Den Haag – Aruba’s minister-president Mike Eman heeft vandaag – tot veler verrassing – een concept-Rijkswet Koninkrijksgeschillen ter behandeling ingediend bij de Tweede Kamer. Daarin krijgt de Raad van State de rol van geschillenbeslechter wiens uitspraken voor de alle landen bindend zijn.
In 2010 werd op voorstel van de Staten van Aruba in het Statuut opgenomen dat er een regeling zou komen voor het beslechten van juridische geschillen tussen de landen; in de praktijk tussen Nederland en een of meer van de Caribische landen. Het was nadrukkelijk de bedoeling dat die taak bij een onafhankelijk instituut (genoemd werd de Hoge Raad) zou worden belegd en dat oordelen bindend zouden zijn.
Bij de onderhandelingen over de uitwerking krabbelde de Nederlandse regering terug: die wilde – zoals het nu is geregeld dankzij de dominantie in de Rijksministerraad – het laatste woord houden. Ondanks de eensgezinde druk vanuit het Interparlemetair Koninkrijksoverleg gaven de achtereenvolgende Nederlandse kabinetten geen strobreed toe. Integendeel: toenmalig minister van BZK Ronald Plasterk timmerde eigenhandig een geschillenregeling in elkaar die op de essentiële delen sterk afweek van wat alle landen in 2010 voor ogen stond.
Toen duidelijk werd dat de Eerste Kamer – vanwege de bezwaren van de CAS-landen – het wetsvoorstel zou afschieten, werd het schielijk door inmiddels aangetreden staatssecretaris Raymond Knops ingetrokken. Vervolgens werd het aan de Staten van Aruba, Curaçao en Sint Maarten overgelaten een nieuw wetsvoorstel te maken. En dat blijkt nu, zonder dat de buitenwacht dat heeft zien aankomen, te zijn gelukt. Het vandaag door premier Eman ingediende wetsvoorstel gaat vergezeld van instemmingsbrieven van de Staten van de drie landen.
Klik HIER voor het wetsvoorstel, de memorie van toelichting en bijlagen
