Hoeveel uren zullen Nederlandse bewindspersonen, ambtenaren, commissies, consultants en bijstanders sinds 2010 aan de Caribische delen van het Koninkrijk hebben stuk gegooid? En aan adviezen, aanbevelingen, analyses en – bossen verslindende – rapporten? Het moeten er, nog afgezien van werkoverleggen en brainstormsessies, vele tienduizenden of misschien wel meer zijn. Druk dat maar eens uit in klinkende munt en dan hebben we het niet eens over de miljarden die de oceaan zijn overgestuurd nadat was afgesproken dat de eilanden na 10-10-10 hun eigen broek zouden ophouden. Om er zeker van te zijn dat al die energie en euro’s het gewenste effect zouden sorteren, werd tijdelijk toezicht ingesteld.
Het College financieel toezicht is er om na de schuldsanering nieuwe tekorten te voorkomen, een Voortgangscommissie om Sint Maarten te helpen het politiekorps en de gevangenis op orde te krijgen, de Tijdelijke Werkorganisatie om te assisteren bij de noodzakelijke hervormingen en voor de bijzondere gemeenten Bonaire, Sint Eustatius en Saba een Rijksvertegenwoordiger die de lokale bestuurders in de smiezen moet houden. Aan de vooravond van de viering van vijftien jaar 10-10-10 mag de vraag gesteld worden wat alle vanuit het moederland gezonden hulptroepen, controleurs, analisten, meedenkers, kwartiermakers, liaison officers en duwers en trekkers voor elkaar hebben gebokst.
Het is dat de leden van het Cft regelmatig worden ververst, anders zouden ze doodmoe worden van het jaar in, jaar uit telkens opnieuw moeten voorrekenen dat één plus één twee is. Bij de oprichting van het college werd nog – hoe naïef – verondersteld dat het maar een paar jaar nodig zou zijn toezicht te houden op het onder de knie krijgen van de elementaire boekhoudregels. Het lukt de meeste eilanden (Saba is de witte raaf tussen de zwarte schapen) nog altijd niet begrotingen, uitvoeringsrapportages en jaarrekeningen op tijd gereed te hebben.
Om van de inhoudelijke kwaliteit maar te zwijgen. De schoenendoos met bonnetjes van de uitbater van een truk’i pan in Otrobanda doet er niet voor onder. Begrotingen hebben niet alleen veel weg van een financieel doolhof, maar staan doorgaans even ver af van de werkelijkheid als de sprookjes van Sneeuwwitje, Assepoester en Doornroosje bij elkaar. Wellicht kan het Cft de eilanden t.g.v. het aanstaande lustrum bij wijze van huiswerk vragen uit te rekenen hoeveel aanbevelingen ze in al die jaren in de wind hebben geslagen.
Dat komt, beweerde Curaçaos Statenvoorzitter Fergino Brownbill gisteren in zijn toespraak bij de opening van het Interparlementair Koninkrijksoverleg, omdat het Cft niet voor rede vatbaar is en niet openstaat voor dialoog. Falta di respet! dus. De toezichthouder helpt niet, maar hindert juist. Conclusie: in het slakkentempo waarmee de verbetering van het financieel beheer vooruit kruipt, is de bestaanszekerheid voor het Cft nog tot ver in de volgende eeuw gegarandeerd. En dat geldt evenzeer voor de Voortgangscommissie Sint Maarten.
De leden daarvan zijn net als de Cft’ers waarschijnlijk geselecteerd op hun onuitputtelijke uithoudings- en beheersingsvermogen. Een gewoon mens zou uit pure frustratie toch wurgneigingen krijgen van doorgaans stille obstructie. Hoewel, bij het laatste bezoek viel er niet veel te wurgen: ondanks dat komst vroegtijdig was aangekondigd, bleken belangrijke lokale gesprekspartners met wie de stand van zaken moest worden besproken plotsklaps uitlandige bezigheden te hebben. “Het beeld ten opzichte van vorig rapport is niet veel verbeterd”, schreef de commissie in haar vijftigste (van harte gefeliciteerd met het zilveren jubileum) geenvoortgangsrapportage.
Kennelijk door ervaring wijs geworden heeft Nederland voor de Tijdelijke Werkorganisatie (die geen Caribisch Orgaan voor Hervorming en Ontwikkeling mocht heten) wel een onherroepelijke einddatum vastgelegd. Of de hervormingen nu zijn afgerond of – zoals in de meeste gevallen – niet, in 2027 blaast het legertje Nederlandse ambtenaren de aftocht. En kan de treurige balans worden opgemaakt dat ondanks de goede intenties, hun harde werken en zo’n 150 miljoen euro het allemaal weinig heeft uitgehaald.
Al zal de Tweede Kamer vast wat anders op de mouw gespeld krijgen. Die gaat het niet eens door hebben, want de omloopsnelheid van koninkrijkswoordvoerders evenaart die van de warme broodjes van de lekkerste bakker van Banda Riba. Dat maakt het voor de komende bewindspersoon die het koninkrijksdossier in de maag gesplitst krijgt (de achtste sinds 2010) wel zo makkelijk: voordat de nieuwe commissieleden doorkrijgen dat de eilanden niet via bruggen met elkaar zijn verbonden, zijn er vast alweer nieuwe verkiezingen in aantocht. Die komen waarschijnlijk wel te vroeg om ook inwoners van de CAS-landen – zoals GroenLinks-PvdA en D66 willen – een stem te geven.
Onlangs reikte Nationale ombudsman Reinier van Zutphen een brevet van onvermogen uit aan het openbaar lichaam Bonaire omdat het burgers te lang laat wachten op een reactie op aanvragen. Een Bonairiaan die er alles van weet is Jeandino Hart. Honderdtien weken geleden diende hij het nogal overzichtelijke verzoek in om de taxivergunning van zijn opa te mogen overnemen. De van 1962 daterende eilandverordening ‘autohuurdiensten’ bepaalt echter dat taxivergunningen alleen van vader op zoon kunnen overgaan.
Kleinzoon Jeandino vroeg een uitzondering te maken, maar kreeg in mei vorig jaar van de baas van Bonaire, Clark Abraham, te horen dat de commissie die over taxiaangelegenheden gaat niet meer bestaat en dat het daardoor onbekend is wanneer zijn aanvraag in behandeling wordt genomen. Taxichauffeur in spe Hart heeft de stoute schoenen aangetrokken en de Eilandsraad deze week per brief “beleefd” gevraagd hem te helpen zijn eigen brood te verdienen… Het getuigt van grenzeloos vertrouwen dat hij niet meteen de ombudsman heeft ge-cc’d.
Kadushi is het buitenbeentje van DossierKoninkrijksrelaties.nl: een stekelige rubriek die soms wel eens ‘au’ kan doen.
