Den Haag – Een meerderheid van rechts in de Tweede Kamer voelt niets voor een Koninkrijksfonds waaruit de Aruba, Curaçao en Sint Maarten renteloze leningen kunnen worden verstrekt voor grote investeringen waarvoor zij zelf niet de middelen hebben. Een motie daartoe was eerder vandaag door het Tweede Kamerlid Mikal Tseggai (GroenLinks-PvdA) ingediend, maar die kreeg bij de stemmingen vanavond niet voldoende steun.
De motie luidde als volgt: “De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat een structureel gezonde financiële situatie van belang is voor de CAS-landen, maar dat door de relatief kleine omvang de financiën van de eilanden gevoelig zijn voor bijvoorbeeld een pandemie of een natuurramp; overwegende dat de eilanden belangrijke opgaven hebben die ook financiële investeringen vergen; overwegende dat het van belang is om binnen het Koninkrijk heldere afspraken te maken over de toekomstige financiële verhoudingen en onderlinge bijstand; verzoekt de regering om samen met de CAS-landen te verkennen of een Koninkrijksfonds, waarbij landen renteloze leningen kunnen krijgen voor grote investeringen, ingesteld kan worden, en de Kamer over de uitkomsten van deze verkenning te informeren, en gaat over tot de orde van de dag.”
Staatssecretaris van Koninkrijksrelaties Eddie van Marum ontraadde de motie: “Lenen is al mogelijk. Deze lening moeten ook worden afbetaald. Ze betalen al het laagste rentetarief via de rijkswet.” Met die afwijzing nam Tseggai geen genoegen: “Ik begrijp dat bijvoorbeeld Aruba momenteel tegen een ontzettend hoog rentetarief leent. Vindt de staatssecretaris een rentetarief van 16% al dusdanig laag dat we daar geen andere oplossingen voor kunnen bedenken? Het zou toch op de lange termijn beter zijn als we gewoon een soort revolverend fonds hebben binnen het Koninkrijk, voor bijvoorbeeld grote investeringen of bijstand die nodig is bij calamiteiten?”
Van Marum: “We zijn bezig met de Rijkswet HOFA. Met de Rijkswet HOFA worden er ook mogelijkheden geboden om tegen lagere tarieven te lenen.”
