Den Haag – Voor het begin van de algemene beschouwingen in de Tweede Kamer heeft voorzitter Martin Bosma een gedicht voorgedragen van Aruba’s minister-president Mike Eman.
“Normaal is er slechts één premier aanwezig, maar vandaag zijn er in dit pand en in deze zaal twee premiers aanwezig. De premier van Aruba, de heer Eman, is namelijk aanwezig. En dat beschouwen wij als een grote eer. Eerder dit jaar was ik op Aruba. De heer Eman kent mijn voorliefde voor poëzie en heeft toen een gedicht voor mij geschreven”, aldus Bosma die niet alleen gewoon is elke Kamerdag te openen met een gedicht, maar ook een notoire pestkop is: “Het gedicht wil ik graag ten gehore brengen, ter ere van het prachtige Curaçao. Ik was in mijn hoofd één eiland verder. Neem me niet kwalijk.
Over Zeeën Eén
Tussen ons strekken oceanen hun adem,
brede wateren die landen scheiden als dromen,
eilanden, kusten, heuvels en steden,
onder luchten van kou, van hitte, van stormen gekomen.
De zon brandt anders, de wind draagt een ander lied,
soms lijkt de verte te groot om te overbruggen,
maar diep onder golven, onder getij en verdriet,
blijft iets ons – stil en zeker – omarmen, omhullen.
Niet alleen door wetten, noch grenzen van macht,
maar door wat ouder is dan kaart of kompas,
het weten dat in de kern van elke zachte of harde kracht,
wij delen wat geen zee ooit van ons scheiden was.
Broeders zijn wij – onder sterren in de hemel,
dragers van een oude, levende verbintenis:
in het Koninkrijk dat niet breekt op de dijken,
maar groeit in de ruimte die tussen ons is.
Verre, nabij, anders, toch één –
in woord, in hoop, in erfgoed bewaard,
een vlechtwerk van eilanden en land, rivieren en steen,
door de oceaan niet gebroken, maar verklaard.
Was getekend: minister-president Mike Eman.
Dank u wel.”
