In de zondagse estafette-rubriek ‘Bericht uit…’ belichten columnisten uit de Caribische delen van het Koninkrijk bij toerbeurt de kanten van hun eiland waarvan zij vinden dat die de aandacht van alle koninkrijksburgers verdienen. Vandaag komt het bericht uit Bonaire.
Jongeren van Bonaire en jongste premier van Nederland
De perfecte combinatie voor misschien een kantelpunt in de ontwikkeling van Bonaire
Door Burney el Hage
Een maand geleden, op 28 januari 2026, heeft de rechtbank in Den Haag uitspraak gedaan in de Klimaatzaak Bonaire, de zaak die Greenpeace in 2025 mede namens 8 inwoners van Bonaire heeft aangespannen tegen de Staat der Nederlanden. Dit vonnis is wellicht een kantelpunt. Niet alleen en kantelpunt voor het klimaatbeleid Bonaire c.q. Caribisch Nederland, maar ook voor andere beleidsterreinen aangezien het vonnis ook de verantwoordelijkheid van de Staat verduidelijkt en het zonder goede reden anders behandelen van de inwoners van Bonaire verbiedt.
De afgelopen jaren vragen de inwoners van Bonaire – en dan met name de jongere generatie – steeds vaker en steeds dringender dat Nederland verantwoordelijkheid neemt voor het beschermen van de inwoners van Bonaire tegen de gevolgen van klimaatverandering. Tot aan het vonnis heeft Den Haag zich op het standpunt gesteld dat het klimaatbeleid een eigen verantwoordelijkheid is van de lokale overheid.
De recente uitspraak van de rechter in de Klimaatzaak Bonaire heeft als een katalysator gewerkt voor deze roep om actie. Voor het eerst werd Nederland expliciet op de vingers getikt vanwege het nalaten van voldoende klimaatmaatregelen om de eilanden en hun inwoners te beschermen. Het vonnis is niet alleen juridisch van belang, maar geeft de jongere generatie van Bonaire ook een morele steun in de rug.
Veel jongeren op Bonaire maken zich zorgen over de gevolgen van klimaatverandering: stijgende zeespiegel, extreem weer, schade aan unieke natuur en een onzekere toekomst. Wat hierbij niet over het hoofd gezien moet worden, is dat er ook geen perspectief geboden wordt voor wat betreft mitigerende maatregelen. Het gevoel leeft dat we de consequenties machteloos en met lede ogen moeten aanzien en ondergaan als een naderende onvermijdelijke dood. Er wordt niets geruststellends gecommuniceerd over dit thema en het lijkt een probleem van het eiland zelf te zijn, “zo van zoek het maar uit.”
Dit vonnis wordt daarom echt als een verlossing gezien, een bevestiging dat klimaat(on)rechtvaardigheid geen loze kreet is (geweest). We hoeven niet langer aan de zijlijn te staan als onze toekomst op het spel staat. Verschuilen achter mooie woorden en pagina’s tellende rapporten; de rechter heeft duidelijk gemaakt dat er concrete actie nodig is. Of, zoals ze op Bonaire zeggen: nu moet Nederland boter bij de vis doen.
Het van de week aangetreden kabinet heeft dus meteen vis op het menu. Gelukkig is erop geanticipeerd. Op pagina 10 van het coalitieakkoord “Aan de slag” is het volgende opgenomen: “Het Caribisch deel van het Koninkrijk voelt door afbraak van het koraal en overstromingen nu al de gevolgen van klimaatverandering. Daarom voeren we de gezamenlijke klimaatagenda voortvarend uit en zetten we het Natuur- en Milieubeleidsplan Caribisch Nederland voort.”
In hoeverre dit voornemen de strekking van het vonnis dekt, laat ik graag aan de juristen en beleidsmedewerkers over. Het ziet er wel naar uit dat het stokje nu overgedragen wordt aan de the next generation. Deze ontwikkeling laat zien dat de jongere generatie, zelfs ver van Den Haag, een krachtige stem kan hebben in het nationale debat.
Hun strijd is een inspiratie voor andere Caribische eilanden – en voor jongeren wereldwijd – om hun recht op een leefbare toekomst op te eisen. En, zeker ook een inspiratie voor de jongste premier ooit van Nederland, de heer Rob Jetten. Het is nu aan Nederland om te laten zien dat het zijn verantwoordelijkheid niet uit de weg gaat.
De bal ligt in Den Haag terwijl de jongere en toekomstige generaties van Bonaire nu de kans – en de morele verplichting hebben – om actief te participeren en erop toe te zien dat er deugdelijke uitvoering wordt gegeven aan het vonnis. Dit vonnis komt niet zonder de morele plicht – ook voor Kralendijk – om zich in te spannen, in te zetten en zich constructief op te stellen bij het ontwikkelen van het klimaatbeleid.
Tot slot en los van de klimaatkwestie kan geconcludeerd worden dat dit vonnis ook een einde heeft gemaakt aan een andere slepende discussie. Het is nu klip en klaar dat de inwoners van Bonaire in principe niet anders kunnen worden behandeld dan de inwoners van Europees Nederland. Het vonnis heeft dus een verderstrekkende werking dan alleen het klimaat, hetgeen de inwoners van Bonaire ten goede komt en recht doet.
De tijd zal uitwijzen of dit vonnis inderdaad het kantelpunt is geweest in de relatie tussen Den Haag en Kralendijk. In ieder geval is het vonnis geen eindpunt, maar een startpunt voor verbeterde en verhelderde samenwerking tussen Den Haag en Kralendijk. Aan de slag zou ik zeggen!
