Den Haag – De inrichting van het onderwijs op Bonaire is in het voordeel van leerlingen met Nederlands als moedertaal en in het nadeel van het Papiamentu sprekende Bonairiaanse kind en van leerlingen met andere moedertalen dan het Nederlands.
Dat stelt de Werkgroep Positie Papiamentu in een position paper ten behoeve van het rondetafelgesprek dat de Tweede Kamercommissie Onderwijs donderdag aan de voertaal en instructietaal op de eilanden wijdt. “Wanneer het doel is in het onderwijs op Bonaire de kansengelijkheid te vergroten, dan is het zaak de Bonaireaanse leerling, voor wie Papiamentu moedertaal en Nederlands vreemde taal is, scherp voor ogen te houden”, aldus de werkgroep.
De Nederlandse UNESCO Commissie vindt dat kinderen in het Caribisch deel van het Koninkrijk naast het Papiaments het Nederlands voldoende moeten beheersen omdat dat de Koninkrijkstaal is. “Het genoegen nemen met slechts beperkte kennis van de Nederlandse taal bij het verlaten van de school doet het Koninkrijk in zijn geheel tekort. Immers: dit bemoeilijkt de connectie met het Europees deel van het Koninkrijk en dat heeft maatschappelijke, culturele en economische gevolgen”, aldus commissievoorzitter Kathleen Ferrier.
“Voor de leerlingen betekent dit concreet dat de instroom in het Nederlandse vervolgonderwijs ernstig bemoeilijkt wordt. Kinderen die het onderwijs verlaten met slechts volledige kennis van slechts het Papiamento hebben geen toegang toe de brede kennis die, onder meer middels moderne media, toegankelijk is. Dat leidt direct tot beperking van de ontwikkelingskansen als individu, en ook voor de samenleving en het Koninkrijk.”
Klik HIER voor de inbreng van de Werkgroep Positie Papiamentu
