Door René Zwart
Lag Bonaire maar tussen Terschelling en Ameland. Dan zouden de omwonenden van de vuilstort van Selibon bij Lagun niet meer om de haverklap, vaak bij nacht en ontij, uit hun huis worden verdreven, op de vlucht voor de verstikkende rook na de zoveelste brand op de landfill. Zoals ook weer afgelopen weekend, voor de tweede keer in een week. Wat zich precies tien jaar geleden openbaarde als een afvalcrisis is door het uitblijven van adequaat overheidsoptreden uitgegroeid tot een afvalschandaal.
Combineer een vuilverwerkingsbedrijf dat door zijn eigenaar (de lokale overheid) onderbetaald wordt voor de geleverde diensten waardoor het met een chronisch gebrek aan menskracht, kennis en materieel kampt, met een door een meerderheid in de eilandsraad gesteunde gedeputeerde die hulp vanuit Den Haag als een aanval op zijn zelfbeschikkingsrecht beschouwt en je hebt een giftige cocktail. Of, zoals onafhankelijke adviseurs het onlangs zeiden: een tikkende tijdbom.
Hoe veel meer bewijs heeft ‘Den Haag’ nodig om tot de conclusie te komen dat het aanpakken van de afvalcrisis op Bonaire meer vraagt dan een Bestuursakkoord? In november zette gedeputeerde Clark Abraham zijn handtekening onder een pakket beloften om wat eufemistisch ‘overlast’ wordt genoemd, te bestrijden in aanloop naar de beoogde sluiting van de gifbelt eind 2028.
Een papieren werkelijkheid versus de realiteit waarin het voor gezinnen routine begint te worden haastig deuren en ramen te sluiten, wat kleding bij elkaar te graaien en naar de noodopvang te vluchten. Al in 2016 sloegen experts alarm over de risico’s voor de volksgezondheid, natuur (tot en met het zeeleven) en milieu omdat er ongehinderd onder meer niet afbreekbare chemicaliën, besmettelijk biomedisch afval en asbest werden gestort. En dat alles zonder de vereiste vergunningen, een wegkijkende dienst Toezicht & Handhaving, eilandsraadsleden die liever reizen dan het Bestuurscollege te controleren en opeenvolgende staatssecretarissen van I&W die amper weten waar Bonaire ligt.
En de Tweede Kamercommissie voor Koninkrijksrelaties? Die gromt wel, maar heeft tot nu toe niet de guts om door te bijten. De vraag is wanneer voor Den Haag dan wel het moment is aangebroken om gedupeerde Bonairianen tegen hun eigen falende bestuurders in bescherming te nemen.
