“Bonaire is wel af zo”, kopte het Stan Huygens Journaal in ‘s lands qua abonnees grootste, maar inhoudelijk kleingeestigste krant, de Telegraaf. De societyrubriek van brallerig Nederland is neergestreken op het Flamingo-eiland voor een “tweedelige serie”. Het eerste deel verscheen gisteren. Het waarom van al deze ongevraagde gratis aandacht vertelt de redactie er niet bij. Maar de repo, overigens een journalistieke prul, maakt onthutsend helder dat de annexatie van Bonaire als veilig en comfortabel vluchtoord voor belastingschuwe makamba’s een voldongen feit is. Maar daarmee is Bonaire niet af. Bonaire is Bonaire niet meer en zal, zo moet worden gevreesd, dat ook nooit meer worden.
Met dank aan lokale politici die de deur in hun grenzeloze – laten we aardig blijven – laksheid wagenwijd open hebben gezet voor nieuwkomers die niks goeds meebrengen. Door zelfbenoemd vrijheidsstrijder James – Don Quichot – Finies misschien niet zo netjes, maar wel treffend tot “witte schimmel” gedoopt. De ongebreidelde toestroom van welgestelden heeft ervoor gezorgd dat voor echte Bonairianen – inmiddels in de minderheid – de dagelijkse boodschappen schofterig duur zijn geworden, er voor hen geen betaalbaar huis meer is te vinden en ze zich steeds meer vreemdeling op hun eigen eiland zijn gaan voelen.
Een ander pijnpunt, zo is te lezen in de onlangs verschenen bundel ‘Kroniek van een gebroken belofte’, is het gedrag van immigranten. Europese Nederlanders staan in de wereld niet hoog aangeschreven om hun aanpassings- en inlevingsvermogen of gemanierdheid en dat dragen ze ongegeneerd uit als ze zich in het Caribische deel van het Koninkrijk nestelen. Hier is wel een disclaimer op zijn plaats: natuurlijk zijn er die wel hun best doen de couleur locale aan te nemen en op een respectvolle manier hun steentje bijdragen aan de ontwikkeling van Bonaire, maar in hen is de Telegraaf kennelijk niet geïnteresseerd.
Als de eilandbestuurders minder fanatiek hun eigen kortzichtige belang hadden nagejaagd, zou er al lang en breed aan de poort worden geselecteerd wie wel en wie niet welkom is. Zoals ook de Waddeneilanden en kleinere gemeenten doen. Bonairiaanse politici hebben de afgelopen jaren onder meer Terschelling, Texel en Schiermonnikoog bezocht om, zo rechtvaardigden ze hun reisdrift, hun licht op te steken over het invoeren van vestigingsvoorwaarden. Na terugkeer (met overbagage van het shoppen) is de follow up beperkt gebleven tot een met kromme vork gekrabbeld persbericht.
Het resultaat is een zich steeds pijnlijker aftekenende kloof tussen rijk en arm. De plaatselijke volksvertegenwoordigers lijken er niet mee te zitten. Sterker nog, toen minister van Financiën Eelco Heinen (toch heus waar een onvervalste VVD’er) vorig jaar besloot de belastingdruk in Caribisch Nederland eerlijker naar draagkracht te verdelen, beklom het eilandbestuur opgejut door gedeputeerde (van toen nog Financiën) Clark Abraham en coalitieleider Daisy Coffie de barricaden om dat tegen te houden. Dat daardoor inwoners met het minimumloon of een uitkering juist meer belasting zouden gaan betalen, kon ze niet boeien. Op het nippertje greep de Tweede Kamer in.
Maar het kan nog bonter. Terwijl de authenciteit van het eiland zwaar onder druk staat en de locals worstelen met hun identiteit, hebben de coalitiefracties (PDB, M21 en Vrolijk) besloten de geschiedenis van Bonaire bij het grof vuil te zetten door de Fundashon Históriko Kultural Boneriano (FuHiKuBo) eigenhandig de nek om te draaien. Het in 1998 door dé Bòi Antoin opgerichte kennisinstituut heeft een unieke verzameling opgebouwd van geschreven, audio en/of visueel materiaal en objecten. De uitgebreide collectie wordt gezien als het hart van het cultureel-historisch geheugen van Bonaire en is van onschatbare betekenis voor zowel het eiland als het Koninkrijk.
FuHiKuBo moet het doen met zo’n karige subsidie dat het voortbestaan in direct gevaar is. Maar daar ligt het Bestuurscollege niet wakker van en ook de coalitiepartijen in de eilandsraad laat het koud als onvervangbaar cultureel erfgoed naar zijn mallemoer gaat. Want hoe anders valt het te verklaren dat zij juist nu het eiland met zijn zelfbeeld worstelt tegen een financieel goed doordacht amendement van de oppositie hebben gestemd om de fundashon met 122.000 dollar uit de brand te helpen. Voorzitter Antoin is ervan overtuigd dat het voortkomt uit wraak voor de kritiek die hij af en toe op het eilandbestuur ventileert. Dat zou heel goed kunnen: rancune is immers de verbindende factor tussen Abraham, Coffie en Vrolijk.
Nog even over de overdosis aan Europese Nederlanders op Bonaire: misschien is het een idee voormalig minister van Xenofobie Marjolein ‘Ik ben beleid’ Faber an zu rufen of zij haar gesaboteerde deportatieplan naar Kralendijk kan sturen.
Kadushi is het buitenbeentje van DossierKoninkrijksrelaties.nl: een stekelige rubriek die soms wel eens ‘au’ kan doen.
