Door René Zwart
Iedereen verdient een tweede kans. Ook een gedeputeerde die misbruik heeft gemaakt van zijn positie door zichzelf financieel te bevoordelen, zoals PDB-prominent Peter Silberie heeft gedaan. Toch roept zijn hernieuwde aanstelling tot gedeputeerde van de soms heel bijzondere gemeente Bonaire vragen op.
In 1999 – vlak voordat een nieuw Bestuurscollege zou aantreden – benoemde toenmalig gedeputeerde Silberie zichzelf buiten de voorgeschreven procedures om tot ambtenaar in vaste dienst in een verzonnen functie waarvoor hij niet gekwalificeerd was met ook nog een salaris dat onverklaarbaar hoog was, oordeelde de Raad van State destijds. Toch werd hij vorige week ten overstaan van de eilandsraad door de gezaghebber plechtig beëdigd op voordracht van de eenmansfractie Vrolijk. Dat had uit oogpunt van integer bestuur beter niet kunnen gebeuren.
Verdient Silberie dan geen tweede kans? Jawel, en die heeft hij ook gekregen. De misstap als gedeputeerde heeft zijn maatschappelijke carrière in het geheel niet in de weg gestaan. Maar hem benoemen in eenzelfde positie waarvan hij eerder om eigen gewin misbruik heeft gemaakt – en daarmee de gemeenschap heeft benadeeld – is van een andere orde. Nog los van het argument dat voor functies in het openbaar bestuur als het om integriteit gaat de lat vanwege de voorbeeldrol extra hoog ligt. Dat de heer Silberie de eed heeft afgelegd heeft door zijn eigen toedoen geen betekenis. Hij heeft dat immers in 1995 ook gedaan om zich daar vervolgens, blijkens het oordeel van de Raad van State, weinig van aan te trekken.
Het wordt hem door de coalitiefracties in de eilandsraad niet kwalijk genomen. En ook het antecedentenonderzoek heeft niet in de weg gestaan. Wellicht dat het ministerie van BZK daar in het kader van de aanstaande herziening van de WolBES nog eens goed naar moet kijken, want zelfs een strafrechtelijke veroordeling blijkt op Bonaire geen belemmering om gedeputeerde te worden. Dat de gezaghebber Silberie ondanks diens gedeukte blazoen toch de vereiste ‘Verklaring omtrent gedrag’ heeft verstrekt, komt omdat niet verder wordt teruggekeken dan tien jaar.
Het valt alleszins te billijken dat ‘jeugdzonden’ je niet levenslang blijven achtervolgen. In het geval van Silberie speelt echter meer. Hij heeft deel uitgemaakt van een geheel uit PDB’ers bestaand Bestuurscollege dat, laten we het neutraal houden, bepaald niet heeft uitgeblonken in het dienen van het algemeen belang. Terzijde: na het inleveren van de dienstauto’s moesten deze een extra grondige, zeer langdurige schoonmaakbeurt ondergaan om de marihuanalucht eruit te krijgen. Wat meer telt: Silberie heeft nooit spijt betuigd voor zijn daden. Integendeel, hij heeft zich tot aan de Kroon verweerd tegen het doorhalen van zijn zelfbenoeming.
Opmerkelijk bij dit alles is de rol van het eilandsraadslid Cyrill Vrolijk die met zijn (van de MPB) gestolen zetel PDB en M21 in het zadel heeft geholpen en daar houdt. Hij mocht, nadat Nina den Heyer en Anjelica Cicilia met zijn steun weggepest waren, een ‘eigen’ gedeputeerde voordragen, mits dat maar PDB’er Silberie was. De vraag of hij bekend was met het besmette verleden van ‘zijn’ kandidaat of diens palmares is nagegaan, weigert de zelfverklaarde pleitbezorger van transparant bestuur te beantwoorden.
Het minste dat de eilandsraad in zijn rol als volksvertegenwoordiging had moeten doen was voorafgaand aan de beëdiging te vragen hoe de kandidaat-gedeputeerde terugkijkt op zijn handelen in 1999. Dat is niet gebeurd. Want op Bonaire zijn politici vergevingsgezind, als het ze uitkomt.
