Den Haag – 15 jaar nadat de Tweede Kamer verzocht om een “rijksbrede visie” op de toekomst van Caribisch Nederland, ontbreekt deze nog altijd. Dat is er mede oorzaak van dat de coördinerende rol van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties niet uit de verf komt. Dat concludeert het bureau DSP dat de doelmatigheid van de inspanningen van het departement heeft onderzocht.
Sinds 10-10-10 is het rijksbeleid voor de BES-eilanden versnipperd over de ministeries. Nog geen jaar later constateerde de Kamer grote verschillen in aanpak en dwong af dat BZK een coördinerende rol op zich zou nemen. Maar, stellen de onderzoekers, dat kan het ministerie in de praktijk niet waarmaken. “Dit komt doordat BZK geen doorzettingsmacht heeft, afhankelijk is van de bereidwilligheid van andere ministeries en er geen gezamenlijke rijksbrede visie is voor de eilanden.”
“Veel beleidsthema’s vallen bovendien onder andere departementen of de eilanden zelf, waardoor BZK soms niet verder komt dan overleg en afstemming. Ondanks deze beperkingen krijgt BZK wél veel waardering voor zijn faciliterende rol: het ministerie wordt gezien als verbindende schakel, brengt partijen samen, signaleert knelpunten en springt bij waar nodig.”
Staatssecretaris Van Marum: “De onderzoekers zien het als een fundamenteel probleem dat een gezamenlijke rijksbrede toekomstvisie op de relatie met Caribisch Nederland ontbreekt, waardoor het moeilijk is om prioriteiten te stellen en andere departementen te verbinden aan integrale opgaven.”
