Den Haag – Niets lijkt de invoering van een geschillenregeling voor het Koninkrijk nog in de weg staan of het moet politieke onwil aan Nederlandse kant zijn. Dat is de conclusie nu de Raad van State van het Koninkrijk vandaag een positief advies heeft uitgebracht over de ontwerp-Rijkswet Koninkrijksgeschillen.
De Caribische landen en Nederland kibbelen al sinds 2010 over een geschillenregeling. Hoewel de verplichting daartoe in het Statuut is opgenomen, weigerde de Nederlandse regering tot nu toe ermee in te stemmen dat een onafhankelijk instituut bindende uitspraken gaat doen over geschillen tussen de landen. Het door de Staten van Aruba, Curaçao en Sint Maarten voorbereide wetsvoorstel wijst de Raad van State van het Koninkrijk aan als geschillenbeslechter waarvan uitspraken bindend zijn.
Bij dat laatste plaatst de Afdeling Advisering van de Raad van State een kanttekening. “Een systeem van geschilbeslechting moet ook ruimte laten voor een zekere politiek-bestuurlijke afweging. Het advies is dan ook om de geschillenregeling zo vorm te geven dat de Rijksministerraad niet kan afwijken van rechtmatigheidsoordelen, maar wel om zeer zwaarwegende redenen kan afwijken van oordelen over politiek-bestuurlijke aspecten van een geschil. Het is aan de instantie die de geschillen beslecht om te bepalen welke oordelen betrekking hebben op rechtmatigheidsaspecten van een geschil en welke op politiek-bestuurlijke aspecten.”
De Afdeling advisering doet dit nu ook al bij geschilbeslechting op basis van de Rijkswet financieel toezicht. Ook bij geschilbeslechting op grond van die rijkswet geldt dat de Rijksministerraad niet kan afwijken van rechtmatigheidsoordelen, maar wel kan afwijken van andere oordelen op zeer zwaarwegende gronden.
De Raad van State merkt voorts op dat het voorleggen van een geschil aan de geschillenbeslechter als uiterst middel moet worden gezien. “Om geschillen te voorkomen én bij het ontstaan van geschillen is constructief overleg tussen de landen van het Koninkrijk van het grootste belang”.
