Tijs van den Brink (CDA): Verbondenheid vraagt verantwoordelijkheid

Inbreng van Tijs van den Brink (CDA) bij het debat over de begroting Koninkrijksrelaties en het BES-fonds.

Het is heel eervol om hier vandaag te staan tijdens deze begrotingsbespreking. Als nieuwkomer op dit dossier sta ik hier met respect voor de geschiedenis, de opgebouwde kennis en de ervaring in de Kamer die hier al aanwezig is. De Caribische delen van het Koninkrijk vragen namelijk om zorgvuldigheid en continuïteit. Ik ga proberen met een frisse blik, op basis van de stukken en de gesprekken die zijn gevoerd, in de komende jaren richting te geven aan de keuzes die voorliggen, in bescheidenheid, duidelijkheid en sterke verbondenheid.

Nederland is onlosmakelijk verbonden met de Caribische delen van ons Koninkrijk. Die verbondenheid is historisch, maar zit vooral in de mensen. Veel families, studenten, werknemers en ondernemers bewegen heen en weer tussen de eilanden en Nederland. We voelen die verbinding ook op momenten van trots zoals onlangs, toen het nationale elftal van Curaçao het onmogelijke presteerde door zich te plaatsen voor het WK voetbal. Het laat zien dat talent, veerkracht en ambitie in het hele Koninkrijk aanwezig zijn.

Voorzitter. Die verbondenheid vraagt ook verantwoordelijkheid. Die kent twee kanten: kansen en kwetsbaarheid. Op Bonaire, Sint Eustatius en Saba blijft armoede onder gezinnen en ouderen hardnekkig aanwezig. Tegelijk beschikken de eilanden over te weinig middelen om de achterstanden in infrastructuur weg te werken, van wegen en riolering tot drinkwater en energievoorziening. De opgaven zijn urgent en structureel. Het CDA benadrukt dat het economisch perspectief in Caribisch Nederland moet worden versterkt en dat armoede samen met de eilanden moet worden bestreden. De afgelopen weken bezochten veel politici van Caribisch Nederland Europees Nederland en ze legden ons hun problemen voor. Ik snap dat het ingewikkeld is om met panklare oplossingen te komen, maar er werd ook gezegd dat het moeilijk was om echt in contact te komen. Ik zou de minister willen vragen: zou u een extra inspanning willen doen om dat contact te leggen, bijvoorbeeld met de eilandsraden van Saba en Bonaire?

Voorzitter. Aruba, Curaçao en Sint Maarten zijn volwaardige partners binnen het Koninkrijk. Samenwerking vraagt wederzijds vertrouwen en transparante verantwoording, maar gaat verder dan afspraken op papier. Het gaat ook om kennisuitwisseling, culturele verbondenheid en economische kansen. In Nederland woont bovendien een grote gemeenschap met wortels op de eilanden. Zij verbinden onze samenlevingen dagelijks en verdienen het om betrokken te worden bij het beleid dat het Koninkrijk raakt.

Voorzitter. De veiligheid van het Koninkrijk stopt niet bij de Noordzee. Vooral de Benedenwindse Eilanden ervaren de gevolgen van de aanhoudende instabiliteit in Venezuela: economische instorting, migratiestromen, geopolitieke spanningen en toenemende smokkel- en drugstransporten. Dit raakt direct de grensbewaking, de energiezekerheid, de voedselvoorziening en de bredere stabiliteit in het Caribisch gebied. Het vraagt om voorbereiding, samenwerking en ondersteuning binnen het Koninkrijk.

Meneer Van der Burg refereerde er ook al aan: onlangs zijn er in het parlement van Curaçao twee moties ingediend waarin wordt verzocht om Nederlandse militaire bijstand voor het veilig houden van het luchtruim boven Curaçao, mede naar aanleiding van de zorgen over de veiligheid en coördinatie in het Caribisch gebied. Kan de minister aangeven hoe het kabinet deze moties beoordeelt en welke stappen er inmiddels zijn gezet? Kan de minister in algemene zin toelichten hoe wordt geborgd dat de veiligheid van het luchtruim in het Caribische deel van het Koninkrijk structureel op orde is, zowel civiel als militair?

De veiligheid van onze eilanden is en blijft allereerst onze eigen verantwoordelijkheid. Juist daarom is samenwerking met onze vaste partners van belang. Nederland werkt in de regio traditioneel nauw samen met onder andere het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk, landen die net als wij actief zijn in het Caribisch gebied en bijdragen aan kustwachttaken, de aanpak van ondermijning en de versterking van grensbewaking. Het is van groot belang dat we die samenwerking blijvend voortzetten, zodat we gezamenlijk bijdragen aan stabiliteit en veiligheid in het Caribisch gebied. Kan dit kabinet aangeven of het op dit moment lukt permanent een stationsschip te stationeren in het Caribisch gebied?

Voorzitter. Ik heb nog één andere vraag, over de uitbreiding van de eilandsraden. Ik zou aan de minister willen vragen of hij nog eens wil toelichten waarom dat voor hem zo belangrijk is.

Tot slot. Het Koninkrijk verdient stabiliteit, samenwerking en perspectief, maar bovenal erkenning van de diepe verbinding die zo veel mensen hier en overzee dagelijks ervaren.

error: Deze inhoud mag niet gekopieerd worden.