Inbreng van Mikal Tseggai (GroenLinks-PvdA) bij het debat over de begroting Koninkrijksrelaties en het BES-fonds.
Good afternoon. Bon tardi, aan eenieder die meekijkt. Voorzitter. Het is al aangehaald: het Caribisch deel van ons Koninkrijk bevindt zich momenteel in onrustig gebied. De afgelopen maanden zijn de zorgen over het verder oplopende conflict tussen de Verenigde Staten en Venezuela alleen maar verder toegenomen. Over deze geopolitieke spanningen hebben onze collega’s natuurlijk al gedebatteerd in de commissie Buitenlandse Zaken, maar ik vind toch dat we er niet aan ontkomen om het vandaag nog een keer te bespreken. Ik denk namelijk dat het belangrijk is dat de gevolgen voor de bewoners op de eilanden niet uit het oog verloren worden, los van alle geopolitieke aspecten. Ik vond het kabinet tot nu toe nogal stil. Ik vraag me dan af: had het kabinet dezelfde reactie gehad als er een Amerikaans vliegdekschip in de Noordzee zou varen? Ik hoop van niet. Van de staatssecretaris hebben we ook weinig over de grote zorgen op de eilanden gehoord. Ik zou hier graag een reflectie van hem op willen. Waarom liet het kabinet zo lang niets van zich horen, ook niet nadat bewoners en bestuurders van de eilanden via de media hun zorgen herhaaldelijk hebben geuit?
Dan kom ik bij het tweede belangrijke onderwerp van deze begroting: de bestaanszekerheid op de eilanden. Zowel in de drie Caribische landen als op de BES-eilanden is het leven voor veel mensen erg duur. Ik hoorde bijvoorbeeld dat een doosje aardbeien op Saba 18 dollar kost. Dat lijkt mij een goed voorbeeld van hoe duur het leven daar is. Ook de kosten van energie, vervoer en huisvesting zijn voor veel mensen moeilijk te betalen. Ik ben een nieuwe woordvoerder op deze portefeuille, maar ik ben hier best van geschrokken, vooral van het feit dat de armoedecijfers op de eilanden zoveel hoger zijn dan in Europees Nederland. Ik vind dat eigenlijk Nederland onwaardig. Ik denk dat we ons dit in Europees Nederland onvoldoende realiseren en dat we te vaak alleen maar naar de eilanden kijken als mooie vakantiebestemming. Maar het leven is daar gewoon ontzettend duur. Ik hoor hier graag een reflectie op van de staatssecretaris.
Er zijn de afgelopen jaren al stappen gezet in de goede richting: het sociaal minimum is verhoogd en er zijn hogere toeslagen gekomen. Toch denk ik dat het niet genoeg is. Het College voor de Rechten van de Mens schreef afgelopen augustus aan de VN dat belangrijke socialezekerheidsvoorzieningen die in Europees Nederland beschikbaar zijn, dat nog steeds niet zijn in Caribisch Nederland. Er zijn nog steeds onvoldoende sociale huurwoningen, om een voorbeeld te geven. Wat gaat het kabinet hier concreet aan doen? Dit moet namelijk snel verbeteren.
Dat geldt ook voor het onderwijs in Caribisch Nederland. We weten al een tijdje dat het onderwijs in Caribisch Nederland veel beter moet en kan. Zo is er op veel eilanden sprake van een braindrain, maar ook van een lerarentekort van leerkrachten die Papiamento spreken. Daardoor blijven de leerresultaten achter. Kan de staatssecretaris aangeven hoe het kabinet hiernaar kijkt en wat de ambities zijn op dit gebied?
Voorzitter. Dan het klimaat. De opwarming van de aarde en de gevolgen hiervan gaan aan de eilanden zeker niet voorbij. Daar is het al realiteit. Er moet op dit vlak echt veel meer gebeuren. Ik heb daar een aantal vragen over. Hoe staat het met de uitvoering van de klimaatplannen voor Caribisch Nederland? Op welke manieren werken Curaçao, Sint-Maarten, Aruba en Nederland samen om te verduurzamen en om de gevolgen van klimaatverandering daar zo goed mogelijk op te vangen? Specifiek over Bonaire heb ik de vraag of het kabinet in gesprek is met de bewoners die samen met Greenpeace een rechtszaak tegen de Staat zijn begonnen. Het is immers heel erg triest dat die bewoners geen andere weg meer zagen dan naar de rechter stappen. Het lijkt mij dat het in een Koninkrijk, waarin we klimaatverandering serieus nemen, niet zo ver hoeft te komen. Ik hoor graag hoe de staatssecretaris hiernaar kijkt. Ik kan mij ook aansluiten bij de vragen van D66 over Selibon.
Voorzitter. Democratie. Ons Koninkrijk ziet zichzelf graag als hoeder van democratie en recht. Dat is natuurlijk heel mooi, maar dat moet zich niet beperken tot het Europese deel van het Koninkrijk. Voor GroenLinks-PvdA staat als een paal boven water dat iedereen in ons Koninkrijk beschermd moet worden tegen het schenden van universele rechten en dat iedereen gelijkwaardig wordt behandeld. Voor mijn fractie is het democratisch tekort op een aantal eilanden al geruime tijd symbool voor het feit dat niet alle koninkrijksburgers gelijke invloed hebben op de besluitvorming. Dit werd mij de afgelopen weken opnieuw duidelijk als we het hebben over de spanningen in het Caribisch gebied. Terwijl die spanningen zich vooral voordoen in de landen Aruba en Curaçao, zijn het de parlementariërs in dit huis die zich hiermee bezighouden omdat het koninkrijksaangelegenheden zijn. Dat is een beetje gek, want de Nederlanders uit Aruba en Curaçao hebben geen stemrecht voor de Tweede en Eerste Kamer, net als trouwens de inwoners van Sint-Maarten. En daardoor hebben zij ook geen invloed op wat wij hier besluiten. Ik zou graag van de staatssecretaris willen horen hoe hij kijkt naar dat democratisch tekort.
Als laatste ga ik, in de 37 seconden die ik over heb, iets zeggen over bereikbaarheid van de BES-eilanden. Het kabinet is bezig met de PSO, maar dat duurt nog even en er zijn heel veel zorgen over de overbruggingsperiode van twee jaar die er nog aan zit te komen, met name over de betaalbaarheid van vliegtickets waarvan mensen op Saba van afhankelijk zijn. Ik vraag de staatssecretaris ook of hij een update kan geven over de buslijn op Bonaire.
