Bonaire – Oud-gedeputeerde Nina den Heyer vindt dat werknemers in Caribisch Nederland die bij verlies van hun baan niet – zoals de regering voorstelt – 3 maanden in aanmerking moeten komen voor een werkloosheidsuitkering, maar 6 maanden.
De oud-politica wijst op de geringe omvang van de arbeidsmarkt van Bonaire en vooral die van Sint Eustatius en Saba met een beperkt aantal werkgevers en vacatures. “In de praktijk blijkt dat werknemers ondanks actieve inspanning om nieuw werk te vinden meerdere maanden nodig hebben”, aldus Den Heyer die via internetsconsultatie.nl heeft gereageerd op de tijdelijke ww-regeling die minister van SZW Hans Vijlbrief op 1 januari 2027 wil laten ingaan.
Speciale aandacht vraagt de voormalige eilandbestuurder voor oudere werknemers die bij het zoek naar ander werk moeten concurreren met jongere arbeidskrachten en voor langdurig arbeidsongeschikte werknemers. Het Statiaanse eilandsraadlid Glenn Schmidt pleit eveneens – afhankelijk van persoonlijke omstandigheden – voor een verlenging van de ww-duur, die overigens in Europees Nederland 24 maanden is.
De internetconsultatie is inmiddels afgesloten. Tussen de reacties ontbreken die van de Bestuurscolleges en eilandsraden van Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Niet uitgesloten is dat zij rechtstreeks bij het ministerie hebben gereageerd, maar hun standpunten niet met de samenleving hebben willen delen.
Reactie oud-gedeputeerde Nina den Heyer op ww-regeling
– Hoogte van de uitkering en uniformiteit binnen het socialezekerheidsstelsel
In de conceptregeling wordt voorgesteld de hoogte van de uitkering vast te stellen op 75% van het maandloon. Daarbij merk ik op, dat binnen het bestaande stelsel in Caribisch Nederland de Ziekteverzekering BES uitgaat van 80% van het loon. Vanuit het oogpunt van consistentie en uniformiteit binnen het sociale- zekerheidsstelsel ligt het voor de hand om ook bij deze voorziening aansluiting te zoeken bij dit percentage. Harmonisatie kan bijdragen aan een beter samenhangend stelsel van inkomensbescherming en aan duidelijkheid voor werknemers en werkgevers. Ik geef daarom in overweging om het uitkeringspercentage te heroverwegen en te harmoniseren met het percentage van 80% dat reeds in de wet Ziekteverzekering BES wordt gehanteerd.
– Uitkeringsduur in relatie tot de schaal van de arbeidsmarkten
De voorgestelde maximale uitkeringsduur van 3 maanden lijkt beperkt in het licht van de kenmerken van de arbeidsmarkten op Bonaire en met name Sint Eustatius en Saba. Ze zijn klein en kennen een beperkt aantal werkgevers en vacatures. In de praktijk blijkt dat werknemers ondanks actieve inspanning om nieuw werk te vinden, meerdere maanden nodig hebben. In dat licht biedt een maximale uitkeringsduur van 3 maanden en zonder mogelijkheid deze te verlengen, onvoldoende ruimte voor een realistische overgang naar nieuw werk.
Ik geef in overweging om de periode te verlengen tot minimaal 6 maanden en een mogelijkheid tot verlenging in te bouwen onder bepaalde voorwaarden of in specifieke situaties.
– Positie van oudere werknemers (55+)
Bijzondere aandacht verdienen de oudere werknemers die hun baan verliezen. Deze groep heeft vaak meer moeite om opnieuw werk te vinden, zeker als in bepaalde sectoren ook moet worden geconcurreerd met jonge, goedkopere, buitenlandse stagiaires. Het is daarom wenselijk om bij de uitwerking van de regeling te bezien of voor deze groep aanvullende waarborgen wenselijk zijn, bijvoorbeeld ruimere uitkeringsduur of extra ondersteuning bij het zoeken naar werk.
– Situatie van langdurige arbeidsongeschikte werknemers
Ook vraag ik bijzondere aandacht voor werknemers die na max twee jaar arbeidsongeschiktheid hun dienstverband verliezen na een periode van uitkering op grond van de Ziekteverzekering BES. Deze werknemers bevinden zich vaak in een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt en hebben soms te maken met blijvende gezondheidsbeperkingen. Voor deze groep zou ook de uitkeringsduur moeten worden verlengd. Idealiter zou er voor deze groep een aparte regeling moeten komen, zeker gelet op het feit dat de meerderheid op basis van het hebben van een partner, niet in aanmerking komen voor de bijstand.
– Beslistermijn en risico op schuldenopbouw
Tot slot vraag ik aandacht voor de beslistermijn voor het vaststellen van het recht op de uitkering. Al hoewel in het voorstel wordt gesproken over een redelijk termijn blijkt in de praktijk dat behandeling van aanvragen in veel gevallen tot 8 weken kan duren. Voor werknemers die hun baan verliezen betekent dit dat zij gedurende een aanzienlijke periode zonder inkomen kunnen komen te zitten. Hierdoor ontstaat het risico dat hij/zij in korte tijd schulden opbouwt, bijvoorbeeld huur/hypotheek en andere noodzakelijke kosten van levensonderhoud. Dit staat op gespannen voet met het doel van deze regeling, namelijk het opvangen van de directe inkomensgevolgen van werkloosheid. Ik wil u daarom verzoeken om te kijken of het mogelijk is om de beslistermijn te verkorten en of een “voorlopige” betaling kan worden ingericht om de eerste periode na baanverlies financieel te overbruggen.
Ik hoop dat de hierboven genoemde aandachtspunten kunnen worden betrokken bij de verdere definitieve uitwerking, zodat deze regeling niet alleen een belangrijke stap vooruit vormt, maar ook een duurzame en rechtvaardige basis legt voor de toekomstige wettelijke werkloosheidsvoorziening.
