Door Peter van Haasen
Bonaire, Saba en Sint Eustatius zijn sinds de ontmanteling van de Nederlandse Antillen onderdeel van Nederland als speciale gemeenten, officieel aangeduid als openbare lichamen. Dit brengt een duidelijke verantwoordelijkheid met zich mee voor de Nederlandse Staat. Met die verantwoordelijkheid in gedachten hebben enkele inwoners van Bonaire de Staat gewezen op zijn zorgplicht.

Bewoners van Bonaire ervaren de gevolgen van klimaatverandering in hun dagelijks leven, zoals extreme hitte en zeespiegelstijging, en vrezen het risico op verlies van land. Het blijft altijd lastig om precies te beoordelen wat andere mensen ervaren, omdat gebeurtenissen door ieder individu anders worden beleefd.
Waar ik wel moeite mee heb, is de rol die Greenpeace in deze zaak speelt. De organisatie levert juridische expertise en financiering, maar heeft inmiddels de regie in handen genomen en treedt op als hoofdeiser. Dat roept de vraag op of het Greenpeace in de eerste plaats om de inwoners van Bonaire gaat, of dat hun situatie wordt gebruikt om een bredere agenda te dienen.
Die agenda lijkt vooral gericht op het aantonen dat de Nederlandse Staat tekortschiet in het klimaatbeleid, niet zozeer op Bonaire, maar vooral in Europees Nederland. Daarbij wordt de situatie van een kleine groep Bonairianen misbruikt om een ideologische boodschap uit te dragen. De uitspraak in deze zaak wordt 28 januari 2026 verwacht.
Ik ervaar dit als profiteren van de situatie. Wat doet milieuorganisatie Greenpeace concreet tegen milieuproblemen op het eiland zelf? Heeft de organisatie zich ooit uitgesproken over de ernstige omstandigheden rond de vuilstort Selibon Lagun, waar bewoners te maken hebben met rook, stank en gezondheidsrisico’s? Ondanks de bijkomende milieuschade is dat onderwerp minder aantrekkelijk, omdat het weinig internationale aandacht oplevert.
Ondertussen blijft het bestuur op Bonaire aanmodderen en komt men nauwelijks een stap verder. Branden, stank- en rookoverlast blijven aan de orde van de dag. Daarnaast bestaat het risico van vervuiling van de wateren rond Lagun, met mogelijke schade aan het koraal. Oplossingen vergen miljoeneninvesteringen en, ondanks dat Bonaire onderdeel is van Nederland, zal geen enkele partij bereid zijn die rekening op zich te nemen. De problemen spelen tenslotte op ruim 7.700 kilometer afstand van Den Haag.
Afval vormt op alle eilanden een groot probleem. Op Aruba wordt afval tegenwoordig verwerkt tot RDF, refuse-derived fuel, dat wordt geëxporteerd naar Colombia en daar wordt gebruikt in de cementindustrie. Deze brandstof kan ook worden ingezet voor energieopwekking. Op Madeira staat bijvoorbeeld een waste-to-energy-centrale.
Daarom is het belangrijk dat wordt gezocht naar een structurele oplossing. Bonaire is te klein voor een eigen waste-to-energy-centrale, maar op Curaçao, dat eveneens met een afvalprobleem kampt, zou zo’n centrale een reële optie kunnen zijn. Bonaire zou zijn afval dan in de vorm van RDF als retourvracht naar Curaçao kunnen exporteren.
Samenwerking bij een gezamenlijk probleem is daarbij essentieel. Hoewel energie uit een waste-to-energy-centrale duurder is dan windenergie, zou het oplossen van het afvalprobleem op beide eilanden nadrukkelijk moeten worden meegewogen.
Toch kosten dit soort oplossingen veel geld en lijkt niemand bereid die investering te doen. In plaats daarvan wordt er geprocedeerd en geld uitgegeven aan onderzoeken naar utopische projecten vol klimaatgekte, zoals een drijvend windmolenpark voor de kust van Curaçao. Door bekabeling en verankering brengt dit grote risico’s met zich mee voor koraalriffen en het duiktoerisme. Dat lijkt echter geen probleem te zijn voor de zogenaamd milieuvriendelijke ideologen in Den Haag.
Voor deze politici in Den Haag mag Bonaire dan ver weg liggen, voor de bewoners van Bonaire is de milieuchaos dagelijks merkbaar. Zij verdienen meer dan een ideologische rechtszaak als pleister op de stinkende wond.
Peter van Haasen is voormalig lid van de Tweede Kamercommissie voor Koninkrijksrelaties en initiatiefnemer van de website onskoninkrijk.nl.
