Den Haag – De kloof tussen de ambitie van de regering ten aanzien van goed bestuur in Caribisch Nederland en de huidige praktijk is fors, zo blijkt uit de brief over de ‘Agenda Goed Bestuur’ die staatssecretaris Eddie van Marum (Koninkrijksrelaties) vandaag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Dat ziet hij zelf ook in: “Werken aan het verbeteren van het bestuur in Caribisch Nederland vergt een lange adem.”
“Ook in Caribisch Nederland moeten inwoners kunnen rekenen op een goed presterende en integere overheid in een rechtsstaat waar de wet wordt uitgevoerd, gerespecteerd en gehandhaafd, in een samenleving waarin inwoners zich kunnen uitspreken en de overheid zich in haar handelen responsief toont voor de belangen en zorgen van de burger. Bij goed bestuur hoort ook een functionerend stelsel van controle en tegenwicht (“checks and balances”). Zo hoort de overheid verantwoording af te leggen over haar handelen en uit eigen beweging besluiten bekend te maken, dient het bestuur gecontroleerd te worden door volksvertegenwoordigers en moeten er voldoende mogelijkheden zijn voor burgers, maatschappelijke organisaties en ondernemers tot inspraak over het handelen van de overheid.”
Va Marum kondigt onder meer een “gezamenlijk pakket aan maatregelen om het integriteitsbeleid verder te ontwikkelen, waarmee integriteitsschendingen kunnen worden voorkomen” aan. Uit WODC-onderzoek naar ambtelijk-bestuurlijke integriteit in Caribisch Nederland blijkt dat integriteitsschendingen waarbij oneigenlijk gebruik gemaakt wordt van bevoegdheden vermoedelijk wel veel voorkomt. Verder wordt onderzocht hoe melders van integriteitsschendingen (waaronder klokkenluiders) beter beschermd kunnen worden. Een van de opvallendste acties is de introductie van burgerschapsonderwijs dat het democratisch bewustzijn en participatie op de eilanden moet stimuleren.
