“Wat mij van het hart moet”, luidde de eerste zin van een bericht van Tanja Fraai op Facebook waarvoor ze terecht veel bijval oogstte. De geestelijk moeder en tot voor kort (zeer gedreven) directeur van de stichting WeConnect is getuige de begeleidende niet-smilende smiley boos. En niet zonder reden. Jarenlang heeft zij met haar WeConnect-team het vuur uit de sloffen gerend om een brug te slaan tussen de schreeuw om goed opgeleid personeel van werkgevers in het Caribische deel van het Koninkrijk en in Europees Nederland studerende eilandskinderen met een terugkeerwens. Eén en één is minimaal drie zou je zeggen. Vergeet het maar!
Aan de bruggenbouwers van WeConnect ligt het niet. “We enthousiasmeren Caribische professionals om te solliciteren. We organiseren webinars, versturen nieuwsbrieven met vacatures, delen enthousiaste verhalen”, aldus Tanja’s FB-post. En ook de bursalen valt nada-niks te verwijten. De high potentials solliciteren zich drie slagen in de rondte, idealistisch als ze zijn om, verrijkt met de kennis en ervaring die ze in hun studietijd hebben getankt, een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van hun geboorte-eilanden die op sommige terreinen het derdewereldniveau nog niet zijn ontgroeid.
Hoe makkelijk kun je het krijgen als naar gemotiveerde medewerkers hengelende werkgevers? Dankzij WeConnect worden de neusjes van de zalm je gratis en voor niks op een dienblaadje voorgeschoteld. Niet te versmaden, denk je dan. Edoch: “Te vaak hoor ik terug dat er geen enkele reactie komt. Doodzonde en ontmoedigend”, gaf Tanja – op naar Kadushi’s oordeel nog netjes – uiting aan haar teleurstelling. Wie de doorsnee Caribische werkgever een beetje kent, zal het echter niet echt verbazen.
Veelzeggend is de titel die na hun studie terugkerende studenten van de achtergeblevenen opgeplakt krijgen: ing. Wat staat voor ‘in Nederland geweest’. Oftewel: intelligent, eigenwijs, mondig en op de koop toe ook nog intelligent. Eigenschappen waar menig Caribische baas nachtmerries van krijgt. Velen zitten niet te wachten op een werknemer die misschien iets kan wattie zelf niet kan, want dat ervaart hij als ondermijning van zijn gezag. Ja: ‘hij’, want bij vrouwen zit het ego doorgaans veel minder in de weg.
Bij werkgevers in Europees Nederland staan Caribische studenten juist wel goed aangeschreven. Aan doorzettingskracht immers geen gebrek, want je moet stevig in je schoenen staan om je als jongere ver van familie, huis en airco in een vreemd, grauw land vol botte makamba’s te redden. Zo hebben de eilanden (met Curaçao voorop) het beste wat ze voortbrengen onbedoeld tot een gewild exportproduct gemaakt. Waarmee het moederland zijn voordeel doet en de eilanden zichzelf benadelen.
In 2026 is het tien jaar geleden dat het toenmalige Eerste Kamerlid Thom de Graaf een voorspelling deed in een debat over de Caribische delen van het Koninkrijk waarin uitgebreid werd stilgestaan bij de rol van de rijksvertegenwoordiger. Ook toen al was die in mist gehuld. “Het blijft een moeizame functie, niet alleen door de kleinschaligheid van het eilandsbestuur en het wantrouwen dat altijd op de loer ligt, maar ook door het permanent onheldere karakter van de functie. Ik denk dat we nog niet het laatste woord hebben gezegd over de rijksvertegenwoordiger”, aldus De Graaf toen.
Hoe profetisch! Een heel decennium later is er geen onderwerp waaraan de eilandsraad van Bonaire zo veel (lelijke) woorden, tijd, energie en niet te vergeten reiskosten besteedt, als aan ’s rijks oppasser. Meer, heel veel meer dan aan de landfill bij Lagun (een sluipmoordenaar in overheidsdienst), aan de rammelende boekhouding of aan het onvermogen van het BC in plaats van af te breken ook eens iets op te bouwen. Donderdag werd er maar weer eens een extra eilandsraadsvergadering aan gewijd om van de Hollandse pottenkijker af te komen.
Gaat niet lukken. Zelfs als er in het nieuwe kabinet weer een D66-softie de koninkrijksrelaties gaat doen. Het afvalschandaal rond Selibon heeft de waarde en noodzaak van een waakhond aangetoond. En het wordt alleen maar beter als die van extra scherpe hoektanden wordt voorzien zodat het niet bij grommen en blaffen alleen blijft tegen een opzichtig falend Bestuurscollege en eilandsraadsleden die meer de belangen van ‘hun’ gedeputeerde dienen dan die van hun kiezers.
Kadushi is het buitenbeentje van DossierKoninkrijksrelaties.nl: een stekelige rubriek die soms wel eens ‘au’ kan doen.
