Den Haag – Oud-minister Benny Sevinger (Aruba) is definitief veroordeeld tot 48 maanden gevangenis waarvan 12 voorwaardelijk. De Hoge Raad heeft vandaag bepaald dat zijn verzet tegen de veroordeling door het Hof voor oplichting van het Land, passieve omkoping en verduistering geen hout snijdt. Ook de veroordelingen van zijn twee medeverdachten wegens onder meer het omkopen van de minister blijft in stand. Sevinger was minister van 2009 tot 2017 en daarna Statenlid.
Het Gemeenschappelijk Hof heeft het volgende vastgesteld ten aanzien van de werkwijze aangaande de oplichting. Namens rechtspersonen die in bezit waren van een van de medeverdachten van de minister werden bij de minister aanvragen ingediend voor het verkrijgen van (opties op) erfpachtrechten. De vennootschappen waren ‘leeg’ op het moment van het indienen van de aanvragen en hadden daarom vrijwel geen waarde. Het doel van de medeverdachte was om, zodra de opties waren verleend, de aandelen met hoge winst te verkopen. De rol van Sevinger bestond erin dat hij de aanvragen, ondanks achterstanden in de afhandeling van optieaanvragen van derden, vrijwel meteen voorzag van zijn akkoord. Daarmee trok hij de aanvragen van zijn medeverdachte vóór en voorkwam hij dat de aanvragen ambtelijk zouden worden getoetst aan het geldende beleid.
Verder heeft de minister giften van zijn medeverdachten aangenomen in een periode waarin hij moest beslissen over hun verzoeken tot het toekennen van erfpachtrechten. Ook heeft hij geld van een namens hem beheerde stichting, dat was bedoeld voor zijn verkiezingscampagne, gebruikt voor het bekostigen van een privéreis van zijn echtgenote.
Het Gemeenschappelijk Hof veroordeelde de voormalig minister tot 48 maanden gevangenisstraf, waarvan 12 maanden voorwaardelijk. Verder heeft het Hof de verdachte ontzet van het recht om het ambt van ambtenaar te bekleden en van het recht om verkozen te worden als lid van de algemeen vertegenwoordigde organen, beide voor de duur van zes jaar.
Zijn twee medeverdachten kregen gevangenisstraffen van 30 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk en 24 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk opgelegd. Alle drie stelden tegen deze uitspraken beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De advocaten van Sevinger vroegen de Hoge Raad de veroordeling te vernietigen. In cassatie is geklaagd over de bewezenverklaring van de hem verweten strafbare feiten. Onder meer is aangevoerd dat de minister als vertegenwoordiger van het land Aruba moet worden vereenzelvigd met het Land en het Land dus onmogelijk kan hebben opgelicht.
De Hoge Raad is van oordeel dat de cassatieklachten in alle drie de zaken niet slagen. Hij heeft deze klachten zonder inhoudelijke motivering afgedaan omdat ze niet tot vernietiging van de uitspraken van het Hof kunnen leiden en geen juridische belangrijke nieuwe vragen oproepen die moeten worden beantwoord. Met de uitspraak van de Hoge Raad zijn de veroordelingen en de opgelegde straffen definitief.
