Aruba Curacao

COLUMN – Samen sterker

Samen staan we sterker, hoor je bestuurders regelmatig beweren. Dat doet de ego’s minder au dan: alleen bakken we er niks van. Zo zit het natuurlijk wel, zeker voor small developing island states zoals die in het Caribische deel van het Koninkrijk. Als er sinds 2010 één ding duidelijk is geworden is het wel dat Curaçao en Sint Maarten – net als Aruba – te klein zijn om landje te spelen. Dat zie je o.a. aan de kwaliteit van de bestuurders. Niet alleen de vijver waaruit ministers moeten worden gevist is ondermaats, de neusjes van de zalm – die zijn er heus wel – kijken wel linker uit zich aan de haak te laten slaan voor een politieke struikelbaan. De eilanden inclusief de BESjes moeten het daarom doen met tweede of derde keus, enkele eenzame (naïeve) uitzonderingen daargelaten. Dat maakt het des te belangrijker dat de tegenmacht goed is georganiseerd. En juist daar mankeert het aan.

Ja, de landen hebben instituten als een Rekenkamer, Raad van Advies, een Ombudsman e.d. die tot taak hebben beleid en handelen van de regeringen kritisch te beoordelen. Ze zijn op papier onafhankelijk, maar de onafhankelijkheid wordt begrensd door de afhankelijkheid van het budget dat de politiek ze toebedeelt. Er valt niet aan de indruk te ontkomen dat de Staten en de eilandsraden niet heel erg genegen zijn de instituten van de middelen te voorzien die zij nodig hebben om hun werk goed te doen. Maar zelfs met voldoende budget blijft de kleinschaligheid van de eilanden een beperkende rol spelen. Het vinden van gekwalificeerde medewerkers is ook voor de instituten lastig.

Op een recente ‘BES Summit’ hebben de eilandbesturen van Bonaire, Sint Eustatius en Saba gesproken over de optie van een gezamenlijke rekenkamer. Waarop Stanley Bodok, oud-minister op Curaçao, bepleitte daar ook de CAS-landen bij te betrekken. Dat zou de nadelen van de kleine schaal nog een beetje verder verminderen. Een gemeenschappelijk back office is kostenefficiënter waardoor er meer overblijft voor inhoudelijk werk. Het makkelijker kunnen delen van kennis en ervaring zal bovendien de kwaliteit ten goede komen. Samen sterker èn slimmer dus. Ook worden de organisaties minder gevoelig voor het risico op belangenconflicten door familiebanden tussen onderzoekers en te onderzoeken bestuurders.

Een Rekenkamer of SER voor alle zes eilanden, zoals er ook één gemeenschappelijk Hof van Justitie is. Misschien nog beter: maak van alle toezichthoudende/adviserende instituten koninkrijksorganen. Met een Europees Nederlandse en een Caribische afdeling zodat de eilanden kunnen profiteren van de kracht (en bescherming!) van het grotere geheel. Langs deze weg kunnen wellicht ook pijnlijke leemtes worden ingevuld. Nu moeten de burgers in de CAS-landen het stellen zonder van nuttig tot noodzakelijk variërende organisaties als het Sociaal Cultureel Planbureau, Centraal Planbureau en het College voor de Rechten van de Mens.

Misschien is het niet helemaal de juiste timing. De koninkrijksband wordt op dit moment niet heel erg positief beleefd. Dat komt vooral omdat de potentie van het Koninkrijk (zoals het bundelen van krachten) onvoldoende wordt benut, met dank aan eilandelijke politici die alles wat maar een beetje naar Den Haag riekt als een aantasting van hun autonomie opvatten. Autonomie in de betekenis van: zonder pottenkijkers goed voor jezelf en family and friends zorgen. Dat pleit des te meer voor sterke koninkrijksinstituties die bestuurders en volksvertegenwoordigers in alle delen van het Koninkrijk stimuleren en zo nodig dwingen beter hun best te doen. Dat is effectiever dan de keffertjes van Transparency International op ze af te sturen.

Wat natuurlijk ook niet helpt is het voorbeeld dat het moederland zelf geeft. De politieke meerderheid in Den Haag doet zijn stinkende best te laten zien wat het tegenovergestelde is van goed bestuur met een kabinet dat zelfs te beroerd is de schijn op te houden problemen te willen oplossen. Dat bovendien de ogen sluit voor systematische discriminatie en racisme, mensenrechten ondergeschikt maakt aan kortzichtig economisch belang en de integriteit van de wetenschap, de media en de rechtspraak ondergraaft.

Je kunt het de eilanden niet eens kwalijk nemen als ze even niet one Kingdom willen zijn met een land waarvan de helft van de vermeende volksvertegenwoordiging het laatste restje medemenselijkheid is verloren door bij volle bewustzijn te weigeren een handjevol ernstig zieke kinderen uit Gaza in Nederland te laten behandelen. Maar wie weet krijgt het naar eng rechts verdwaalde deel van het Nederlandse kiezersvolk op tijd zijn verstand terug en kan het kabinet dat giftiger is dan de hele landfill van Bonaire bij elkaar, heel snel bij het (gevaarlijk) afval worden gezet. Dan kan ook het Koninkrijk weer verder.

Nog even over de BES-Top: daar kropen de eilandsraadsleden weer eens in de Calimero-stand. ‘Den Haag’ wil bij nader inzien de functie van Rijksvertegenwoordiger behouden om een oogje in het zeil te houden dat het bestuurlijk niet nog erger misgaat dan nu al – vooral op Bonaire – het geval is. De verzamelde delegaties verwijten Nederland over, maar zonder hen te besluiten. Edoch, er is nog helemaal niets besloten.

Sterker nog, de staatssecretaris heeft juist jan en alleman in Caribisch Nederland nadrukkelijk uitgenodigd via internetconsultatie.nl commentaar te leveren. En als hij over enkele weken op de eilanden is, gaat hij met de Bestuurscolleges in gesprek over o.a. de positie van de RV. En dan nog is het niet aan hem of de regering de knoop door te hakken. Dat doet – zoals het in een democratische rechtsstaat betaamt en een eilandsraad behoort te weten – de Tweede en daarna de Eerste Kamer nadat eerst de Raad van State er nog eens naar heeft gekeken.

De lobbytoer van een BES-delegatie om bij de CAS-landen om “morele steun” te bedelen, doet dan ook potsierlijk aan. Nóg verbazingwekkender is het dat Statia en Saba zich voor het voortdurend ontsporende karretje van Bonaire laten spannen. Het is immers voor de volle honderd procent aan destructieleider Clark Abraham “te danken” dat Den Haag – al was het bijna te laat – tot het besef is gekomen hoe ontzettend hard het nodig is een waakhond voor goed bestuur in Kralendijk te hebben. Daarvan zijn het beste jongetje van de klas Saba en de zich het leven beterende Statia keihard de dupe.

Kadushi is het buitenbeentje van DossierKoninkrijksrelaties.nl: een stekelige rubriek die soms wel eens ‘au’ kan doen.

error: Deze inhoud mag niet gekopieerd worden.