Bonaire

COLUMN – Bericht uit Bonaire

In de zondagse estafette-rubriek ‘Bericht uit…’ belichten columnisten uit de Caribische delen van het Koninkrijk bij toerbeurt de kanten van hun eiland waarvan zij vinden dat die de aandacht van alle koninkrijksburgers verdienen. Vandaag komt het bericht uit Bonaire.

Woningnood op Bonaire: een zelfgemaakte crisis

Door Burney el Hage

Op Bonaire is grond geen schaars goed. Wie vanuit de lucht naar het eiland kijkt, ziet uitgestrekte vlakten, braakliggende terreinen en kilometers onbebouwde domeingrond die al decennialang in handen is van het Openbaar Lichaam. En toch — paradoxaal genoeg — kampt dit eiland van amper achtentwintigduizend inwoners met een schrijnende woningnood. Mensen staan jaren op wachtlijsten. Jongeren kunnen geen betaalbare woning vinden. Gezinnen wonen opeengepakt in te kleine huizen.

Maar wie eerlijk naar de cijfers en de geschiedenis kijkt, moet tot een ongemakkelijke conclusie komen: deze crisis is niet ontstaan door een gebrek aan ruimte of middelen. Ze is gecreëerd door decennia van traditioneel patronage bestuur en uitgiftebeleid van gronden. In de actualiteit is de crisis te wijten aan slecht bestuur, falende planning en een politieke cultuur van besluiteloosheid.

Een eiland vol grond, een overheid vol excuses. Bonaire beschikt over aanzienlijke hoeveelheden domeingrond — grond die toebehoort aan de overheid en in principe beschikbaar is voor publieke doeleinden, waaronder sociale woningbouw. Schattingen lopen uiteen, maar een substantieel deel van het eiland is eigendom van het Openbaar Lichaam Bonaire (OLB). In landen en regio’s waar ruimtelijke ordening serieus wordt genomen, vormt zulke grond een strategische troef: een instrument om betaalbare woningbouw te stimuleren, om ruimtelijke segregatie te voorkomen en om economische kansen eerlijk te verdelen. Op Bonaire ligt die grond er grotendeels onbenut bij.

Niet omdat er geen behoefte is — de wachtlijsten met aanvragen voor uitgifte van erfpachtgronden en voor sociale huurwoningen spreken boekdelen. Niet omdat de financiering ontbreekt — Nederland heeft via verschillende kanalen middelen beschikbaar gesteld voor woningbouw in Caribisch Nederland en de particulieren hebben geld zat om zelf te bouwen. En, niet omdat de technische kennis er niet is — die kan worden ingekocht of ingeleend. De grond ligt stil omdat het bestuur er simpelweg niet in slaagt om van intentie naar uitvoering te komen.

Plannen genoeg, daden te weinig. Wie de bestuurlijke geschiedenis van Bonaire doorneemt, stuit op een patroon dat verontrustend consistent is: er worden plannen gemaakt, rapporten opgesteld, visies gepresenteerd en vervolgens gebeurt er jarenlang niets. Ruimtelijke ordeningsplannen worden vertraagd, herzien, opnieuw vertraagd. Gronduitgiftebeleid wordt bediscussieerd, maar niet vastgesteld. Woningbouwprojecten worden aangekondigd, maar niet gerealiseerd.

Dit is geen toeval. Het is de uitkomst van een politieke cultuur waarin het nemen van beslissingen gepaard gaat met het maken van vijanden, want wie grond uitgeeft, beslist ook wie die grond níet krijgt. In een kleine gemeenschap waar iedereen elkaar kent, waar families en politieke loyaliteiten nauw verweven zijn, is dat een ongemakkelijke positie. Het gevolg is dat bestuurders liever uitstellen dan beslissen, liever vergaderen dan uitvoeren, liever studeren dan bouwen.

Een van de feitelijk zorgwekkende situaties betreft het woonbouwgebied Dawari. De Eilandsraad heeft de Nota Grondbeleid 2022-2025 goedgekeurd, waarna het Bestuurscollege in 2023 op basis van deze nota het woonbouwgebied Dawari heeft ingesteld. Een ander Bestuurscollege heeft pas in augustus 2024 het woonbouwgebied Dawari publiekelijk gepresenteerd. Op 10 april 2026 is er een openbare aankondiging gedaan voor de tender betreffende het bouw- en woonrijp maken, alsmede de uitgifte van ontwikkelvelden A, B en E. Tot op heden is er echter nog geen terrein uitgegeven en is er nog geen woning gebouwd binnen het woonbouwgebied Dawari.

Intussen groeit de wachtlijst. Woningnood wordt ook in de hand gewerkt door een regelgevend kader dat niet is meegegroeid met de realiteit van het eiland. Het bestemmingsplan (in Nederland een cruciaal instrument voor ruimtelijke sturing) functioneert op Bonaire onvoldoende als sturingsmiddel. Gronden hebben niet altijd een duidelijke bestemming. Procedures voor gronduitgifte zijn ondoorzichtig. Investeerders en de woningcorporatie lopen vast in bureaucratische labyrinten die jaren kunnen duren.

Het resultaat is dat de particuliere markt, die wel weet te bewegen, zich richt op het hogere segment: vakantievilla’s, luxe appartementen, expat-woningen. Dat is rationeel gedrag vanuit marktperspectief, maar desastreus voor de lokale bevolking die is aangewezen op betaalbare huurwoningen of koopwoningen in het lage segment. Zolang de overheid haar sturende rol niet oppakt, vult de markt het vacuüm op een manier die de ongelijkheid vergroot.

Een vergelijking die pijn doet. Het helpt om Bonaire te vergelijken met andere kleine eilandgemeenschappen die vergelijkbare of zelfs grotere uitdagingen hebben gekend. De Canarische eilanden, Aruba, Curaçao hebben stuk voor stuk te kampen met druk op de woningmarkt. Maar op plekken waar de politieke wil aanwezig was, zijn resultaten geboekt. Grond is uitgegeven. Corporaties zijn geactiveerd. Bestemmingsplannen zijn consequent gehandhaafd. Woningen zijn gebouwd. Het verschil zit niet in de geografie of de demografie. Het zit in de kwaliteit van bestuur.

Wat er moet veranderen? De oplossing is niet ingewikkeld, ze is alleen politiek ongemakkelijk. Ten eerste moet het OLB een transparant en consequent gronduitgiftebeleid vaststellen en het liefst qua uitvoering verzelfstandigd en op veilige afstand van politiek bestuur. En, hierbij dient (sociale) woningbouw voor lokale consumptie expliciet prioriteit te krijgen boven zuiver commerciële ontwikkeling.

Ten tweede moeten bestemmingsplannen worden geactualiseerd en gehandhaafd, zodat de ruimtelijke regie daadwerkelijk bij de overheid ligt. Ten derde moet er een vernieuwde woonvisie komen. Niet als een rapport dat in een la verdwijnt, maar als politiek bindend document met harde deadlines en meetbare doelen. Ten slotte: bestuurders moeten de moed hebben om beslissingen te nemen, ook als die beslissingen niet iedereen gelukkig maken. Dat is immers wat besturen betekent.

De conclusie stemt droevig. Op Bonaire is schaarste een politiek product. Woningnood op Bonaire is geen natuurverschijnsel. Het is geen onvermijdelijk gevolg van eilandelijkheid, bevolkingsgroei of economische tegenwind. Het is een politiek product. Geconstrueerd door jarenlange besluiteloosheid, gebrekkige planning en een bestuurscultuur die uitvoering inwisselt voor overleg.

Een eiland met zoveel domeingrond heeft geen excuus voor zoveel woningnood. De grond is er. De behoefte is er. Het geld is er. Wat ontbreekt, is de wil om te besturen. En zolang die wil er niet komt, betalen de gewone Bonairianen — de vissers, de verpleegkundigen, de jonge gezinnen — de prijs voor het falen van hun leiders. Dat is niet alleen een beleidsmatig probleem. Het is een moreel schandaal.

error: Deze inhoud mag niet gekopieerd worden.