COLUMN – Bericht uit Aruba

In de zondagse estafette-rubriek ‘Bericht uit…’ belichten columnisten uit de Caribische delen van het Koninkrijk bij toerbeurt de kanten van hun eiland waarvan zij vinden dat die de aandacht van alle koninkrijksburgers verdienen. Vandaag komt het bericht uit Aruba.

De prijs van het paradijs

Door Jessica Besselink

Deze maand staat op Aruba in het teken van toerisme. Onlangs werd Wereld Toerisme Dag gevierd met als thema duurzaamheid. Voor de bewoners is het echter iedere dag Wereld Toerisme Dag, en dat voelt lang niet altijd feestelijk. Het lijkt soms alsof de hele wereld hier is, terwijl wij gewoon onze kinderen naar school willen brengen en boodschappen willen doen.

Terugkomen na een periode in het buitenland maakt dat je het eiland met frisse ogen ziet. Wat voorheen normaal leek, springt nu in het oog: het is vol. Vol met mensen, vol met gebouwen, vol met auto’s. Om de doorstroming van het verkeer te verbeteren, werden alle stoplichten ingeruild voor rotondes, maar nu staan we massaal in de file om überhaupt de rotonde op te mogen. De rotondes voelen als eindeloze karavanen, de stranden zijn tjokvol en een normaal geprijsd huurhuis vinden is praktisch onmogelijk. Waar het bevolkingsregister Censo normaal een toonbeeld van efficiëntie is, hapert het nu ook: een herinschrijving kost weken, terwijl het papiertje van vijf florin de sleutel is tot allerlei basisvoorzieningen. De uitleg is simpel: de bevolking groeit te hard. Maar de bureaucratie… dat is een verhaal voor een andere column.

En de huizen? Die zijn er, maar niet voor de gewone Arubaan. Steeds vaker worden ze verhuurd aan toeristen, omdat dat veel lucratiever is dan een langetermijncontract met een local. Huizen in woonbuurten worden aangeboden in dollars, betaalbare gezinswoningen bestaan niet meer. Wat Amsterdam meemaakt met Airbnb en massatoerisme, bewoners die uit hun stad worden geduwd, ervaren wij hier ook. Alleen hebben wij geen binnenland om naartoe te vluchten.

Toerisme is onze bread and butter, maar de keerzijde is overal zichtbaar. Wie een huis heeft langs de route van de ATV’s wordt dagelijks, meerdere keren, bedolven onder stof en lawaai. Bezoekers die werkelijk van Aruba houden, keren zich teleurgesteld af. Net als Barcelona, Amsterdam en Venetië zijn we het punt voorbij dat toerisme beheersbaar is. Overtoerisme is geen dreiging meer: het is realiteit.

In de toerismesector bestaat een term voor wat we meemaken: carrying capacity, de maximale draagkracht van een bestemming. Die grens is op Aruba al decennia geleden overschreden. Het laagseizoen bestaat niet meer: de drukte is permanent, zichtbaar in files, afvalbergen, volle stranden en een onbereikbare woningmarkt. De stemmen die waarschuwden dat we de gans met het gouden ei dreigen te doden, werden genegeerd. De onherroepelijke schade is al geleden, maar nu is ‘sustainability’ opeens het modewoord. Alleen: dat punt zijn we allang gepasseerd. We zijn een klein Caribisch eiland, een SIDS-Small Island Developing State, kwetsbaar en begrensd. Waar grotere landen nog speelruimte hebben, lopen wij vast bij elke extra huurauto en elke nieuwe quad.

Dat maakt de situatie dubbel. Sinds de Status Aparte in 1986 is toerisme onze voornaamste bron van inkomen. Onze economie is er volledig afhankelijk van; en dat succes heeft ons veel gebracht. Maar precies daardoor zitten we nu in een spagaat: we kunnen niet zonder, maar we kunnen het ook nauwelijks meer aan.

En toch blijven we praten over balans en duurzaamheid. Maar wat betekent dat eigenlijk, hier? Het doet denken aan het sprookje van de kleren van de keizer. Iedereen ziet dat de keizer naakt is: de wegen slibben dicht, de afvalberg groeit, het rioleringssysteem loopt over en de leefbaarheid neemt af. De natuur betaalt een hoge prijs. Shoco’s zijn hun holen kwijtgeraakt door bouwprojecten. Schildpadden worden verstoord door toeristen die ze willen aaien en horizonvervuiling, terwijl mangroven – de kraamkamers van de oceaan – bedreigd worden om nog luxere segmenten aan te kunnen boren. Maar zolang toerisme ons belangrijkste verdienmodel is, doen we alsof alles nog in orde is.

Decennialang hebben we succes gemeten in aantallen: meer hotelkamers, meer cruises, meer bezoekers. Maar wie alleen stuurt op kwantiteit, ziet kwaliteit stilletjes aan verdwijnen. Toerisme is onze levensader. Zijn we nog op tijd om van koers te veranderen, of is het point of no return al gepasseerd? De uitdaging is nu grip te krijgen en onze authenticiteit te herstellen, in een economie die decennialang vooral mikte op méér in plaats van beter. Zonder moedige keuzes eindigen we zoals de keizer: trots paraderend, maar alles kwijt. Zelfs de leefbaarheid van ons eiland.

error: Deze inhoud mag niet gekopieerd worden.