Door Anjelica Cicilia en Melissa van Hoorn
De rechter heeft gesproken: Nederland schiet tekort in zijn zorgplicht voor de bescherming van mens en natuur op Bonaire. In de klimaatzaak die Greenpeace en inwoners van het eiland aanspanden, is dat nu expliciet vastgesteld. Daarmee is de discussie niet langer óf er iets moet gebeuren, maar wat… en hoe snel.
Cruciaal in de uitspraak is niet alleen de constatering van falend beleid, maar ook de impliciete opdracht: Nederland moet werk maken van concrete klimaatadaptatiemaatregelen op Bonaire. Juist daar wringt het. Want wie naar de praktijk kijkt, ziet dat de noodzakelijke maatregelen al jaren bekend zijn, maar structureel uitblijven.
Als natuurorganisatie werken wij dagelijks in en rond het koraalrif, de mangroves en beschermde natuurgebieden van Bonaire. Daar wordt klimaatverandering geen abstract debat, maar een zichtbare realiteit. Koraalriffen sterven af, biodiversiteit neemt af en kustlijnen worden kwetsbaarder. Ecosystemen die essentieel zijn voor voedselvoorziening, toerisme en bescherming tegen extreem weer staan onder druk. Natuur is hier geen luxe, maar basisinfrastructuur.
Juist daarom is het onbegrijpelijk dat het belangrijkste beleidsinstrument van Nederland voor deze opgaven – het Natuur- en Milieubeleidsplan Caribisch Nederland (NMBP) – feitelijk zonder financiering is achtergelaten. De rechter noemt dit plan expliciet als essentieel. Maar zonder middelen is het niet meer dan een papieren werkelijkheid.
Dat is geen incident, maar symptoom van een bredere bestuurlijke werkelijkheid. In Den Haag bungelen de Caribische delen van het Koninkrijk structureel onderaan de prioriteitenlijst. Beleidsambities zijn er genoeg, maar ze worden zelden vertaald in duurzame financiering of uitvoeringskracht. Gebrek aan structureel beleid wordt incidenteel opgevangen met onvoorspelbare en tijdelijke projectsubsidies.
Dat is des te problematischer omdat de rechter juist benadrukt dat Nederland een actieve zorgplicht heeft. Die zorgplicht vertaalt zich niet alleen in mitigatie, het beperken van klimaatverandering, maar nadrukkelijk ook in adaptatie: het beschermen van eilanden tegen de gevolgen die al onvermijdelijk zijn. Denk aan kustbescherming, herstel van koraalriffen en mangroves, waterbeheer en robuuste infrastructuur. Op al deze punten bestaan concrete plannen. Wat ontbreekt, is uitvoering.
Zonder investeringen blijven afvalwaterzuivering en effectieve handhaving ontoereikend. Zonder herstel van koraalriffen verliest Bonaire zijn natuurlijke kustbescherming én een belangrijke bron van voedsel en inkomen. Klimaatbeleid en bestaanszekerheid zijn hier onlosmakelijk met elkaar verbonden.
De urgentie is groot. In de afgelopen vier jaar is de koraalbedekking rond Bonaire met ongeveer 60 procent afgenomen. Dat is niet alleen een ecologisch verlies, maar ook een economische en sociale klap. Minder koraal betekent minder vis, en dus minder toegang tot betaalbare eiwitten voor bewoners. Tegelijkertijd komt de toeristische sector onder druk te staan, terwijl juist die sector afhankelijk is van gezonde natuur.
De rijksoverheid heeft van de rechter tot 2028 gekregen om plannen te maken. Maar wie de snelheid van de achteruitgang ziet, weet dat die tijd er niet is. Uitstel betekent verdere schade; en uiteindelijk hogere kosten.
Het wrange is dat de oplossingen allang bekend zijn. In Europees Nederland werden in de jaren zeventig grootschalige investeringen gedaan in waterzuivering toen rivieren ernstig vervuild raakten. Die gezamenlijke aanpak van rijk en lokale overheden werkte. Zo’n aanpak is nu nodig op Bonaire.
De Nederlandse overheid erkent in beleidsstukken als ‘We zijn één Koninkrijk’ dat Caribisch Nederland volwaardig onderdeel is van het land en dat beleid in principe gelijkwaardig moet zijn. Maar gelijke behandeling vraagt om meer dan woorden. De eilanden hebben te maken met grotere kwetsbaarheid, een zwaarder takenpakket en tegelijkertijd structureel minder middelen. Dat vraagt om gerichte investeringen, niet om formele gelijkheid die in de praktijk ongelijkheid bestendigt.
De uitspraak van de rechter biedt een kans om die kloof te dichten. Juridisch, politiek en moreel is dit het moment om de noodzakelijke omslag te maken: van plannen naar uitvoering, van incidentele financiering naar structurele investeringen, en van marginale aandacht naar volwaardig beleid.
Dat vraagt om samenwerking met eilandbesturen, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties. Niet als bijlage bij Europees beleid, maar als gelijkwaardig onderdeel van het Koninkrijk. De kern is eenvoudig. De maatregelen die nodig zijn om Bonaire te beschermen liggen op tafel. Ze zijn uitvoerbaar, betaalbaar en urgent. Wat ontbreekt, is politieke prioriteit en daadkracht.
De rechter heeft gesproken. Nu moet Nederland laten zien dat die uitspraak consequenties heeft. Bescherming van natuur en leefomgeving in Caribisch Nederland is geen gunst, maar een verantwoordelijkheid. Wie daarin investeert, investeert niet alleen in Bonaire, maar in de geloofwaardigheid van het Koninkrijk als geheel.
Anjelica Cicilia is voorzitter Bestuur STINAPA Bonaire, Melissa van Hoorn is algemeen directeur STINAPA Bonaire.
