Analyse: Waarom Aruba zijn eigen geschiedenis nog steeds betwist

Door Tito Laclé

Afgelopen weekend gaf de regering het startsein voor de viering van veertig jaar Status Aparte en vijftig jaar volkslied en vlag. Toch keert rond deze symbolische data telkens hetzelfde politieke ritueel terug: de discussie over wie wat heeft bereikt in de politieke geschiedenis van Aruba. Wie realiseerde de Status Aparte? Wie introduceerde vlag en volkslied? En wie was de werkelijke leider van de nationale emancipatie?

Steeds opnieuw duiken dezelfde namen op: Shon A. Eman, Betico Croes en Henny Eman. Het is een debat dat al decennia voortduurt, terwijl men zou verwachten dat de geschiedenis inmiddels helder gedocumenteerd en breed gedragen is. In plaats daarvan bestaat er geen eenduidig verhaal. Elke partij, elke generatie en elke politieke stroming lijkt haar eigen versie te hebben ontwikkeld.
Geschiedenis is zo verworden tot een politiek instrument. Collectief geheugen tot propaganda.
Een geschiedenis met meerdere versies
Wie de verschillende getuigenissen van oud-politici en betrokkenen beluistert, merkt dat veel verhalen waardevolle inzichten bevatten. Maar tegelijk blijken bepaalde elementen telkens opnieuw te worden aangepast of anders geïnterpreteerd.
Hoe kan één historische ontwikkeling zoveel uiteenlopende versies hebben?
Wie het proces zorgvuldig bekijkt, komt al snel tot een conclusie: de Status Aparte was geen moment, maar een proces.
Het pad naar autonomie bestond uit een reeks cruciale stappen. Zo was er het historische verzoek tot afscheiding van Aruba van de Nederlandse Antillen, ondertekend door 2147 inwoners en tussen september 1947 en januari 1948 aangeboden aan Nederland onder leiding van Shon A. (Cornelis Albert) Eman.
Daarna volgde het referendum van 25 maart 1977, aangevoerd door Betico Croes, waarin 95 procent van de kiezers zich uitsprak voor onafhankelijkheid van de Nederlandse Antillen. Vervolgens waren er de jarenlange onderhandelingen met Nederland in de jaren zeventig en tachtig.
Uiteindelijk leidde dat proces tot de officiële invoering van de Status Aparte op 1 januari 1986, met Henny Eman als eerste premier van het autonome Aruba.
Politiek geheugen
Nu Aruba veertig jaar Status Aparte viert, ligt de werkelijke vraag elders. Niet langer: wie heeft gelijk?
De echte vraag is: hoe kan het dat vier decennia later de constitutionele geschiedenis van Aruba nog steeds onderwerp is van partijpolitieke interpretatie?
Historici en politicologen spreken in dit verband over memory politics: het strategisch gebruiken van historische interpretaties om hedendaagse politieke legitimiteit te versterken. Wat in Aruba gebeurt, past naadloos in dat patroon.
Officiële geschiedenis versus partijverhaal
Het kernprobleem is structureel. Aruba beschikt wel over academische studies, archieven en onderzoek, maar geen breed gedragen publiek historisch narratief over de weg naar de Status Aparte.
Daardoor is het verhaal gefragmenteerd.
Voor sommigen staat Betico Croes centraal als de onbetwiste leider van de autonomiebeweging. Voor anderen ligt de nadruk op de institutionele rol van de AVP. Weer anderen benadrukken het collectieve karakter van het proces, maar leggen verschillende accenten op de bijdrage van afzonderlijke leiders.
Het resultaat is dat burgers feitelijk drie verschillende versies van dezelfde geschiedenis te horen krijgen. Politieke partijen benutten die ambiguïteit vervolgens telkens opnieuw rond nationale herdenkingsdata.
Geen eigendom van één leider
De historische werkelijkheid is complexer dan welk partijpolitiek slogan ook.
De Status Aparte werd niet bereikt door één gebeurtenis of één persoon. Het was een proces van decennia: volksmobilisatie, onderhandelingen met Nederland, institutionele opbouw en constitutionele transitie.
Betico Croes was zonder twijfel de charismatische leider van een brede autonomiebeweging die de Status Aparte politiek afdwingbaar maakte. Maar de uiteindelijke constitutionele implementatie en institutionele consolidatie vonden plaats onder de regering van Henny Eman.
De historische waarheid — en precies dat maakt haar politiek ongemakkelijk — is dat de Status Aparte het resultaat was van continuïteit tussen politieke rivalen.
Zonder Betico Croes geen democratisch mandaat.
Zonder de AVP geen institutionele architectuur.
Zonder samenwerking na 1986 geen constitutionele stabiliteit.
Een gedeeld verhaal levert echter weinig electorale winst op. Daarom blijft de verdeeldheid bestaan.
Generaties zonder duidelijk verhaal
Voor jonge Arubanen is de nationale politieke geschiedenis daardoor een mistig landschap geworden. Afhankelijk van familie, school of politieke voorkeur horen zij een andere versie van hetzelfde verleden.
Het onderwijs heeft er tot nu toe niet in geslaagd een voldoende sterk en gemeenschappelijk historisch kader te creëren dat boven de partijpolitieke narratieven uitstijgt. Soms proberen politici zelfs rechtstreeks hun eigen interpretatie op scholen over te brengen.
Het gevolg: wantrouwen tegenover officiële geschiedenis, de indruk dat “alles propaganda is”, en een trivialisering van nationale symbolen.
Een land dat geen overeenstemming kan bereiken over zijn constitutionele oorsprong, loopt het risico ook de verbinding met zijn nationale identiteit te verliezen.
Wat moet er gebeuren?
Als Aruba wil ontsnappen aan deze permanente strijd om het verleden, zijn drie stappen noodzakelijk.
1.⁠ ⁠Een onafhankelijke historische canon
Een nationale commissie van onafhankelijke historici moet een gedocumenteerd en breed gedragen overzicht opstellen van de weg naar de Status Aparte. Niet om debat te beëindigen, maar om een gemeenschappelijke basis van feiten vast te leggen.
2.⁠ ⁠Een uniform curriculum
De constitutionele geschiedenis van Aruba moet in het onderwijs worden onderwezen op basis van bewijs en historische consensus, niet op basis van partijpolitieke sympathie.
3.⁠ ⁠Nationale herdenkingen depolitiseren
Herdenkingsdagen zoals 18 maart en Dia di Betico moeten momenten van nationale herinnering zijn, geen partijpolitieke symbolen.
Tijd voor historische volwassenheid
Ironisch genoeg stond de strijd voor de Status Aparte ooit symbool voor autonomie, waardigheid en een gedeelde identiteit. Maar veertig jaar later ontbreekt nog altijd een gezamenlijk verhaal over hoe Aruba dat punt heeft bereikt.
Een volwassen natie erkent dat haar geschiedenis zelden het eigendom is van één leider. Zij ontstaat uit generaties, rivaliteit, onderhandelingen en continuïteit.
Aruba vormt daarop geen uitzondering.
De vraag bij dit veertigjarig jubileum zou daarom niet moeten zijn: wie kreeg de eer?
De vraag zou moeten zijn: zijn wij eindelijk bereid onze geschiedenis te vertellen als één land — in plaats van als concurrerende politieke partijen?
Zolang dat antwoord uitblijft, blijft de Status Aparte niet alleen een symbool van eenheid, maar ook een strijdtoneel van herinnering.

Tito Laclé is eigenaar/hoofdredacteur van de nieuwswebsite NoticiaCla.com

error: Deze inhoud mag niet gekopieerd worden.