BES-burgers hebben zelden reden trots te zijn op hun volksvertegenwoordigers. Maar deze week slaagden die er wel mooi in de Tweede Kamercommissie voor Koninkrijksrelaties in de luren te leggen. Door, streetwise als ze zijn, sluw gebruik te maken van het momentum: een commissie vol naïeve, goedgelovige rookies, die hun Caribische pappenheimers nog moeten leren herkennen. Ze stonken met open ogen, oren en neuzen in het gejammer van hun overzeese soortgenoten: de staatssecretaris luistert niet naar ze, trapt voortdurend op de tere zelfbeschikkingsteentjes en wil tot overmaat van ramp de lokale democratie versterken door de eilandsraden uit te breiden.
Kiezers een grotere vinger in de pap geven, daar zitten natuurlijk niet alle eilandelijke politici op te wachten. Het moet toch de nachtmerrie van zittende kliekjes zijn dat daarmee de deur wordt opengezet voor een meerderheid die zich wel in dienst van het algemeen belang stelt. Dus werd bij een consultanth een voorraadje drogredenen ingekocht om het wetsvoorstel tot uitbreiding van bestuurscolleges en eilandsraden te saboteren: “We zijn er niet klaar voor. Geen werkkamer voor de extra gedeputeerde. Een te kleine vergaderzaal. Te duur. Geen geschikte kandidaten.” Hè, sinds wanneer is in de politiek – waar dan ook in het Koninkrijk – ‘geschiktheid’ een criterium?
De weerstand staat haaks op het jarenlange zelfbeklag bij elk ‘werkbezoek’ aan Den Haag (en dat waren er veel) over een te grote werkdruk. Gedeputeerden en eilandsraden zijn met te weinig om de zware workload te kunnen dragen. Colleges van B&W en gemeenteraden van even kleine dorpen of zonder internationaal vliegveld en zeehaven in Europees Nederland zitten qua menskracht aanzienlijk ruimer in hun jasje, terwijl zij ook nog eens kunnen leunen op het provinciale apparaat. De onderbezetting werd keer op keer aangevoerd als verklaring voor bestuurlijke besluiteloosheid en slome uitvoering.
Dus kwam ‘Den Haag’ met het voorstel de eilandbesturen in twee stappen getalsmatig gelijk te trekken met de op het inwonertal gebaseerde staffel die geldt voor Europees Nederlandse gemeenten. Tot voor kort waren de eilanden het daar van harte mee eens. Ze zetten glunderend hun handtekening onder de afspraak die ze met de toenmalige, door hen bejubelde stas Van Huffelen in 2023 maakten. Maar nu het wetsvoorstel rijp is voor parlementaire behandeling, wordt het opeens geframed als iets heel koloniaals: dat vermaledijde moederland dwingt ons te accepteren dat we gelijk worden behandeld!
Dus ventileerden delegaties van Bonaire en Saba begin deze week in gesprek met de nog naar nieuw ruikende Kamercommissie voor Koninkrijksrelaties hun weerzin tegen sterker bestuur; dan heb je immers geen excuus meer dat je er niks van bakt. Laten we het maar als een beginnersfout vergoelijken dat een (minimale) meerderheid in de commissie zich voor het karretje-van-eigen-belang liet spannen door het wetsontwerp controversieel te verklaren. Met als gevolg dat de behandeling wordt uitgesteld tot na het aantreden van een nieuw kabinet. De consequentie is dat BES-burgers tot 2031 moeten wachten alvorens zij meer invloed krijgen op hun eigen bestuur.
Door staatssecretaris Eddie van Marum (“Ik vind uitstel niet uit te leggen”) wakker geschud, sloeg bij de indieners van het voorstel het dossier controversieel te verklaren de twijfel toe. Vlak voordat de voltallige Kamer er donderdagavond over zou stemmen, besloten zij hun keutel in te trekken en een nadere toelichting van Van Marum af te wachten. De Kamer is inmiddels met kerstreces dus dat geeft de commissieleden de gelegenheid tot het besef te komen dat Caribische volksvertegenwoordigers niet per definitie de belangen van hun volk vertegenwoordigen.
“Goede, onafhankelijke journalistiek in het Nederlands is schaars op Bonaire. En in de Nederlandse pers is veel te weinig aandacht voor het Caribisch deel van het Koninkrijk”, beweert “Hi, ik ben Arjen de Wolff”, de oud-griffier van de eilandsraad van Bonaire. De grootverzamelaar van teleurgestelde werkgevers belooft die leemte te vullen met “Dé Show”, een Nederlandstalige online talkshow. Elke week op vrijdag of zaterdag, dat weet hij nog niet.
“We make een radioshow met een duidelijke, eigen sfeer: serieus over de inhoud, Snel maar licht van toon en met een knipoog. In Dé Show bespreken we het nieuws en de actualiteiten: over Bonaire zelf, over Den Haag en de besluitvorming die ons eiland raakt, over de regio (Venezuela, Colombia, VS, Cariben) én over de wereld. Er moet nog een hoop gebeuren, maar: de allereerste podcast van Dé Show verwachten we op 10 januari! Stay tuned.”
Een van de dingen die nog moet gebeuren, is dat u uw portemonnee trekt. Want: “Je kan Dé Show gratis luisteren, maar we kunnen Dé Show niet gratis máken. Met een kleine incidentele of terugkerende donatie help je al mee met de versterking van de journalistiek op Bonaire. In een democratische rechtsstaat, ook op een klein eiland, is een goed geïnformeerde bevolking geen luxe, maar een voorwaarde”, aldus De Wolff van wiens eerdere initiatief een Bonairiaanse kwaliteitskrant te lanceren nooit meer is gehoord. Maar met Dé Show komt het vast wél goed. Er is al voor 402 euro aan donaties gestort.
Kadushi is het buitenbeentje van DossierKoninkrijksrelaties.nl: een stekelige rubriek die soms wel eens ‘au’ kan doen.
