Curaçao is veel, maar zeker geen bounty island. Tot teleurstelling van toeristen die zich voor een maandsalaris hebben laten misleiden door met AI bij elkaar gefröbelde paradijselijke plaatjes. Nog stram van de krappe zit van 10 uur word je ruw wakker geschud uit de droomvakantie die je dacht te gaan beleven. In de lange rij voor de paspoortcontrole (hoezo one kingdom?) heb je geluk als je niet wordt afgesnauwd (hoezo bon bini?). In plaats van de verwachte hagelwitte zandstranden met wuivende palmen, is het eerste dat je van het authentieke Curaçao te zien krijgt ‘s werelds grootste verzameling roest. Nog een mazzel dat er tegenwoordig niet meer dat onfrisse Isla-geurtje bij wordt geleverd. Toch is er niks mis met de titel Dushi Kòrsou, althans: nog niet.
Onder de alleenheerschappij van het MFK-kabinet Pisas ondergaat het eiland in on-Antilliaans rap tempo een gedaantewisseling van de beauty naar de ugly. Betonnen blokkendozen worden uit de grond gestampt en zetten prachtige monumenten die het eiland rijk is letterlijk en figuurlijk in de schaduw. Nog even en de Handelskade met zijn kleurige gevels en wiegende pontjesbrug is niets anders meer dan een bedrieglijke façade van dat waarmee Willemstad ooit de bijzondere status van Werelderfgoed is toegekend door de UNESCO.
Er zijn steden die miljoenen uitgeven om naoorlogse nieuwbouw weer af te breken om in aanmerking te komen voor die prestigieuze erkenning. Zo niet Curaçao. Als er daar al iets wordt neergehaald zijn het monumenten, die in het holst van de nacht opeens instorten, niet meer gerestaureerd kunnen worden en plaatsmaken voor eigentijdse lelijkheid. Inmiddels groeit het maatschappelijk verzet tegen het afbraakbeleid. Organisaties waarschuwen de regering dat het de status van Werelderfgoed op het spel zet. Vooralsnog tevergeefs.
Minister van asfalt Charles Cooper hoont alle waarschuwingen weg. Sterker nog: hij maakt er geen geheim van de UNESCO-erkenning maar nutteloze flauwekul te vinden. Het heeft nog nooit een toerist extra opgeleverd, beet hij terug. Alsof het er niet toe dat zijn eigen onderdanen ook graag in een mooie stad willen wonen. Natuurlijk heeft elke regering de ambitie haar land in de vaart der volkeren op te stoten. Alleen kan dat ook op een smaakvolle manier. Maar dan moet je uiteraard wel smaak hebben.
De totale afwezigheid daarvan is te zien bij Jan Thiel, waar de bouw is gestart van wat columniste Raquel Weisz twee weken geleden een “spuuglelijk Pod-resort” noemde. Een initiatief van gehaaide projectontwikkelaars die snel hun diepe zakken willen vullen met de verkoop tegen een naar laaielichterij riekende prijs van veredelde zeecontainers. Iets minder spuuglelijk, maar nog altijd spuuglelijk zijn ook de toeristenbunkers (naar voorbeeld van de Bijlmerbajes) die elders het ooit ongeschonden aanzien van Curaçao vernietigen.
Het zó eendimensionaal inzetten op toerisme is ook nog eens een gevaarlijke gok. Op het moment dat Trump Cuba overneemt en Witte Huis BV er vijfsterrenhotels en golfbanen gaat bouwen, krijgen de ABC-eilanden er een niet te onderschatten concurrent bij. Wat dan wel weer helpt het overtoerisme waaronder Aruba, Curaçao en Bonaire dreigen te bezwijken de kop in te drukken. Zo heb elk nadeel zijn voordeel.
Oja, MFK staat voor Movementu Futuro Kòrsou oftewel Beweging voor de Toekomst van Curaçao. Cynischer kan zelfs Kadushi het niet bedenken.

