ad hoc, in ontwikkeling, ontwikkeld en optimaal). Op vier terreinen worden concrete aanbevelingen gedaan waarbij rekening wordt gehouden met dit groeimodel.
- Investeer in preventie en een gedeeld kader
Hierbij adviseert SEO om in te zetten op actuele gedragscodes, frequente communicatie, verplichte trainingen voor medewerkers en leidinggevenden, waarbij er onder andere aandacht is voor ethisch leiderschap, sociale veiligheid en betere screening van bestuurders.
- Versterk de wettelijke bescherming van melders
SEO adviseert om wettelijk te regelen dat overheidswerkgevers verplicht worden gesteld om een eigen integriteitsbeleid te voeren (gedragscode, meldpunt, onderzoeksprotocol), aangevuld met het instellen van een expliciet benadelingsverbod voor de ambtenaren van de openbare lichamen.
- Versterk de onafhankelijke positie van de integriteitsbureaus van de openbare lichamen
Hierbij stelt het rapport dat integriteitsbureaus van de openbare lichamen hoger in de organisatie zouden moeten worden gepositioneerd, het liefst onder de directe verantwoordelijkheid van de gezaghebber. Daarnaast wordt aanbevolen om een onafhankelijke commissie in te stellen die adviseert over onderzoek en besluitvorming inzake integriteit.
- Versterk de samenwerking tussen integriteitsbureaus op verschillende eilanden
Er wordt gesteld dat door structureel overleg, capaciteitsdeling en gezamenlijke professionalisering de integriteitsbureaus van de openbare lichamen beter zouden kunnen functioneren. Een overkoepelende entiteit, een soort bureau integriteit Caribisch Nederland, is op korte termijn niet haalbaar omdat de integriteitsbureaus momenteel nog volop in ontwikkeling zijn. Dit kan wel op een later moment overwogen worden.
Dit rapport past binnen de integriteitsaanpak zoals die naar aanleiding van het rapport van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC) naar ambtelijk-bestuurlijke integriteit is geformuleerd. In die beleidsreactie is destijds aangegeven dat de analyse in het WODC rapport richtinggevend is bij het versterken van integriteit op de eilanden. Het WODC signaleerde in het rapport kwetsbaarheden in de ambtelijke en bestuurlijke integriteit op Bonaire, Sint Eustatius en Saba waarbij oneigenlijk gebruik van bevoegdheden – door zowel ambtenaren en bestuurders – veel leek voor te komen. Het WODC constateerde tegelijkertijd in het rapport dat deze kwetsbaarheden over het algemeen niet resulteerden in strafbare feiten, zoals corruptie en fraude. In de integriteitsaanpak behorende bij de Agenda Goed Bestuur Caribisch Nederland werkt mijn ministerie momenteel samen met de eilandsbesturen van Bonaire, Sint Eustatius en Saba om extra waarborgen te creëren om integriteit te versterken. Daarbij is mijn ministerie verantwoordelijk voor het scheppen van wettelijke kaders en bestuurlijke randvoorwaarden voor integriteit en zijn de eilandsbesturen zelf verantwoordelijk voor het realiseren van het integriteitsbeleid. Ik ondersteun de eilanden hierbij. Zo worden dit jaar inkoop- en aanbestedingsprocedures door de openbare lichamen vastgelegd en wordt ingezet op het versterken van bestuurlijke integriteit. Ook wordt voorzien in periodieke monitoring van integriteit. De Monitor Integriteit en Veiligheid Caribisch Nederland zal dit jaar voor het eerst worden uitgevoerd. Ook wordt gewerkt aan de voorbereiding van adequate wettelijke kaders die integriteit versterken, zoals de Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Bibob) in Caribisch Nederland.
Deze integriteitsaanpak is zoals aangegeven verankerd in de brede aanpak van de Agenda Goed Bestuur Caribisch Nederland. Deze aanpak bestaat uit drie pijlers. Ten eerste, het versterken van de overheden en de verbetering van dienstverlening aan burgers en bedrijven. Ten tweede, het versterken van de instituties en het realiseren van adequate wettelijke kaders en toezicht. Ten derde worden integriteitsschendingen aangepakt en wordt de weerbaarheid van de rechtstaat versterkt. Momenteel vindt de uitvoering en implementatie plaats van deze agenda. In deze agenda is toegezegd om verder te onderzoeken hoe melders van integriteitschendingen (inclusief klokkenluiders) beter kunnen worden beschermd.
Dit onderzoek biedt concrete handvatten om melders beter te beschermen. In het najaar volgt een uitgebreidere reactie aan uw Kamer waarin ik aangeef hoe ik opvolging geef aan de aanbevelingen en het rapport van SEO betrek in de integriteitsaanpak. Ik zal dan tevens inzicht geven in de voortgang van de uitvoering van de Agenda Goed Bestuur Caribisch Nederland en de nieuwe accenten die ik hierin aanbreng.
