Aruba Curacao

COLUMN – Vuile was

Beeldt u zich eens in dat u lid bent van de gemeenteraad van Putten. Denkt u dat u in die functie ooit de binnenkant van een ministerie te zien krijgt, of sterker: met alle egards ontvangen wordt in de werkkamer van een minister of staatssecretaris? Vergeet het maar. Of dat u en uw collega’s bij de eerste raadsvergadering na de kampeervakantie gekleed gaat alsof het Prinsjesdag is? Vast niet. Putten is immers geen bijzondere gemeente, zoals het qua inwoners even kleine Bonaire dat wel is. Daar wanen Eilandsraadsleden – al dan niet gekozen met amper een handjevol via volmachten bij elkaar geronselde stemmen – zich parlementariërs die meer emolumenten (zoals een onbegrensd reisbudget en riant daggeld) toekomt dan Kamerleden. En staat Pasanggrahan te schudden op zijn grondvesten als de Ministerraad het waagt een wet te willen aanpassen zonder eerst beleefd toestemming van de Konseho Insular di Boneiru te vragen.

Bij een grote broek horen natuurlijk grote woorden. Anders dan een Bonairiaanse bouwvergunning, lieten die deze week niet lang op zich wachten nadat het kabinet staatssecretaris Eddie van Marum (Koninkrijksrelaties) groen licht had gegeven het wetsvoorstel inzake de modernisering van de WolBES in internetconsultatie te geven. Als je dat doet zonder de eilandsraden nederig te hebben geïnformeerd of hen dat behaagt, bega je als regering niet alleen een onrechtmatige daad, maar vertrap je ook nog eens het heilige zelfbeschikkingsrecht, vinden de eilandelijke politici. “Inaseptabel”, piepten de langtenige Caribische muizen dan ook tegen de lompe Hollandse olifant-op-klompen.

De tonnen die het ministerie van BZK heeft gestoken in het professionaliseren van de Caribische dorpspolitiek hebben dus niet veel geholpen. Anders zouden de eilandsraadsleden inmiddels toch hun plaats moeten kennen. Het is nu eenmaal het werk van de regering een wetsvoorstel voor te bereiden en na advies te hebben ingewonnen bij de Raad van State voor het slotakkoord voor te leggen aan de Tweede en Eerste Kamer. Dat wil overigens niet zeggen dat de eilandbesturen van Bonaire, Sint Eustatius en Saba zwijgend moeten toekijken.

Het is hun goed recht (hoewel het misschien beter is te spreken van plicht) om aan het begin van een wetgevingsproces het eigen Bestuurscollege – desgewenst per motie – instructies te geven wat er uit de onderhandelingen met Den Haag moet worden gesleept. Het BC is gesprekspartner voor ministeries, niet de Eilandsraad zoals Puttense gemeenteraadsleden wél snappen. Lokale volksvertegenwoordigers staan voldoende andere mogelijkheden ten dienste om hun standpunt uit te venten. Zoals het debat in de Eilandsraadsvergadering, interviews geven, opiniestukken schrijven en posten op social media.

Daarnaast is er nog altijd de website internetconsultatie.nl. De WolBES en FinBES zijn daar in drie talen terug te vinden. Dat biedt iedereen – dus ook eilandelijke politici – de kans een standpunt onder de aandacht te brengen van de wetgever. Ministeries nemen de reacties mee in de uiteindelijke versie van een wetsvoorstel. En als dat niet genoeg is, staat het vrij om te lobbyen bij de Tweede en Eerste Kamer en eventueel namens de bevolking een petitie aan te bieden.

dat Bonaire, Sint Eustatius en Saba bijzondere gemeenten zijn, wil nog niet zeggen dat eilandsraadsleden per definitie ook bijzonder zijn. Dat is ze maar moeilijk aan het verstand te peuteren. En dat mag, eerlijk is eerlijk, Den Haag zichzelf aanrekenen. De eilandsraden hoefden maar een pruillip te trekken, of alle ministeriële deuren zwaaiden open. Voormalig staatssecretaris Zsolt Szabó was de eerste die ze op de juiste bestuurlijke verhoudingen wees. Opvolger Eddie van Marum – die over enkele weken een kennismakingsbezoek aan Caribisch Nederland brengt – blijkt in hetzelfde spoor te zitten.

“Uiteraard spreekt de staatssecretaris ook met eilandsraden, maar het bestuurlijk overleg vindt plaats met de Bestuurscolleges. Het is aan de eilandsbesturen om te bepalen wanneer en op welke manier de eilandsraden worden betrokken”, maakt Van Marums woordvoerder duidelijk dat bij diens ontmoeting met de eilandsraden geen sprake zal zijn van onderhandelingen over de inhoud van de WolBES. Waarmee de stas het risico neemt – net als zijn voorganger – te worden uitgemaakt voor koloniale heerser.

Over despoten gesproken: het ziet er naar uit dat Curaçaos gevolmachtigde minister Carls Manuel weinig te vrezen heeft van het onderzoek van de ABVO naar de waslijst aan klachten van het voltallige personeel over het gedrag van Zijne Excellentie. Het lijkt er sterk op dat de vakbond zich door de gevmin heeft laten inpakken en de lange reeks misdragingen waarvan hij uitvoerig gedocumenteerd – inclusief compromitterende geluidsopnamen – wordt beschuldigd, onder het tapijt veegt. Want: “We moeten niet de vuile was buiten hangen. We zijn samen wel Curaçao. Het gaat om ons gezicht naar buiten toe, want ze lachen ons anders uit.” Het is voor de vakbond kennelijk geen optie de vervuiler aan te pakken…

Intussen post Manuel op Facebook dat hij een leerzame themabijeenkomst van de Hoge Raad heeft bijgewoond: “Een waardevolle gelegenheid om stil te staan bij de betekenis van mensenrechten in onze samenleving en de gezamenlijke verantwoordelijkheid om deze te beschermen en te versterken.” Had hij dat maar eerder ontdekt. Dan zou nu misschien niet de helft van het personeel van het Curaçaohuis als gevolg van zijn psychologische terreur getraumatiseerd thuis zitten.

Kadushi is het buitenbeentje van DossierKoninkrijksrelaties.nl: een stekelige rubriek die soms wel eens ‘au’ kan doen.

error: Deze inhoud mag niet gekopieerd worden.