De kwaliteit van de media in Caribisch Nederland is zorgwekkend, de berichtgeving is vaak amateuristisch en de onafhankelijkheid staat onder druk. Ho ho, voordat u in woede ontsteekt: dit zijn niet de Kadushi’s woorden. Hij heeft weliswaar zo zijn gedachten, maar zou zijn vakbroeders en -zusters nooit zó meedogenloos onderuit halen. Nee, het betreffen hier citaten uit een interne nota van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Het was niet de bedoeling dat u ze ooit te lezen zou krijgen, maar dankzij de Wet open bestuur weten Harald Linkels, Martijn Hisschemöller en kompanen – zeg maar de Bobjes Woodward van Bonaire – dat ze in Den Haag niet voor vol worden aangezien. Er is evenwel nog hoop voor ze: het ministerie blijkt genegen te zijn diep in de buidel te tasten om ze “te helpen.”
De BESjes en de media, OCW worstelt er al mee sinds duidelijk werd dat het door de annexatie van Bonaire, Sint Eustatius en Saba verantwoordelijk zou worden voor het mediabeleid in deze bijzondere gemeenten. De vrijgegeven documenten lezen als een zeventien jaar durende en nog lang niet afgelopen struggle. Al in 2008 zagen ambtenaren de bui hangen: “Ons ideaalbeeld van hoe onafhankelijke kwaliteitsjournalistiek en pluriforme informatievoorziening er uitzien, kan niet zonder meer geprojecteerd worden op CN. De verschillen zijn groot.”
In 2009 sloeg de schrik helemaal om het hart toen men zich plots realiseerde dat sommige Nederlandse tv-programma’s misschien wel eens heel verkeerd zouden vallen bij eilandelijke kijkers. “Integrale ontvangst van Nederland 1, 2 en 3 betekent dat ook programma’s als Spuiten en slikken of films als Deep Throat daar voor iedereen te zien zijn. De vraag is of dat op de Antillen maatschappelijk aanvaard wordt” Op de eilanden mag je immers alles wat God verbiedt ongeremd praktiseren, zolang je er maar niet over praat, hadden ze goed begrepen bij VWS.
Ook bestond er de vrees voor censuur door dorpsbaasjes. Niet ten onrechte: nog geen jaar na 10-10-10 haalde op Sint Eustatius een gedeputeerde een documentaire van de buis omdat die hem politiek slecht uitkwam. Het akkefietje liep zo hoog op dat het op het bureau van minister Donner belandde. Dus werd er haast gemaakt met nieuw beleid. “Onder de Mediawet BES gaan andere normen gelden: de grondwettelijke vrijheid van meningsuiting, geen overheidszenders meer en geen overheidsbeïnvloeding van media. De vraag is even hoe we dat aanpakken. De situatie op de eilanden is uiterst gevoelig.”
Het aanpakken lijkt niet helemaal gelukt, want tien jaar later pende een ambtenaar de woorden die aan het begin van dit stukkie staan om en passant de Caribische media ook nog even gebrek aan onafhankelijkheid aan te wrijven. “Iedereen is voor zijn inkomsten en bestaan afhankelijk van adverteerders. Er is aarzeling om te berichten over zaken die controversieel zijn of waarmee men mogelijk problemen met de werkgever, politiek, adverteerders of publiek krijgt.”
En: “Kern van de problematiek is dat men in CN zelf niet in staat is te zorgen voor een onafhankelijke informatievoorziening. Dat heeft niet alleen te maken met de kleinschaligheid, maar ook met het feit dat alles commercieel en politiek beïnvloed is en wordt.” Hoe raak deze observatie is, blijkt deze weken maar weer uit de wijze waarop media op Bonaire (uitzonderingen daargelaten) met pen of microfoon in de rode inkt gedoopt hun verslaglegging van de bestuurscrisis inkleuren.
Inmiddels heeft VWS een verkenster aangesteld, het beproefde Haagse recept om nog een tijdje om de hete brij te kunnen heen draaien. De dame in kwestie heeft twee jaar de tijd gekregen om de behoeften van het lokale journaille in kaart te brengen met “de focus op scholing.” Die hebben, zo lezen we, aangegeven hun “taalvaardigheid te willen verbeteren, leren hoe je een politicus interviewt en hoe je een camera hanteert.”
Voor de verkenning – waarvoor “met inachtneming van de autonome status op het gebied van media(beleid)” ook gesprekken worden gevoerd met media in de CAS-landen – heeft het ministerie een kwart miljoen euro uitgetrokken. Volgend jaar zomer moet het plan van aanpak klaar zijn, waarna het uiteraard de ministeriële molen door moet. Dat gaat dus nog wel even duren. Een van de ambtenaren wil daar niet op wachten en stelt voor alvast – au au – “een begin te maken met journalisten en eigenaren van radio en tv-omroepen gevoel voor journalistieke codes bij te brengen.”
Dan kwam er donderdag nog breaking news uit het Urk van de Tropen: “De gemeenschap is diep geraakt door een respectloze daad tegen ons eiland”, aldus een alarmerend persbericht van het openbaar lichaam Bonaire. Nee, het ging niet over het pandemonium van die avond in de eilandsraad (iemand was zo te horen vergeten zijn dagelijkse pammetje te nemen), maar over andere onverlaten die de Dia di Boneiru-vlaggen die als “symbool van trots en eenheid” het eiland opfleuren “moedwillig hebben verwijderd.”
“Dit is niet zomaar het wegnemen van een stuk stof. Het is het wegnemen van een symbool dat ons allemaal verbindt.” Terwijl eilandsecretaris Christopher Frans het op een holletje zette naar het politiebureau om aangifte te doen van het misdrijf, riep het eilandbestuur de getroffen bevolking op in verzet te komen: “Laten we laten zien dat wij als gemeenschap niet toestaan dat respectloos gedrag onze feestdag en ons gevoel van saamhorigheid ondermijnt.”
Kadushi is het buitenbeentje van DossierKoninkrijksrelaties.nl: een stekelige rubriek die soms wel eens ‘au’ kan doen.
