PDB-prominent Peter Silberie bij zijn beëdiging donderdag door gezaghebber Soliano.

Raad van State: Gedeputeerde Silberie misbruikte zijn positie

Bonaire – De donderdagavond tot gedeputeerde beëdigde Peter Silberie (PDB) heeft toen hij eerder in eenzelfde functie deel uitmaakte van een Bestuurscollege misbruik van zijn positie gemaakt door zichzelf financieel te bevoordelen, in het besef de regels van goed bestuur te overtreden.

Dit snoeiharde oordeel is terug te vinden in de uitspraak die de Raad van State heeft gedaan in het kroonberoep dat door een later Bestuurscollege is ingesteld om een einde te maken aan het onrechtmatig handelen van Silberie en zijn collega-gedeputeerden. Hoewel de uitspraak openbaar is – deze is destijds in het Staatsblad gepubliceerd – is deze kennelijk bij de screening voorafgaand aan Silberie’s recente beëdiging over het hoofd gezien of hem niet aangerekend.

Silberie maakte van 1995 tot 1999 samen met Robbie Beukenboom en José Winklaar deel uit van het door de Partido Demokrátiko Boneriano gevormde Bestuurscollege. Die partij verloor bij de verkiezingen in 1999 zijn meerderheid  en kwam in de oppositie terecht. Vlak voor hun aftreden besloot het drietal zichzelf per 1 juli te benoemen als waarnemend hoofd in vaste pensioengerechtigde dienst.

Het betrof niet alleen voor de gelegenheid verzonnen functies, ze hadden nimmer een vergelijkbare functie bekleed of enige opleiding genoten met affiniteit tot de betrekkingen waarin zij zichzelf benoemden. De benoemingen beantwoordden evenmin aan een functieprofiel, zoals verwoord in de Organisatieverordening Bonaire. Niet toevallig werden de afdeling Personeel, Organisatie en Informatie en de afdeling Financiën buiten de procedure gehouden.

Silberie, Beukenboom en Winklaar waren bovendien opvallend gul voor zichzelf. Zij plaatsten zichzelf in een hoge schaal, in alle gevallen treden hoger dan de afdelingshoofden voor wie ze gingen ‘werken’ en tot vier treden hoger dan ambtenaren in vergelijkbare posities.

De Raad van State: “Bij het nemen van de aanstellingsbesluiten is aan de voorschriften voorbijgegaan: betrokkenen werden benoemd in niet bestaande functies, voldeden niet aan functieprofielen en werden ingeschaald op een wijze die niet paste in de opbouw van de desbetreffende dienst. Gelet ook op het feit dat aan de benoemingen geen advies van de afdeling Personeel, Organisatie en Informatie en van de afdeling Financiën is voorafgegaan, moet geoordeeld worden dat aldus misbruik is gemaakt van de bevoegdheid om ambtenaren aan te stellen.”

“De bevoegdheid”, zo concludeerde de Raad van State, “is niet gebruikt om een ambtelijke functie te doen vervullen door een daartoe geschikte kandidaat, maar veeleer om gewezen bestuurders van een ambtelijk inkomen te verzekeren. Aldus heeft het Bestuurscollege zijn bevoegdheid gebruikt voor een ander doel dan waartoe die aan hem is verleend. Teneinde dat misbruik ongedaan te maken was het bestuursorgaan (lees: het nieuwe Bestuurscollege) bevoegd de desbetreffende besluiten in te trekken.”

De Raad stelde dat Silberie, Beukenboom en Winklaar ervan op de hoogte waren dat hun benoemingen in strijd waren met de geldende voorschriften, althans zij konden en behoorden dat te zijn. “Daarbij is mede van belang artikel 54 ERNA dat bepaalt dat leden van het Bestuurscollege zich onthouden van beraadslagen en medestemmen over onder meer benoemingen, welke hun persoonlijk aangaan.”

De Raad van State concludeerde dan ook dat de “bijzondere omstandigheden” het rechtvaardigden dat het nieuwe Bestuurscollege een streep te zetten door de zelfbenoemingen. Aldus besloot de Raad het besluit van gouverneur Saleh om het intrekkingsbesluit te vernietigen door te halen.

Wie, want en wanneer?

In de vergadering van het Bestuurscollege van 25 mei 1999 besloten de PDB-gedeputeerden Peter Silberie, Robbie Beukenboom en José Winklaar zichzelf per 1 juli te benoemen tot ambtenaar. Op hun eerste ‘werkdag’ kregen ze van het nieuwe Bestuurscollege te horen dat hun aanstelling was ingetrokken. Op 6 juli legde gezaghebber Richard Hart het aanstellingsbesluit ter vernietiging voor aan gouverneur Jaime Saleh. Die maakte op 30 september bekend niet tot vernietiging over te gaan. Het Bestuurscollege had toen al (op 26 augustus) besloten het omstreden aanstellingsbesluit officieel in te trekken. Het reeds uitbetaalde salaris mocht het trio behouden.

Op 9 december volgde een nieuwe wending: gouverneur Saleh besloot dit keer het besluit van het BC de benoemingen ongedaan te maken te vernietigen, waarmee het dienstverband van Silberie, Beukenboom en Winklaar was hersteld. Op 6 januari 2000 besloot het Bestuurscollege in beroep te gaan bij de Kroon. Na een hoorzitting op 26 april volgde op 31 mei de uitspraak van de Raad van State, die op 30 juni – ondertekend door koningin Beatrix – in het Staatsblad werd gepubliceerd.

Klik HIER voor de uitspraak van de Raad van State

Klik HIER voor de publicatie uit het Staatsblad

Gedeputeerde Peter Silberie maakte misbruik van zijn positie.

error: Deze inhoud mag niet gekopieerd worden.