Door René Zwart
Zou de Nederlandse regering ook in beroep zijn gegaan tegen de veroordeling in de Klimaatzaak Bonaire als de door de rechter toegewezen eisen alleen betrekking zouden hebben gehad op Bonaire? Anders gezegd: heeft Greenpeace het eiland om tactische redenen gebruikt om sterker te staan in de strijd over het nationale klimaatbeleid?
Het lijkt erop dat de milieuorganisatie de Bonairianen die de rechtszaak tegen de Staat mede hebben aangespannen voor haar karretje heeft gespannen. Ontdoe het pleidooi van Greenpeace van het juridisch stevig onderbouwde (en moreel gerechtvaardigde) argumenten dat de ministeries ernstig tekortschieten in het beschermen van het Caribische landsdeel tegen klimaatverandering en er rest vanwege de complexiteit een aanklacht die een rechter mede vanwege de politieke lading doorgaans zeer omzichtig zou benaderen. Het staat buiten kijf dat Greenpeace goede/noodzakelijke doelen nastreeft waar overheden te lankmoedig handelen of zelfs de urgentie ontkennen, maar de manier waarop is niet altijd onomstreden.
De advocaten van Greenpeace hebben het slim gespeeld door het eigenlijke doel van de rechtszaak te verpakken in het grote onrecht dat die ‘zielige’ Bonairianen wordt aangedaan, handig inspelend op het (overigens volstrekt legitieme) sentiment dat de Staat zijn zorgplicht jegens de inwoners van Bonaire, Sint Eustatius en Saba op wel meer terreinen dan alleen klimaatadaptatie verwaarloost.
Het is grotendeels, zo niet volledig aan het Bonairiaanse aandeel in de eis te danken dat er zo’n ongekend hard vonnis is geveld: de Staat discrimineert de inwoners van Caribisch Nederland en schendt daarmee hun mensenrechten. En dus was het logisch dat de rechter de regering oplegt net als in Europees Nederland maatregelen te nemen op de BES-eilanden. In de slipstream van die voor de ministeries te overziene opdracht zijn ook andere – in de publiciteit onderbelicht gebleven – veel verdergaande eisen van Greenpeace die niks met Bonaire te maken hebben, toegewezen. De kritiek die de uitspraak oogstte – ook uit juridische kringen – richtte zich op dat laatste, niet op Bonaire.
De toelichting om in beroep te gaan van minister van Klimaat en Groene Groei Stientje van Veldhoven bevestigt dat het niet de voor Bonaire opgelegde plichten zijn die het kabinet als een graat in de keel steken. Sterker nog, zij en vicepremier Dilan Yeşilgöz benadrukten dat het kabinet zich volledig verantwoordelijk voelt om de Bonairianen te verzekeren van een veilige leefomgeving. Terecht: inwoners van Bonaire, Sint Eustatius en Saba dienen ten opzichte van hun Europese landgenoten zonder ge-ja-maar gelijk te worden behandeld.
Het lijkt erop dat die boodschap van de rechter is begrepen. Nu de daden nog.
Ambtenaren: Denk aan Bonairianen
Ambtenaren van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties hebben hun collega’s van Klimaat en Groene Groei vooraf gewaarschuwd dat het besluit in beroep te gaan tegen het vonnis in de Klimaatzaak Bonaire op het eiland als een teleurstelling zou worden ervaren. Dat blijkt uit de ambtelijke beslisnota waarin staat te lezen: “In de communicatielijn is – op verzoek van BZK – met name aandacht voor de positie van de inwoners van Bonaire.”
Dat verklaart de relatief ruime aandacht voor de eilanden in de brief die Van Veldhoven vrijdag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd: “De uitspraak van 28 januari jl. is een belangrijke uitspraak voor de inwoners van Caribisch Nederland en voor de inwoners van Bonaire in het bijzonder. Het kabinet hecht er sterk aan om uit te spreken dat zij oog heeft voor de zorgen die de inwoners van Caribisch Nederland hebben over klimaatverandering en deze uiterst serieus neemt. Dit vertaalt zich in het handelen van dit kabinet, zowel op het gebied van mitigatie als adaptatie.”
En: “Op het gebied van adaptatie zet het kabinet in op het vaststellen van een klimaatadaptatieplan om ervoor te zorgen dat Caribisch Nederland klimaatbestendig is, nu en in de toekomst. Het kabinet streeft ernaar om nog dit jaar de Nationale Klimaatadaptatiestrategie vast te stellen, waarin nadrukkelijk aandacht is voor Caribisch Nederland. Ook zet dit kabinet de tweede fase van het Natuur- en Milieubeleidsplan Caribisch Nederland voort, zoals reeds aangegeven in het coalitieakkoord.”
