Het kan verkeren. Kijk naar Curaçao, sinds het niet meer de shon kan spelen over de ‘zustereilanden’ was het toch een beetje de kneus van het Koninkrijk. Maar opeens ruikt het land zijn kansen om in de vaart der volkeren op te stoten. Met dank aan Trump. Kijk er niet raar van op als minister-president Gilmar Pisas er vandaag of morgen voor pleit de dolgedraaide despoot van het Witte Huis het ereburgerschap van Curaçao toe te kennen of hem het strategisch gelegen Klein Curaçao voor een prikkie aanbiedt… Onze Pik was er als de kippen bij om zich bij dubieuze Amerikaanse olieboeren binnen te slijmen met het aanbod de uit het – ooit bevriende – buurland geroofde olie veilig te stellen. De ene zijn dood (bij de aanval van de VS op Venezuela werden tenminste 55 mensen omgelegd), is Curaçao zijn brood…
Intussen dient zich de volgende gouden kans aan. De inlijving van Groenland door Trump kan Curaçao samen met de andere “Nederlandse eilanden in de Cariben” (zoals je nogal eens in de Tweede Kamer hoort) een paar honderd miljoen bonus opleveren. Hoe dan? De Europese Commissie wil de subsidiepot voor landjes en gebiedjes overzee verdubbelen. Voor de huidige periode (2021-2027) zat daar 500 miljoen euro in, voorgesteld is er voor de komende zes jaar een miljard van te maken. Daarvan is 530 miljoen voor Groenland bestemd en zo’n 400 miljoen voor de LGO’s die deel uitmaken van de Republiek Frankrijk en het Koninkrijk der Nederlanden.
Zodra de Stars and Stripes op het regeringsgebouw in Nuuk wappert, kunnen de 57.000 Groenlanders fluiten naar hun EU-centen en wordt de poet wellicht verdeeld over de resterende LGO-tjes. Dus wees niet verrast als de minpres van Curaçao achter de schermen zijn innige contacten met de handlangers van de MAGA-clan benut om ze te smeken zo snel mogelijk toe te slaan.
De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat de verdubbeling van de EU-bijdrage geen zekerheidje is. De lidstaten moeten er nog hun plas over doen. De Oost-Europese landen zijn nooit gelukkig geweest dat er EU-geld naar voormalige koloniën gaat: Frankrijk en Nederland zijn in hun ogen rijk genoeg om de eilanden financieel te stutten. Maar ook het kabinet Schoof staat niet te trappelen: de VVD subsidieert liever de fossiele industrie en de BBB stikstofproducerende boeren. Volgende week gaat de Tweede Kamer er nog wat van zeggen.
En als we het dan toch over politiek Den Haag hebben: de nieuwe Kamercommissie voor Koninkrijksrelaties kent bij gebrek aan kennis van de Cariben een ongelukkige start. De kerstvakantie was kennelijk te kort om het inwerkdossier te consumeren. Of zou de appetijt ontbreken? Het merendeel van de nieuwelingen haalde immers zijn neus op voor een spoedcursus hoe het Koninkrijk in elkaar steekt, op een dienblaadje aangereikt door het Curaçaohuis dat woensdagavond speciaal ten behoeve van parlementariërs een voordracht van bijzonder hoogleraar koninkrijksrelaties Wouter Veenendaal had georganiseerd.
Hoewel slechts drie minuten en eenenveertig seconden wandelen van hun werkplek, kwam er niet meer dan één lid van de Kamercommissie voor Koninkrijksrelaties opdagen. En dat was ook nog eens degene die al wel veel van de eilanden weet, D66’er Heera Dijk. Ze zal zich niet geliefd maken bij haar collega’s die al na één commissiedebat klagen dat ze vergadermoe worden van het koninkrijksgedoe: op haar aandringen komt er later deze maand een rondetafelgesprek over de bestaanszekerheid op de BES-eilanden, waarvoor o.a. de Commissie Thodé wordt uitgenodigd. Het rapport ‘Een waardig bestaan’ is alweer twee jaar en drie maanden oud dus wordt het inderdaad zo zoetjes aan tijd om het een keertje over de inhoud te hebben.
Zo veel tijd heeft niet eens het eilandbestuur van Bonaire nodig om verzoeken in het kader van de Wet openbaarheid van bestuur BES af te handelen. Deze week beklaagde de redactie van Bonaire.nu zich erover dat een mijlpaal was bereikt met vijf onbeantwoorde Wobjes. “Personeelstekort”, luidde de smoes. Dat is natuurlijk niet de oorzaak, maar een gevolg van een coalitie die zich vooral ophoudt in achterkamertjes met de deur op slot en de blinds dicht. Elk rapport, advies of brief die het koppel Abraham/Coffie en onderhorigen niet zint, wordt onder het tapijt geveegd.
Waarmee het openbaar lichaam tot een notoire wetsovertreder is afgezakt. De Wet openbaarheid van Bestuur verplicht de overheid immers het publiek actief te informeren. Sterker nog: de eilandsraad heeft nog maar enkele jaren geleden een (van een Nederlandse gemeente gecopypast) communicatiebeleid vastgesteld dat een einde had moeten maken aan de doofpotcultuur. Jaja, vandaar dat het BC is gestopt met het publiceren van besluiten nadat het langs die weg onbedoeld de verdenking van belangenverstrengeling op zich had geladen. Was het niet deze coalitie die aantrad met de belofte “transparant” te zijn? Nou, achterbakser dan nu is het nooit geweest.
Zelfs over brieven die het eilandbestuur zelf verstuurt en die de belangen van de samenleving in het hart raken, wordt stiekem gedaan. Voorbeeld daarvan is lobby tegen de versterking van de democratie door uitbreiding van de eilandsraad. Dat verdeelt de werkdruk over meer koppen, maar is vooral noodzakelijk om de lokale volksvertegenwoordiging een eerlijke weerspiegeling te laten zijn van de gemeenschap. Het thans regerende kliekje ziet dat uiteraard als een bedreiging: dat moet er niet aan denken de heerschappij te moeten delen met (politiek) andersdenkenden. Of zoals een vertrouwelinge van coalitiebaas Abraham het op Facebook samenvat:

***********************************************************************************************************

