In de zondagse estafette-rubriek ‘Bericht uit…’ belichten columnisten uit de Caribische delen van het Koninkrijk bij toerbeurt de kanten van hun eiland waarvan zij vinden dat die de aandacht van alle koninkrijksburgers verdienen. Vandaag komt het bericht uit Sint Maarten.
Another one bites the dust
Door Terrance Rey
De uitdrukking “another one bites the dust” vindt zijn oorsprong in het Engels en betekent letterlijk dat iemand “in het stof bijt” — een beeld dat teruggaat tot veldslagen waarin verslagen strijders ter aarde stortten. Het kreeg wereldwijde bekendheid door het gelijknamige nummer van Queen uit 1980, geschreven door John Deacon. In hedendaags gebruik verwijst de uitdrukking naar het moment waarop iemand opnieuw uitvalt, faalt of ten onder gaat — vaak in een reeks van vergelijkbare gevallen.
Die betekenis krijgt deze dagen op Sint Maarten een ongemakkelijk actuele lading. Het opiniestuk van Hilbert Haar, onlangs gepubliceerd op StMaartenNews.com, vormde de aanleiding voor deze column. De veroordeling van voormalig minister Christophe Emmanuel is immers niet op zichzelfstaand. Integendeel: zij past in een patroon dat zich dit jaar opnieuw duidelijk aftekent, met een reeks veroordelingen van politici, voormalige ministers, Statenleden en andere overheidsfunctionarissen.
Wat deze zaken met elkaar gemeen hebben, is opvallend. Het gaat zelden om flagrante schendingen van duidelijke wetgeving. Vaker is er sprake van een grijs gebied, waarin formele wet- en regelgeving ontbreekt en vervangen wordt door beleidsregels, interne richtlijnen of bestuurlijke gewoonten. En precies daar gaat het mis.
Zoals Haar terecht opmerkt: wat vooral opvalt, is dat niemand binnen de ambtenarij openlijk zegt: “Hé, dat mag niet.” Die stilte roept fundamentele vragen op. Is hier sprake van medeplichtigheid? Van laksheid? Van angst om tegen politieke leiding in te gaan? Of simpelweg van onverschilligheid?
Feit is dat ministers en Statenleden in de praktijk ruimte krijgen om grenzen op te rekken of te overschrijden, zonder dat er tijdig wordt ingegrepen door de ambtelijke top — secretarissen-generaal, diensthoofden en beleidsmedewerkers. Pas achteraf, wanneer het Openbaar Ministerie en de rechterlijke macht hun werk doen, volgt de afrekening.
Dan grijpt alsnog de lange arm van de wet in. En dan is het, onvermijdelijk: another one bites the dust. Het wrange is dat deze cyclus zich blijft herhalen. Namen veranderen, functies wisselen, maar het onderliggende probleem blijft bestaan. Vandaag is het Christophe Emmanuel. Eerder zagen we zaken rond Theo Heyliger en Frans Richardson. En ook figuren als Alex Dijkhoffz kwamen in het vizier van justitie.
Zolang er binnen het overheidsapparaat geen cultuur ontstaat waarin ambtenaren zich vrij en verplicht voelen om grenzen te bewaken en misstanden te benoemen, zal deze lijst blijven groeien. De vraag is dus niet of er nog meer veroordelingen zullen volgen. De vraag is wanneer.
En laten we ons daarbij één ding realiseren: zolang het Koninkrijk der Nederlanden hier aanwezig is — inmiddels al meer dan 400 jaar — zal het rechtsstatelijk kader blijven functioneren. Dat betekent dat wie de regels buigt of breekt, vroeg of laat verantwoording moet afleggen. Met andere woorden: Emmanuel zal niet de laatste zijn. Another one will bite the dust.
