Bonaire

Kamerlid Van Haasen op archieffoto met M21-leider Daisy Coffie die een "beleidsmedewerker bij een islamofascistisch partijtje" tot gedeputeerde promoveerde.

Bonaire: Bananengemeente o.l.v. tweehandsautoverkoper

Den Haag – Tweede Kamerlid Peter van Haasen (PVV) heeft weinig vertrouwen in het nieuwe Bestuurscollege van Bonaire.

“Tweedehandsautoverkoper” Clark Abraham.

Op Linkedin noemt hij het eiland een “bananengemeente” en vindt hij coalitieleider Clark Abraham qua betrouwbaarheid niet onderdoen voor een “tweedehandsautoverkoper”. Reden waarom Van Haasen gelukkig is met het kabinetsbesluit de functie van Rijksvertegenwoordiger toch te handhaven.;ioooib
“Wie er zo’n rommeltje van maakt, kan niet verwachten dat Den Haag de teugels laat vieren. Al staan de neuzen nu tijdelijk weer één kant op, niet om de problemen op te lossen, maar om de gezamenlijke vijand te bestrijden: het Moederland. Maar zoals altijd geldt: wie betaalt, die bepaalt”, waarschuwt hij de Bonairiaanse politiek voor de gevolgen van de “chaotische staat” van het bestuur.

𝗕𝗶𝗷𝘇𝗼𝗻𝗱𝗲𝗿𝗲 𝗴𝗲𝗺𝗲𝗲𝗻𝘁𝗲, 𝗯𝗶𝗷𝘇𝗼𝗻𝗱𝗲𝗿 𝗴𝗲𝗱𝗼𝗲

Door Peter van Haasen

Het eiland is formeel geen bananenrepubliek, want het is een bijzondere gemeente van Nederland. Maar eerlijk is eerlijk: bijzondere bananengemeente zou een treffende typering zijn. Zonder toezicht en zonder de financiële steun van Nederland zou daar helemaal niets overeind blijven.
Het begon allemaal nog enigszins beheersbaar: een gedeputeerde die het goed zou doen als tweedehandsautoverkoper, samen met twee vakgedeputeerden die de ergste hobbels wisten te nemen. Maar toen de Rijksvertegenwoordiger zich ermee ging bemoeien over een problematische vuilstortplaats, veranderden die hobbels opeens in bergen . . . . . . puin.
Het college en de Rijksvertegenwoordiger kwamen tegenover elkaar te staan. Er werd over en weer beschuldigd, alsof de pot de ketel verwijt dat hij zwart ziet. Het resultaat: bestuurlijke stilstand en eindeloos gekibbel.
Een paar jaar terug besloot een demissionaire staatssecretaris – in de nadagen van haar functie – dat de Rijksvertegenwoordiger maar afgeschaft kon worden. Een besluit dat zij, demissionair, nooit had mogen nemen. De nieuwe regering dacht er gelukkig totaal anders over: de functie blijft bestaan. Een noodzakelijke stok achter de deur voor dit eiland.
Maar politiek is politiek, en ook hier ontkom je niet aan machtsspelletjes. Het bestuur rustte op twee éénpitters, zonder eigen gedeputeerden. Dat ging twee jaar goed, daarna begon het te knellen. De twee vakgedeputeerden werden opzijgeschoven – officieel omdat ze niet naar verwachting presteerden, maar in werkelijkheid omdat ze in de weg zaten.
Er kwamen twee nieuwe gedeputeerden. De eerste bracht Haagse ervaring mee, als beleidsmedewerker bij een islamofascistisch partijtje, nota bene. De tweede had het eerder al geprobeerd als gedeputeerde, wat toen ook geen doorslaand succes was.
En in plaats van orde op zaken te stellen, maken ze zich druk over het besluit van de staatssecretaris om de Rijksvertegenwoordiger structureel te behouden. Een merkwaardige prioriteit, gezien de chaotische staat van bestuur op het eiland.
Wie er zo’n rommeltje van maakt, kan niet verwachten dat Den Haag de teugels laat vieren. Al staan de neuzen nu tijdelijk weer één kant op, niet om de problemen op te lossen, maar om de gezamenlijke vijand te bestrijden: het Moederland.
Maar zoals altijd geldt: wie betaalt, die bepaalt.

error: Deze inhoud mag niet gekopieerd worden.