In de zondagse estafette-rubriek ‘Bericht uit…’ belichten columnisten uit de Caribische delen van het Koninkrijk bij toerbeurt de kanten van hun eiland waarvan zij vinden dat die de aandacht van alle koninkrijksburgers verdienen. Vandaag komt het bericht uit Sint Maarten.
Een brug te ver
Door Terrance Rey
Op Sint Maarten is men wel wat gewend, maar deze week viel men toch echt van de ene verbazing in de andere. Een brief van de CEO van Princess Juliana International Airport (PJIAE) zorgde voor een storm die zelfs de passaatwind naar de achtergrond verdreef. In die brief werd doodleuk medegedeeld dat Franse Saint Martiners voortaan geen toegangspassen meer zouden krijgen om op de luchthaven te werken, tenzij ze netjes een werk- en verblijfsvergunning van de Nederlandse kant konden overleggen.
Een ogenschijnlijk formeel besluit, maar in de praktijk een dolksteek in de geest van het Verdrag van Concordia. Wat eeuwenlang gold als een vrij verkeer van personen over een denkbeeldige grens, werd nu met één brief verraden. Men sprak al gauw van het “Verraad van Concordia”.
Natuurlijk duurde het niet lang of de vinger werd naar de minister van VSA gewezen. Minister Richniel Brug zou de drijvende kracht zijn achter dit beleid. En jawel, het grapje liet niet lang op zich wachten: “Het vliegveld heeft VSA onder de Brug gegooid.” Niet onder de bus, zoals gebruikelijk, maar onder de brug. Flauw, maar tegelijk wel pijnlijk raak.
De minister zelf kwam vervolgens over de brug met een ellenlange uitleg op de radio. Alsof praten alleen de storm zou doen liggen. Maar wie goed luisterde, hoorde vooral dat de coalitiepartners in het kabinet het nieuws ook pas via WhatsApp hadden vernomen. Daar moest dus een brug gelegd worden – en wel dringend – tussen de Raad van Ministers en de rest van de coalitie. Want wanneer ministers langs elkaar heen regeren, werkt men niet samen, maar in silo’s. En silo’s zijn er om graan in te bewaren, niet om beleid te maken. Ook dat woord silo’s kwam hard aan. Maar zoals de Tsjechisch-Nederlandse dichteres en vertaalster Jana Beranová ooit schreef: “Wie een brug legt; naar een ander; kan altijd heen; en terug.”
Ondertussen is de situatie zo geëscaleerd dat de brug zelfs is opgehaald. We kunnen niet meer terug naar de oude nonchalance waarbij Franse werknemers ongemerkt de motor van onze toeristische economie draaiende hielden. Er moet nu serieus werk gemaakt worden van afspraken met de Franse kant: hoe zorgen we ervoor dat wie werkt aan de Nederlandse kant niet tegelijk Franse uitkeringen incasseert? En vice versa: mensen van de kant van de Grote Baai moeten ook vrij kunnen werken op de noordelijke kant.
En toch, laten we eerlijk zijn: de droom van volledige eenheid van beide kanten, onder een Unity Flag die fier boven een verenigd Sint Maarten/Saint Martin wappert, lijkt telkens weer een illusie te zijn. Iedere keer als er een kans is om dichter tot elkaar te komen, weet onze eigen overheid het te verprutsen. Eerst werden containers op de grens gezet, na orkaan Irma én tijdens de pandemie. Nu dit debacle op de luchthaven. De geest van het Verdrag van Concordia is echt met de zuidelijke stormwind van september 2017 weggewaaid.
Doch, we zijn één eiland, één volk, één cultuur – dat is de realiteit. Maar zolang onze bestuurders blijven kibbelen, elkaar onder de bus gooien en geen brug weten te slaan tussen beleid en praktijk, blijft die mooie droom van ware eenheid … een brug te ver.
