Den Haag – Staatssecretaris van Koninkrijksrelaties Eddie van Marum heeft het eilandbestuur van Bonaire teruggefloten. De bewindsman zet een streep door het besluit de voor de sanering van het BOPEC-terrein bestemde 26,3 miljoen dollar door te schuiven naar de algemene reserves van de begroting 2025 van het openbaar lichaam.

Het op omvallen staande Bestuurscollege laat een gat van 7 miljoen achter voor de opvolgers.
Van Marum wijst erop dat het eilandbestuur geen partij was bij de verkoop van het terrein door de curator aan Curoil, anders dan het verlengen van de erfpacht. De voor het schoonmaken van het terrein benodigde 26,3 miljoen is ondergebracht bij een onafhankelijke stichting. “Ik geef geen goedkeuring voor het toevoegen van de middelen aan de begroting van Bonaire en wil benadrukken dat de middelen voor de sanering ten behoeve van de stichting blijven”, schrijft Van Marum in een vandaag naar de eilandsraad verstuurde brief.
Het eilandbestuur krijgt nog een tweede dreun te verwerken. De staatssecretaris geeft weliswaar zijn goedkeuring aan het onttrekken van 7 miljoen dollar aan de algemene reserves voor o.a. noodmaatregelen te treffen voor het aanpakken van de problemen bij de vuilstort, maar dat bedrag moet in de Jaarrekening 2025 worden gecompenseerd of anders in de begrotingen van 2026 en 2027. Met andere woorden: het huidige of het nieuwe Bestuurscollege moet op zoek naar 7 miljoen.
Van Marum wijst in zijn brief op de zorgen van het College financieel toezicht over het (geringe) realiteitsgehalte van de begroting. Toch schrijft hij “positief” te zijn over “de inzet” van Bonaire. “Desalniettemin”, voegt de bewindsman er aan toe, “zijn verbeterstappen noodzakelijk.”



