VN-Comité: Koninkrijk moet zorgen voor invoering verdragen in Cariben

Den Haag – Het VN-Committee on Economic, Social and Cultural Rights vindt dat de Nederlandse regering zich bij de uitvoering van mensenrechtenverdragen niet moet verschuilen achter de staatkundige inrichting van het Koninkrijk.

Het Comité benadrukt dat de Staat (lees: het Koninkrijk) de partij is die de uiteindelijke verantwoordelijkheid draagt voor de uitvoering van verdragen in alle gebieden die onder zijn rechtsmacht vallen, waaronder Aruba, Curaçao, Sint Maarten en Caribisch Nederland. Dat Aruba, Curaçao en Sint Maarten autonome landen zijn en Bonaire, Sint Eustatius en Saba bijzondere gemeenten doet daar niks aan af.

Het Comité maakt zich zorgen over aanhoudende ongelijkheden in de toepassing van economische, sociale en culturele rechten tussen de landen en gebieden van het Koninkrijk, als gevolg van uiteenlopende financiële en bestuurlijke capaciteiten. De Koninkrijksregering (waarin Nederland de beslissende stem heeft) moet “doeltreffende maatregelen nemen om verschillen in armoedecijfers en in de toegang tot sociale zekerheid — waaronder sociale uitkeringen, huisvesting, gezondheidszorg en nutsvoorzieningen — tussen het Europese deel van Nederland en Caribisch Nederland te verminderen”, is een van de aanbevelingen.

Het Koninkrijk dient tevens “te waarborgen dat de verplichtingen uit hoofde van verdragen volledig worden uitgevoerd in Aruba, Curaçao en Sint Maarten, onder meer door middel van sterkere coördinatie- en verantwoordingsmechanismen op Koninkrijksniveau.”

Hoewel het rapport al bijna 5 maanden in Den Haag is bezorgd, laat het kabinet Schoof het geven van een reactie op het rapport aan de volgende regering over.

Lees HIER het VN-rapport

error: Deze inhoud mag niet gekopieerd worden.