16 jaar, 2 maanden en 21 dagen nadat Bonaire, Sint Eustatius en Saba door Nederland voor de tweede keer in de geschiedenis werden ingelijfd, krijgen werknemers op de BESjes die buiten hun schuld hun baan verliezen, recht op een werkloosheidsuitkering. Mooi, zou je denken: wordt er toch maar weer een niet recht te praten verschil tussen Caribisch en Europees Nederland weggewerkt. Edoch, de WW-regeling die het ultrarechtse circus Schoof op de valreep uit de hoge hoed heeft getoverd, blijkt slechts een slap aftreksel van de werkloosheidswet op het vasteland. Een WW-light, waarmee de overzeese landgenoten nog maar eens wordt ingepeperd waarom ze “bijzonder” zijn.
Bijzonder achtergesteld, zullen ze bedoelen! Om niet te zeggen: gediscrimineerd. Want waarom heeft een werkloze in Schin op Geul of Vlieland recht op 24 maanden WW en zijn lotgenoot in Rincon of Windwardside slechts 3 maanden? De uitleg van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is dat werkloosheid in Caribisch Nederland een zeldzaam verschijnsel is. En als er al iemand zonder werk komt te zitten hij/zij/hen binnen de kortste keren een nieuw baan kan vinden. Dat klopt als een zwerende vinger.
Sterker nog: er is met name op Bonaire meer werk dan er arbeidskrachten rondlopen. Tis maar goed dat de kosten van levensonderhoud zo extreem hoog zijn dat velen twee banen nodig hebben om de maand rond te komen; anders zouden – bij wijze van spreken – de hotelbazen zelf nog de bedden moeten gaan verschonen. Maar dat terzijde. Dat werkloosheid niet lang hoeft te duren, is nog geen sluitende verklaring om op basis van woonplaats onderscheid te maken tussen de ene en de andere werkloze.
Het ministerie voert onder meer aan dat in Europees Nederland werkgevers en werknemers via premies de WW-pot vullen en dat voor de BES-werklozen het Rijk opdraait. Maar als werkloosheid op de eilanden toch maar van korte duur is, hoef je je als regering toch helemaal geen zorgen te maken over de centen? Of, en dat valt niet uit te sluiten, is dit weer een typisch staaltje van vaker vertoond Haags vooroordeel jegens Caribische koninkrijksgenoten?
En is het ministerie in het geniep bang met een volwaardige regeling beroepswerklozen te scheppen. Lekker op staatskosten twee jaar in de zon of onder de boom luieren, wie tekent daar niet voor? Alleen kunnen de eilanders zich dat niet veroorloven. Want de aangekondigde WW-uitkering bedraagt 75 procent van het laatst genoten loon en dat betekent dat deze voor een minimumloner lager uitpakt dan de onderstand. Dus: ongeveer net genoeg voor 10 tot 11 dagen boodschappen, huur, stroom en water.
Goed nieuws kwam deze week uit New York. Het VN-Committee on Economic, Social and Cultural Rightsmaakte gehakt van een andere slechte Haagse gewoonte: zich verschuilen achter een staatkundige smoes om de door het Statuut opgelegde plicht de mensenrechten in het gehele Koninkrijk te borgen aan de laars te lappen. Bij elke gelegenheid waar ingrijpen door het Koninkrijk noodzakelijk is, zet Den Haag als het daar geen zin in heeft, dezelfde grijs gedraaide plaat op: we doen niks, want het betreft een aangelegenheid van het autonome land.
Het VN-committee prikt er dwars door heen: de staatkundige inrichting van het Koninkrijk ontslaat de Staat (lees: Nederland) als verdragspartij niet van de verantwoordelijkheid ervoor te zorgen dat jongeren, ouderen, gehandicapten, vrouwen, kinderen, werknemers, gedetineerden, patiënten (en vermoedelijk ook dieren) – waar zij zich ook in het Koninkrijk bevinden – gelijke rechten behoren te hebben.
Uiteraard riep het kabinet Schoof meteen dat het aan de volgende regering is om te reageren op de kritiek van het VN-Committee. Met de steeds kortere levensduur van kabinetten is dat de nieuwe uitvlucht om niet te doen wat gedaan moet worden. Zolang dat de praktijk is, blijft de slogan Four countries, one Kingdom betekenisloze marketingprietpraat.

