Door Brechtje Huiskes en Chun Luk
In januari, in de Klimaatzaak Bonaire, oordeelde de Rechtbank Den Haag dat de Nederlandse Staat niet heeft voldaan aan de positieve verplichtingen die uit artikel 8 EVRM voortvloeien om de levens van de inwoners van Bonaire te beschermen tegen klimaatverandering door een regelgevend kader te bieden en preventieve operationele maatregelen te nemen. Ook oordeelde de rechter dat het verbod op discriminatie van artikel 14 EVRM en artikel 1 van het Twaalfde Protocol bij het EVRM geschonden werden door de Nederlandse Staat.
Deze uitspraak heeft zowel binnen het Koninkrijk (Nederland) als internationaal (VS, VK, Frankrijk) veel aandacht gekregen. Ook in de rechtswetenschappen wordt het gezien als een baanbrekende uitspraak in een reeks van klimaatuitspraken. In de discussies over de klimaatzaak Bonaire bleef evenwel een belangrijk punt onderbelicht, namelijk de toepasselijkheid van het EVRM in Bonaire. Toen het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) in 1954 in werking trad voor Nederland, zullen weinig mensen in ons deel van het Koninkrijk hebben kunnen vermoeden dat het zou uitgroeien tot een zo belangrijk instrument voor rechtsbescherming in de Cariben.
Zoals de naam al aangeeft, betreft het hier immers een Europees verdrag. Het verdrag kwam tot stand op 4 november 1950 in Rome, waar het ook werd ondertekend door Frankrijk, Nederland en het Verenigd Koninkrijk. Staten die zich bij het verdrag aansluiten zijn verplicht om de in het EVRM neergelegde rechten en vrijheden te waarborgen voor iedereen die zich op hun grondgebied bevindt. Aangezien de ondertekening plaatsvond aan het begin van de grootste dekolonisatiegolf, heeft het EVRM in veel voormalige koloniën gegolden, zoals in Botswana, Fiji, Guyana en Singapore. In het Nederlandse deel van het Koninkrijk is het EVRM blijven gelden: vanaf 1955 voor de voormalige Nederlandse Antillen, vanaf 1986 voor Aruba, en vanaf 2010 voor Curaçao, Sint Maarten en de BES-eilanden.
De impact die het EVRM heeft gehad op het Caribische deel van het Koninkrijk mag niet worden onderschat. Zo is de afschaffing van het kroonberoep en de toegang tot een onafhankelijke rechterlijke instantie in bestuursrechtszaken het gevolg van het Benthem-arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM). Ook bereiken zaken vanuit het Caribisch gebied het EHRM. In de Mathew-zaak oordeelde het EHRM dat de levenslange opsluiting van Matthew in Aruba zonder psychiatrische behandeling, waardoor ook vooruitzicht op invrijheidstelling, in strijd was met artikel 3 EVRM.
Een ander voorbeeld is de Corallo-zaak, waarin het EHRM oordeelde dat de detentieomstandigheden van Corallo in het politiebureau van Philipsburg, Sint Maarten, in strijd waren met het verbod op een onmenselijke behandeling uit artikel 3 EVRM. De schadevergoeding die Corallo werd toegekend leidde tot een felle discussie tussen Statenleden en de voormalig Staatssecretaris van Koninkrijkszaken Raymond Knops over de vraag welk land deze kosten moest dragen.
Er wordt ook vaak een beroep gedaan op rechten uit het EVRM bij de rechters in ons deel van het Koninkrijk. De gedocumenteerde uitspraken die publiek beschikbaar zijn via rechtspraak.nl wijzen erop dat het EVRM in 1155 zaken is ingeroepen (op het moment van schrijven). De oudst beschikbare zaak dateert echter pas van 1995, 40 jaar nadat het EVRM in werking trad voor onze eilanden. Er zullen zich dus nog meer parels onder het oppervlak moeten bevinden.
Gezien het belang van het EVRM in ons deel van het Koninkrijk is het enigszins merkwaardig dat de rol van dit verdrag in ons rechtsbestel zeer onderbelicht is. Wetenschappelijk onderzoek naar het EVRM met een Caribische blik is vrij beperkt. Met de wetenschappelijke conferentie ‘Shaping Rights Across Oceans’ die op 29 mei 2026 op de Universiteit van Aruba plaatsvindt, beogen wij het EVRM in de Cariben meer onder de aandacht te brengen. De eendaagse conferentie brengt wetenschappers binnen en buiten het Koninkrijk bij elkaar om aandacht voor en onderzoek naar de interactie tussen het EVRM en de Cariben te stimuleren. Er is enorme ruimte om onderzoek naar het EVRM voor ons Koninkrijk in de wetenschap en de praktijk te intensiveren.
Brechtje Huiskes en Chun Luk zijn wetenschappelijk medewerker aan de Universiteit van Aruba. Zij organiseren samen op 29 mei een inter-Caribische academische conferentie over de impact van het EVRM in de Cariben om meer onderzoek naar de Cariben aan te wakkeren.
Mail voor meer informatie: echr75@ua.aw
